30 Oct 2015

Wereldconcerns moeten bliksembezoeken doen

Groene Breinbreker

Kinderarbeid vormt een groot risico voor de reputatie van een bedrijf, maar is onmogelijk in financiële waarden uit te drukken. Volgens hoogleraar Dick de Waard moeten bedrijven daarom bliksembezoeken aan toeleveranciers invoeren en daar elk jaar verslag van doen. 

De Waard maakt deel uit van het Groene Brein, het netwerk van duurzame wetenschappers in Nederland. Hij was 35 jaar aan adviesbureau EY verbonden, laatstelijk als partner. Als hoogleraar houdt hij zijn studenten sinds 2011 voor dat de komst van het geïntegreerde jaarverslag, met zowel financiële verantwoording als duurzaamheidsgegevens, een voldongen feit is, ook al zal het nog wel even duren voordat alle bedrijven zo ver zijn. Dat maakt ook de vraag actueel of alle duurzame kerngegevens omgezet kunnen worden in financiële waarden. De Waard is verbonden aan de faculteit Economie en Bedrijfskunde aan de Rijksuniversiteit Groningen (RuG). Hij is een expert op het gebied van verslaglegging van zowel financiële als niet-financiële informatie.

Groene Breinbreker: Kun je mensenrechten in geld meten?

Antwoord prof. dr. Dick de Waard (1956): “Waarom zou je mensenrechten in geld willen meten? Wat zijn de kosten geweest van de 1100 doden die vielen door het instorten van Rana Plaza in Bangladesh? Dat leed kun je niet in geld uitdrukken. Hoe moet je een bedrag noemen wanneer je weet dat de wereld voor de naaste familieleden is ingestort?

Dat is met kinderarbeid net zo, ook dat kun je niet in geld meten. Ik stel liever voor dat financiële analisten leren om de facts and figures van zachte waarden van een bedrijf te begrijpen. Bij de invoering van het financiële verslag hebben we honderd jaar geleden ook moeten leren om al die cijfertjes op hun waarde te schatten. Waarom zouden we nu ook niet kunnen leren om te begrijpen wat de strategische waarde voor een bedrijf is om te rapporteren over de sociale en ecologische impact van de bedrijfsactiviteiten? Als je die snapt, snap je of de onderneming een toekomst heeft, een license to operate.

Hoe omschrijf je dan wèl wat je doet aan mensenrechten, of het voorkomen van kinderarbeid? Stel: je bent een grote multinational en je haalt grondstoffen weg uit Azië. Die wil je liever niet inkopen wanneer je het risico loopt dat er kinderarbeid aan te pas komt. Dat kun je regelen. Dan moet je met die leveranciers vooraf afspreken dat je onverwachte audits mag uitvoeren, wanneer jij dat wil. Gewoon binnenvallen en kijken. Niet van te voren aankondigen, want dan is de hele zaak opgeruimd en is er geen kind te bekennen. En daarvan kun je heel goed rapportage doen: ‘Wij hebben dit jaar bij verrassing 25 audits uitgevoerd en we hebben er twee leveranciers uitgegooid, nadat ze al eerder twee keer een waarschuwing van ons hadden gekregen’. Je moet het recht hebben om dat zo te doen: ‘Hallo hier ben ik en ik kom even kijken. Lopen er hier kinderen rond? Nee? Goed zo’.

In de verslaggeving moet je dit vrij sec rapporteren. Je kunt alleen melden: 'Tijdens deze bliksembezoeken hebben wij geen kinderen gezien'. Je mag nooit stellen: 'Binnen onze keten komt geen kinderarbeid voor'. Dat is een garantie die NGO’s als Amnesty heel graag zouden willen hebben, maar dat is niet te doen. Dan moet je er detectives op zetten die een heel jaar controleren. Dat is geen vertrouwensbasis voor samenwerking tussen bedrijven.

Ook de kosten van je CO2-uitstoot zijn lastig te monetariseren. Je kunt wèl melden: we hebben dit jaar een uitstoot van 10 miljoen ton en willen dat over vijf jaar halveren naar 5 miljoen ton. Dan moet je natuurlijk wel elk jaar een update doen waarbij je de voortgang laat zien. Loop je voor op je doelstelling? Loop je achter? Dat moet je ook relatief presenteren. Als je als bierbrouwer je watergebruik terug wilt brengen van 8 liter naar 4 liter voor elke liter geproduceerd bier, moet je ook even melden of de verkoop van je bier is gedaald of gestegen. Analisten leren zulke feiten wel te begrijpen, zonder dat er meteen bij staat wat de besparing op de kosten van water is in hectoliters bier.

Dat zal zelfs een stuk makkelijker zijn dan het doorprikken van de communicatiestrategie die in elk jaarverslag verscholen zit. Dat is en blijft een visitekaartje van het management, dat goede sier wil maken. Echte negatieve dingen als corruptie of gesjoemel met cijfers rapporteren ze niet. Positieve ontwikkelingen staan voorin, groot gepresenteerd, met mooie beelden. Slecht nieuws krijgt geen foto, staat achterin in kleine lettertjes.

Een jaarverslag toont je company pride, maar mag wat mij betreft teruggebracht worden tot 20 pagina’s financieel verslag en 20 pagina’s duurzaamheidsverslag, gebundeld tot een geheel. Dan weet je als stakeholder hoe de financiën er voor staan en hoe de strategie voor de toekomst er uit ziet. Meer hebben financieel analisten niet nodig."

Stel gratis uw eigen vraag

Dit is de aflevering #10 van de serie Groene Breinbrekers. Elke week zal op de website van P+ een praktijkvraag worden gesteld aan een van de 80 wetenschappers die aan het netwerk Het Groene Brein zijn verbonden. P+ roept het bedrijfsleven op eigen vragen te mailen. Beantwoording hiervan is gratis. Over een uitvoeriger onderzoek kan altijd gepraat worden. Vraag mailen naar: editor@p-plus.nl

 





Reacties op dit bericht

Bert van Hijfte ()
Ter aanvulling: Het fenomeen van de "subcontracting" waarbij productie wordt doorgezet naar derde bedrijven die zich veelal aan controle onttrekken en waar de arbeidsomstandigheden doorgaans slechter zijn. Bliksembezoeken hebben dus beperkte effectiviteit en waarde.
Bert van Hijfte ()
Heel mooi maar onvoldoende. Het gaat in de totale productieketen om veel meer dan alleen kinderarbeid. Ik noem er enkele: 1. De arbeidsomstandigheden voor alle medewerkers 2. De (tijds-)druk veroorzaakt door de (westerse) afnemers en consumenten 3. De druk op de kosten door afnemers die zorgen voor lagere marges voor lokale fabrikanten en daardoor verbeteringen van de arbeidsomstandigheden negatief beïnvloeden. Kinderarbeid is immers bijna altijd het gevolg van lage lonen. 4. Lokale politieke cultuur en m.n. de verwevenheid van zakenleven en politiek en de financiële banden daar tussen 5. Corruptie 6. Vervuiling
Liesbeth Unger ()
Prof Dr Dick de Waard is, naar ik begrijp expert verslaglegging. Vanuit die blik moet je dit artikel dan ook lezen. Ik verwelkom zijn stelling dat je kinderarbeid en andere mensenrechten moeilijk in geld kan uitdrukken. Dat moet je ook niet willen. Toch zijn sommigen daar mee bezig, omdat het lijkt alsof dit de enige manier is om bedrijven serieus naar dit onderwerp te laten kijken. Het zou Prof dr Dick de Waard sieren als hij zich ook zou verdiepen in de huidige ontwikkelingen rondom verslaglegging op mensenrechten. Zie Unilever die het eerste mensenrechtenrapport uitbracht en ook de ABN AMRO bank is daarmee bezig. RAFI is het nieuwe raamwerk dat daarvoor is ontwikkeld (www.ungpreporting.org). Het gaat ons zeker niet helpen als bedrijven bliksembezoeken gaan brengen aan leveranciers. Kinderarbeid wordt hier niet mee opgelost en veel informatie gaat het ons ook niet geven. Liever zou ik willen weten welk due diligence proces een bedrijf heeft opgezet, in welk gedeelte van de keten het risico's ziet op mensenrechten en op welke manier het samenwerkt met leveranciers en andere partijen om deze risico's te verminderen. Graag zou ik ook willen weten hoe het zijn invloed probeert te vergroten om werkelijk iets te doen aan kinderarbeid. Liesbeth Unger Human Rights@Work (Adviesbureau mensenrechten en bedrijven)