Skip to main content
P+ Logo
Best Practices voor een duurzame toekomst
21 oktober 2011

Aquafil: Tapijt van Muren des Doods

 

CEO Giulio Bonazzi van het Italiaanse bedrijf Aquafil betaalt voor oude visnetten. Nu worden ze in de oceaan gedumpt en vormen daar “Muren des Doods”. Hij maakt er tapijtvezel van. Zijn prachtige verhaal over deze 'circulaire economie' staat in de Special die P+ maakte in samenwerking met InterfaceFLOR. 

Wat je niet kunt zien, is soms het allerergste. Oude visnetten bijvoorbeeld, die door vissers in zee worden gedumpt. Ze vormen een ernstige bedreiging voor vissen, vogels, maar ook voor grote zeedieren als schildpadden en zelfs walvissen. Ze raken verstrikt in de mazen en komen nooit meer los. Volgens de FAO zweeft er voor 640.000 ton aan “Muren des Doods” door de oceanen, ongeveer een-tiende deel van de totale “Plastic Soup”.

De visnetten zijn haast onverwoestbaar, want gemaakt van het kunststof Polyamide 6. Het wordt ook in vloertegels gebruikt, omdat het zelfs op de meest drukke looppaden in kantoren onverslijtbaar is. Het Italiaanse bedrijf Aquafil ontwikkelde een proces om de visnetten terug te brengen tot de originele chemische vorm, om het kunststof daarna weer op te waarderen tot nieuw vezel. Daarmee hebben versleten visnetten en oude tapijten een waarde gekregen. Vissers en viskwekerijen kunnen nu voor hun oude netten “statiegeld” krijgen.

Het blijft verbazingwekkend waar goed ondernemerschap toe kan leiden. Zijn vader en moeder zagen na de Tweede Wereldoorlog een nieuwe kunststof op de markt komen: nylon, een uitvinding van het Amerikaanse bedrijf DuPont. Ze staken al hun spaargeld en energie in een werkplaats waar ze van dit waterafstotende materiaal regenjassen begonnen te naaien. Hun bedrijfje in het Italiaanse Verona vernoemden ze naar de waterafstotende kwaliteiten van het nieuwe materiaal: Aquafil. De familie werkte hard, slaagde en bleef vooruit kijken. Steeds werd de nieuwste technologie gekoppeld aan een nieuwste vraag uit de markt, zoals die naar vloerbedekking. Aquafil begon het kunststoffen garen voor de nieuwe tuftmachines te produceren.

Maar nooit had oprichter Bonazzi durven dromen dat de jongste van zijn vier zonen, Giulio (1963), ooit aan het hoofd zou komen te staan van een wereldwijd concern. En ook niet dat deze econoom nog eens voor een unieke chemische procesinstallatie zou poseren, die de kunststof Polyamide 6 weer terug kan brengen tot zijn originele chemische samenstelling, om er daarna opnieuw ‘maagdelijk’ garen van te kunnen spinnen, in elke kleur van de regenboog.

Ook deze Giulio Bonazzi bleef goed luisteren, toen hij in 1998 als een van de 800 gasten op Hawaii  de 25-ste verjaardag vierde van het Amerikaanse Interface, toen al de grootste tapijttegelproducent ter wereld. Zelfs Bruce Willis was er, met zijn vrouw Demi Moore en hun twee kinderen. Oprichter Ray Anderson organiseerde een feest dat dagenlang duurde, want hij had een complexe boodschap te vertellen. Al zijn belangrijkste toeleveranciers en klanten kregen te horen dat Anderson tot het inzicht was gekomen dat zijn bedrijf in het jaar 2020 geen negatieve impact op het milieu meer wilde hebben. Anderson had een doel voor ogen dat hij Mission Zero noemde. De CEO’s van bedrijven als DuPont en Monsanto waren stomverbaasd, zag Bonazzi, toen nog een van de vele garenleveranciers van Interface.
Bonazzi herinnert zich: “En Anderson ging maar door. Er waren zoveel vragen. Kun je wel tapijt maken zonder olie te gebruiken? Is het mogelijk daar nog geld aan te verdienen? Anderson zei: “Dat is niet alleen mogelijk, het is straks de enige manier om nog geld te kunnen verdienen”. Er was veel ongeloof. Ik hoorde mijn concurrenten tegen elkaar zeggen: “Die vent is gek geworden. Laten we golf gaan spelen.” Ze gingen gewoon weg. Ik bleef. En vandaag zijn deze bedrijven geen toeleverancier van InterfaceFLOR meer. Wij wel. Wij zijn nu hoofdleverancier van het tapijtgaren.”

Meer over de circulaire economie van tapijtgaren in de Special 'Oud van Nieuw'.

Downloads

Meer info download je hier:

INTERFACEFLOR: Van Grondstof tot Grondstof (943 kb)