|
Lees alle 438 pagina’s van ‘De Prooi’ met één hoofdvraag: heeft het MVO-beleid binnen ABN Amro ooit een rol van betekenis gespeeld bij de beslissingen die er werkelijk toe deden? Onze ‘systeembank’ had een topnaam op dit gebied. Andere Nederlandse banken met een duurzaamheidsbeleid waren er jaloers op. Wie dit bewonderenswaardige boek van onderzoeksjournalist Jeroen Smit alleen met deze ogen leest, slaat de laatste bladzijde met grote teleurstelling dicht. Geen woord er over. Nichts. Noppes. Niente. MVO heeft bij de ABN Amro de laatste jaren nooit werkelijk op de agenda gestaan. Het was nep.
Wij mogen de periode van ‘jager’ Rijkman Groenink afschrijven als een tijd waarin de heiligverklaring van aandeelhouderswaarde blind maakte voor de ‘conservatieve, saaie’ waarden van het echte bankieren: een persoonlijke relatie met de klant, zicht op werkelijke winst voor bank en wereld. Nadat de ‘brokkenpiloot’ Groenink eerst een poging deed om met een jachtgeweer zijn eigen arm er af te schieten, later nog eens zijn eigen kind bijna ombracht op een tractortje in Italië, lukte het hem uiteindelijk ook nog om van de Raad van Bestuur zo’n apenrots vol Bokito’s te maken, dat geen belegger meer toekomst zag in het zelfstandig voortbestaan van dit Nederlandse erfgoed, met een historie die teruggaat naar Koning Willem 1. De ABN Amro was in alle arrogantie alle contact met de werkelijke wereld verloren, een eerste randvoorwaarde voor duurzaam denken. Ook in werkgeverskring of in de politiek keek uiteindelijk iedereen opzij toen Rijkman Groenink zijn altijd pijnlijk gebleven arm uitstak, toen hij van jager prooi was geworden.
Het was niet Rijkman Groenink, maar zijn voorganger-bestuursvoorzitter Jan Kalff die zich zorgen maakte over de oprukkende bonuscultuur. We citeren Smit: “Soms lijkt het erop dat mensen meer voor zichzelf werken dan voor de bank.” Kalff formuleert daarop centrale waarden. “Al onze stakeholders zijn belangrijk. In de eerste plaats onze klanten, dan onze werknemers, dan de samenlevingen waarin we ons als goed burger willen gedragen.” Smit constateert, op basis van alle gesprekken, die hij voerde, dat Kalff niet wordt begrepen: “De reacties binnen de bank zijn lauw: waarom moeten we ons hier druk over maken, dat weten we toch allemaal allang? Dat heb ik toch van mijn moeder geleerd?” Die reactie is nog niets in vergelijking met wat Kalff in Londen overkomt, wanneer hij dezelfde preek voor zijn Britse, bonussenverslindende investmentbankers afsteekt. Al in 1977 stegen de kosten van de bank hierdoor met 47 procent, terwijl de baten slechts met 30 procent omhoog gingen. Smit vertelt: “Kalff stelt dat ze meer moeten samenwerken met de rest van de bank. Tijdens zijn verhaal loopt de zaal halfleeg. Terwijl de bestuursvoorzitter spreekt, hoort zijn publiek hoe onder in het gebouw de Ferrari’s worden opgestart om even later brullend de weg op te schieten.”
En Groenink? Het MVO-beleid van de falende CEO kwam niet verder dan praatjes over een goede balans tussen privé en werk, als excuus om vaak vroeg naar huis te gaan - waar zijn vrouw volgens Smit de broek aan had. Maar geen enkele vrouw die Groenink ooit goed genoeg vond om een plaats in de Raad van Bestuur te geven.
Koop dit reality-epos en lees hoe het niet moet. Vijf sterren voor de onderzoeksjournalist Smit die met zoveel mensen sprak, dat het boek leest alsof hij overal een undercover-camera had hangen. En zelfs meer dan dat. “Als Groenink dit hoort, vloekt hij binnensmonds.”
Jan Bom
|