03 May 2018

Massaproductie schone kleren uit Bangladesh op komst

Cover duurzame textiel Bangladesh

Het negatieve beeld van de textielsector in Bangladesh moet worden bijgesteld. Na de ramp van het ingestorte Rana Plaza werken partijen met vereende krachten aan verduurzaming. Vanuit Nederland rapporteren Nyenrode Business Universiteit, MVO Nederland en MDF Training & Consultancy over positieve ontwikkelingen.

Over deze verbeteringen gaat de P+ Special van deze week: ‘Op weg naar duurzaam textiel’. Aan het woord komt het team dat de afgelopen jaren vanuit Nederland werkte aan de verduurzaming van de productketen, in het impulsprogramma gericht op professionals in de textielsector van dit Aziatische land. “Bangladesh gaat richting massaproductie van ‘schone’ kleren,” wordt in deze Special gezegd.

Interessant is de constatering dat Westerse textielbedrijven bij voorkeur (grote) Bengaalse producenten selecteren die bewijsbaar duurzamer werken.

Ineke Pitts van MDF Training&Consultancy vergelijkt de Bengaalse markt met die van Sri Lanka, waar de textielsector sinds 2004 een grote transitie doormaakt. “Bangladesh zal het nieuwe Sri Lanka worden, maar dan machtiger omdat ze een enorme markt hebben. Ze gaan richting massaproductie van ‘schone’ kleren. Ze moeten wel, om te overleven. Regeringen uit allerlei landen, de inkopers en de vakbonden steken miljoenen in de verduurzaming van de textielindustrie. Misschien zal zo’n 30 procent niet overleven, omdat ze niet in staat zullen blijken om te concurreren. Het aantal en het type fabrieken zal veranderen. We gaan meer richting recycling.” Pitts werkt in Bangladesh in het trainen van de producenten.

André Nijhof, professor Sustainable Business and Stewardship aan Nyenrode Business Universiteit, zegt in P+: “Kort na de ineenstorting van Rana Plaza hoorde ik: ‘Rana Plaza was een rotte appel, en die ineenstorting was een incident.’ Dat hoor ik nu niet meer. Toen waren er al modelfabrieken. Ik zie nu dat de middengroep zich naar die kopgroep vecht. Er zijn vast nog kledingmerken die hier niet mee bezig zijn, maar ik merk dat de sector die fabrieken niet meer wil. Aan de onderkant verdwijnen steeds meer bedrijven. Dat zijn er nu nog een paar honderd waar dat er een paar jaar terug nog duizend waren. Dat is een echte winst. De werkgeversvereniging BGMEA doet ook goed werk om de ‘cowboys’ uit te sluiten.”

Michiel van Yperen, sectormanager textiel bij MVO Nederland, werkte ook met deze koplopers: “Het zijn echte leiders en de meest geliefde toeleveranciers voor de grote inkopers. Maar daar heb je ook visie en leiderschap voor nodig, terwijl 95 procent van de fabrieken in de overlevingsstand zit. Die 5 procent bedient nu de Westerse markt. Dat zijn er meer dan twintig, maar minder dan vijftig van de ruim vierduizend fabrieken. Maar wel knettergrote fabrieken. De gehele Westerse kledingmarkt weet hen te vinden.”

In de Special komt ook Jef Wintermans aan het woord, coördinator van het Convenant Duurzame Kleding en Textiel. Hij noemt het achterblijven van leefbaar loon in het algemeen een ingewikkeld probleem. “Bedrijven die inkopen, betalen de prijs van het product, dus niet direct het loon van de arbeider. Eén van de oplossingen is dat een ondertekenaar van het convenant zelf een fabriek in zo’n land overneemt, en zelf leefbaar loon gaat betalen.”

In Bangladesh zijn er al wel textielproducenten die de lage betaling compenseren door gratis huisvesting, een gratis maaltijd per dag, een goede school op het fabrieksterrein, sportfaciliteiten en door gratis medische zorg aan te bieden. “Als ze dat leefbaar inkomen omzeilen, maar wel in natura bonussen  geven, is dat wel een stap voorwaarts,” zegt Van Yperen van MVO Nederland.

Lees het complete dossier in deze P+ Special, gratis.





Reacties op dit bericht

Frans Verspeek ()
Een aardig artikel, maar verbazend dat niet of nauwelijks melding wordt gemaakt van andere activiteiten in Bangladesh in de textielindustrie die vele malen groter zijn qua omvang en impact (o.a. PaCT (zie hieronder), GIZ-projecten en naast Accord ook Alliance). De activiteit van Nijenrode, MVO Nederland en Pitts is relatief marginaal, en ook - zoals helaas zo vaak - niet of nauwelijks aanhakend bij en samenwerkend met die andere initiatieven. Er wordt in een hele korte opmerking melding gemaakt van Water PaCT, die nauwelijks recht doet aan wat PaCT doet. De melding 'zuivering en recyclen van water' is slechts een van de componenten; verder ook training van Europese retailers, 200+ Bangladeshi bedrijven doorlichten (breder dan alleen water), opzetten van een info-punt voor de Bangladeshi industry, en activiteiten op gebied van beleid en financiering (zie verder http://www.textilepact.net). Het zou ieder gesierd hebben om een beter beeld te schetsen van wat er allemaal gebeurd in Bangladesh; mede ook om daarmee recht te doen (als p-plus dat belangrijk vindt) om credits te geven aan andere Nederlandse initiatieven; want een van PaCT relevante partners is Solidaridad en de Nederlandse ambassade ter plekke financiert 50% van de activiteiten. Jammer van dit artikel - gemiste kans.