03 Feb 2017

IDH: Giganetwerk voor kleine koffieboer

Koffieplukster, foto Reuters / ANP Photo

Al ruim dertig jaar oud is de vraag: hoe het inkomen van de kleine koffie- en cacaoboeren te verhogen? Razend interessant in deze speurtocht zijn Service Delivery Models. IDH regisseert de eerste van deze giganetwerken, die van de boer een ‘zakenpartner’ maken.

Daarover gaat de P+ Special van deze week. Het is een speurtocht naar de hulp aan boeren die al begon toen het eerste pak Max Havelaarkoffie op de markt kwam.

Toen werd een koffieboertje nog in bruine lijnen getekend, tegen een wat sombere zwartblauwe lucht. Zware mand op de rug, draagband om het hoofd. Dat was hard werken om zo een helling op te moeten lopen. Dat was het beeld van de arme koffieboer in de jaren 80 van de vorige eeuw, bedoeld om sympathie op te wekken bij de consument. De kleine koffieboer werd neergezet als een goed doel.

Vandaag, nog geen dertig jaar later, is het beeld van de boer uit het zuiden totaal anders. De koffieboer heeft nu de status van zelfstandig ondernemer gekregen, met eigen ondernemersbehoeften. Hij biedt een specifiek aanbod van grondstoffen aan, waar goede vraag naar is op de wereldmarkt. De boer is bovendien het startpunt van een hele keten geworden.

Er veranderde meer. Door de opkomst van sociale media werken bedrijven vandaag in een glazen huis. Daar waar zaken misgaan, gaan ze ook meteen wereldwijd het internet over. Macro-economische omstandigheden veranderden. In het wereldbeeld van vandaag denken internationaal opererende handelsorganisaties nu mee over de wederzijdse belangen. Aangedreven door schaarste en reputatierisico is de koffieboer een partner geworden die ondersteuning bij zijn bedrijfsuitoefening goed kan gebruiken.

Want: hoe kan voorkomen worden dat de boer er geen brood meer in ziet en naar de grote stad vertrekt, zodat de aanvoer van cacao in gevaar komt? Dat is waar Service Delivery Models om de hoek komen kijken, nieuwe netwerken van organisaties, die voorheen niet met elkaar samenwerkten.

In deze P+ Special komt Iris van der Velden van IDH aan te woord, die meebouwt aan deze netwerken. Ook voor haar is de oude vraag nog net zo actueel als in 1988, toen het eerste pak Max Havelaar aan Prins Claus werd aangeboden: hoe krijgt de kleine boer voldoende inkomen om van te kunnen leven?

Door training waardoor de opbrengst van de oogst hoger wordt, was tot voor kort het motto. Van der Velden onderzocht of deze aanname wel klopte. En dat is dus niet zo. In P+ vertelt ze: “Er blijkt geen verband te bestaan tussen de kosten en aanpak van training van de boeren en de winstgevendheid van hun bedrijf.”

En dat maakt training weinig effectief en soms ook weinig kosten-efficiënt: de kosten variëren per boer van 4 tot 38 dollar. Ook het gebruik van kunstmest bleek duur uit te pakken, gemiddeld 160 dollar per boer, soms zelfs zonder een hogere opbrengst op te leveren.

Van der Velden: “We wilden zicht krijgen op de boer als cliënt. Lange tijd heeft de focus gelegen op het verhogen van de productie. Gedacht werd dat het inkomen daardoor automatisch mee zou stijgen. Nu blijkt dat dit niet per se zo hoeft te zijn, omdat ook de uitgaven stijgen. Of de boer is veel langer aan het werk om zijn struiken goed te snoeien om zo een meeropbrengst te krijgen, zonder dat deze extra uren gerekend worden. Bovendien is voor goed snoeiwerk extra materiaal nodig dat aangeschaft moet worden. De boer gaat er door betere landbouwtechnieken niet automatisch financieel op vooruit. En daardoor kan hij nog steeds zijn kinderen geen goede scholing aanbieden, is medische hulp bij ziekte nog steeds niet vanzelfsprekend en is ideale huisvesting een wensdroom. Waarom zou de boer dan blijven doorgaan?”

Betere oplossingen zijn: nieuwe cacaobomen en koffiestruiken aanplanten. Nieuwe gewassen introduceren die tussen de cacao en koffie in groeien. Om deze vernieuwingen mogelijk te maken zijn echter meer partijen nodig, met name financiers. Hoe moet de boer anders de periode overbruggen tussen het rooien van zijn oude bomen en struiken en de eerste oogst van de nieuwe aanplant? Wie leert de boeren omgaan met de nieuwe gewassen? Wie helpt mee voor koffieboeren vreemde gewassen als sesam te verkopen en te exporteren?

Lees alles over Service Delivery Models in de Special van P+.





Reacties op dit bericht

Birgit ()
Koffie is een gewas wat graag in de onderlaag (onder andere bomen) groeit. Er zijn dan minder ziekten. De opbrengst is weliswaar lager maar als de bovenlaag een goede opbrengst geeft is dit geen probleem. De oogst is dan in totaal groter. Het lijkt me niet nodig om hiervoor een heel nieuwe aanplant te doen dus er is minder overbrugging nodig.