30 Oct 2016

Nu ook Bankenconvenant ondertekend

Bankenconvenant

Na het Textielconvenant is nu ook een Bankenconvenant ondertekend door banken, vakbonden, ngo’s en de ministers Dijsselbloem en Ploumen. Deze wereldwijd unieke IMVO-afspraak stelt banken beter in staat om er bij investeringen en financieringen voor te zorgen dat mensenrechten worden gerespecteerd.

Daarbij kan het gaan om aspecten als arbeidsomstandigheden, vakbondsvrijheid, kinderarbeid, en landrechten. Het convenant wordt onderschreven door 13 Nederlandse banken en geldt voor hun financieringen waar ook ter wereld.

De totstandkoming van het ‘bankenconvenant’ is gefaciliteerd door de SER, onder onafhankelijk voorzitterschap van prof. Jacqueline Cramer. Centraal staat dat banken, vakbonden, ngo’s en de overheid overeenkomen om de individuele kennis en ervaring op het gebied van mensenrechtenrisico’s te bundelen en te delen. Het doel is banken te ondersteunen om in hun bedrijfsvoering nog beter mensenrechten­risico’s te kunnen identificeren en daar actie op te ondernemen.

De afspraken in het IMVO convenant zijn wereldwijd de eerste in haar soort tussen maatschappelijke organisaties, de overheid en een nationale bankensector, over de concrete invoering van de UN Guiding Principles on Business and Human Rights en de OESO Richtlijnen voor multinationale ondernemingen.

Om de impact ervan te vergroten is afgesproken dat samen gestreefd wordt om ook in internationaal verband vergelijkbare afspraken te maken. Daartoe zullen partijen onder meer de Europese bankensector, de EU en de OESO benaderen. Om van elkaar te kunnen leren zullen de partijen, voor eind 2017, gezamenlijk onderzoek doen en ervaringen (best practices) delen over succesvolle manieren om invloed uit te oefenen op bedrijven in risicosectoren. Ook spreken de partijen af dat analyses worden uitgevoerd van specifieke risicosectoren. Als eerste zijn dit de palmolie-, cacao- en goudsector. Om de uitvoering van dit convenant te ondersteunen wordt een stuurgroep ingesteld.

Diepgaande en actuele kennis over mensenrechtensituaties en alle factoren die deze positief en negatief kunnen beïnvloeden en de bereidheid deze kennis te delen, zijn noodzakelijk.

Banken zullen zelf meer transparantie bieden over de wijze waarop zij hun verantwoordelijkheid ten aanzien van mensenrechten invullen, over hun investeringsportefeuilles, de screening van hun klanten en hun dialoog met klanten indien die onverhoopt toch betrokken raken bij mensenrechtenschendingen. Ook zullen banken hun klanten bij projectfinancieringen verplichten om een klachtenmechanisme voor (potentiële) slachtoffers van mensenrechtenschendingen op te zetten zoals vastgelegd in de OESO Richtlijnen voor multinationale ondernemingen en de UN Guiding Principles for Business and Human Rights. Daarnaast zullen de banken bij bedrijfsfinanciering met hoge risico’s op mensenrechtenschendingen hun klanten stimuleren om mensen die daardoor benadeeld kunnen worden de gelegenheid te geven om hun klachten kenbaar te maken. Gezamenlijk wordt aan de hand van voorbeelden onderzocht waar de medeverantwoordelijkheid van banken voor het beleid van hun zakelijke partners in redelijkheid begint en eindigt.

Het Convenant Internationaal Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen in de bancaire sector, is het tweede convenant op dit gebied in korte tijd. Op 4 juli werd het IMVO convenant in de textielsector ondertekend. In de komende periode wordt gewerkt aan de ontwikkeling van soortgelijke convenanten in een aantal andere sectoren. De convenanten volgen op het SER-advies van 2014, waarin wordt bepleit dat sectoren en bedrijven zelf het initiatief nemen om convenanten over IMVO af te sluiten met de overheid, vakbonden en maatschappelijke organisaties.

SER over het bankenconvenant

 





Reacties op dit bericht