05 Oct 2018

Circulaire steden naar een Spaceship Economy

Amsterdam met circulaire regio

Ook de OECD (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling) zet zwaar in op het realiseren van een circulaire economie in grote steden, waar later deze eeuw de helft van de mensheid zal wonen. “We moeten naar een Spaceship Economy”, zei Oriana Romano deze week op het seminar ‘The City as a Business Model’ in Nijmegen. “Een ruimteschip beschikt over beperkte middelen, waar de reizigers het mee moeten zien te doen. Zo moeten steden straks ook gaan functioneren.”

Dit in tegenstelling tot de ‘Cowboy Economy’ waarin we vandaag nog leven. We gedragen ons nu alsof de grondstoffen op de planeet aarde oneindig zijn. Deze visie van de OECD in Parijs is mede gebaseerd op een alweer bijna 30 jaar oude uitspraak van wetenschappers: ‘Everything is an input to everything else’.

De OECD wil de komende anderhalf jaar komen tot een netwerk van 100 steden op deze wereld die van elkaars circulaire praktijken gaan leren.

Tal van andere sprekers op dit verkennende seminar vulden de visie van de OECD aan met hun praktijkvoorbeelden. Igor Kos uit Maribor (Slovenië) stelde dat steden dit ideaalmodel niet kunnen realiseren zonder de omringende regio daarbij te betrekken. “Ikzelf heb een cirkel van 30 kilometer om Maribor getrokken. Ik moest daarbij een beetje rekening houden met de Alpen, die daar beginnen. Andere steden kunnen wijdere cirkels trekken. In zo’n gebied is de ruimte om reststromen te verwerken tot nieuwe grondstoffen. Maar ook zal de stad gevoed moeten worden door de landbouw.” 

Kos vind ook dat de financiering van de circulaire economie in steden opnieuw tegen het licht moet worden gehouden. “Stadsbesturen betalen nu de prijs voor het opruimen van de rotzooi die bedrijven aanbieden. Waarom moeten burgers dat bekostigen. Waarom komen bedrijven er gratis mee weg?”

Amsterdam toonde al een gedetailleerde uitwerking van het idee van een circulaire stad met regio. Beleidsmedewerker Annelies Soede liet een landkaart zien met tal van circulaire voorzieningen rondom de hoofdstad en de luchthaven Schiphol. 

Ook werd tijdens het seminar duidelijk dat de bouw in steden de grootste grondstoffenstromen oplevert.

Rotterdam zoomde in op de transformatie van het Schouwburgplein, waar groene daken en zonnepanelen een bijdrage gaan leveren aan het toekomstbestendig maken van dit stuk van de binnenstad. Als het lukt zal dit stukje havenstad straks voor 39 procent in eigen energie voorzien en tijdens heftige plensbuien niet langer meer onder water stromen. De Rotterdammers bedachten zelfs een oer-Hollandse naam voor deze multi-purpose bedekking van ouderwets bitumen: ‘Polderdak’. Deze creatief gevonden term bleek op deze internationale bijeenkomst onvertaalbaar te zijn. 

De sterk financieel georiënteerde bijdrage uit Londen riep definitief de vraag op welke partij de circulaire economie verder gaat brengen. Zijn dat sterke lokale overheden, of zijn dat bedrijven? Steden dus, leek de conclusie na de presentatie van Stuart Ferguson, die vanuit het stedelijke afvalbedrijf een investeringskapitaal van 11 miljoen Britse ponden per jaar wist vrij te spelen. Dat gaat in de toekomst 7 miljard aan rendement opleveren, is zijn prognose. Met de stad als ‘launching customer’ financiert en begeleidt het afvalbedrijf starters en mkb-ers om tot circulaire ondernemingen te komen. Het is dus de stad zelf die de circulaire economie financiert. Geen enkel bedrijf heeft een investeringsfonds van 11 miljoen per jaar.

In de wandelgangen liet Ferguson blijken dat wat hem betreft Europa uitstekende lippendienst heeft bewezen aan de circulaire economie. Er zijn zelfs enorme sommen geld beschikbaar, maar deze zijn wat hem betreft helaas niet geïnvesteerd in fondsen die zijn opgericht om circulaire economie te realiseren. Hij klopte tevergeefs op Europese deuren, daar waar Brits private equity zich wel aansloot op het initiatief van zijn baanbrekende stadsdienst. 

Vanuit de organisatie van het seminar legden hoogleraar duurzaamheid Jan Jonker en  Naomi Montenegro Navarro een algemeen model voor van ‘Urban Business Models’. Ze bepleitten daarin een structurele verandering, die begint met het vormen van collectieven van partijen. Samen moet er eerst overeenstemming over gedeelde waarden (‘values’) worden bereikt. 

In de afrondende bespreking gooide een van deelnemers hierop voortbordurend de vraag op of het nog wel zo’n goed idee was om voortaan nog te spreken over ‘businessmodellen’, als het niet over bedrijven maar over steden gaat. “Kunnen we niet beter overstappen op de term ‘Urban Value Models?” Jonker vond het helemaal geen gek idee. 

En alsof toeval niet bestaat... In de borrel na afloop, waar Jonker namens de Koning benoemd werd tot Officier in de orde van Oranje-Nassau, begon de oprichter van een deelautoplatform  ‘MyWheels’ spontaan over zijn eigen businessmodel, dat niet op winst, maar op gedeelde waarden van een groep autodelers is gestoeld. “Daarom zullen wij ook nooit failliet gaan”, zei deze Henry Mentink: “Waarden kunnen niet failliet gaan.”

Volg de website van OCF2.0 voor verdere verslagen.





Reacties op dit bericht