21 Nov 2011

Alleen Europees Hof kan klimaatrampen voorkomen

klimaatrampen

Regeringen doen het niet, multinationals doen het niet, dus moet het Hof van Justitie van Europa burgers beschermen tegen de op handen zijnde maatschappelijke chaos door oliekrimp en opwarming van de aarde. Dat stelt advocaat Roger Cox in zijn boek ‘Revolutie met Recht’.

Het boek leest als een scherp requisitoir waarbij nationale staten in het verdachtenbankje staan. Aanklager mr. Cox presenteert eerst de onomstotelijke feiten. Het moment van wereldwijde ‘oliekrimp’ oftewel peak oil is nabij: nieuwe grote olievelden worden niet meer gevonden. Het zijn op dit moment niet de oliemaatschappijen, maar nationale staten die de laatste grote oliereserves in handen hebben. Daarmee wordt politiek bedreven. Zelfs wordt er volgens Cox het islamitisch fundamentalisme mee gevoed, met name door Iran en Saoedi-Arabië. Omdat de afhankelijkheid van het westen van olie zo gigantisch is, zal het verminderen van de aanvoer van fossiele brandstoffen een onvoorstelbare maatschappelijke ontwrichting veroorzaken. Zijn tweede aanklacht betreft de in gang zijnde opwarming van de aarde, die overal ter wereld gevolgen heeft voor het klimaat. Zeker straks ook in de laaggelegen delta van Nederland, als de zeepspiegel stijgt.

Als jurist haalt Cox er de juris prudentie bij, om te beginnen het principe van ‘goed vaderschap’, gebaseerd op een beroemde rechtelijke uitspraak. Het conflict betrof een keldertrap in een donkere gang die door een drankleverancier was opengezet, waarna een klant van het etablissement naar beneden viel. De rechter vond dat de leverancier voorzorgsmaatregelen had moeten treffen. En dat moeten regeringen ook doen, nu wij weten hoe ontwrichtend de oliekrimp voor onze economie zal zijn, stelt Cox. Een staat die ‘goed vaderschap’ betracht, heeft de opdracht de mensenrechten te beschermen. Dat lijkt altijd over arme kindarbeiders in ontwikkelingslanden te gaan, maar in dit geval gaat het over alle inwoners van Nederland.

Cox: “Grondrechten c.q. mensenrechten die door klimaatverandering bedreigd worden zijn bijvoorbeeld het iedere persoon toekomend recht op leven, het recht op openbare orde en veiligheid, het recht op eerbiediging van zijn privéleven en zijn woning, het recht op eigendom en het recht op volksgezondheid en een goed leefmilieu.” Omdat zo ongeveer onze complete economie draait op olie, en alle grote oorlogen en conflicten (Irak, Libië) draaiden om het veilig stellen van de toevoer, ziet de jurist het ervan komen dat bij schaarste schendingen van de mensenrechten zullen ontstaan ‘op een schaal die we hadden gehoopt, na de Tweede Wereldoorlog nooit meer te hoeven meemaken’.

Geen moment meer te verliezen dus, nu de opgave van de werkelijke oliereserves van Saoedi-Arabië niet vertrouwd kunnen worden. Achteraf schuldigen aanwijzen is zinloos, want ‘staten en multinationals zijn te groot om te kunnen omvallen’, en het zal dan gaan om een schade van ‘honderden miljarden euro’s, jaarlijks’. Alleen rechters kunnen nog voortijdig ingrijpen, zoals dat in de VS gebeurde toen een overheidsinstantie weigerde om de uitstoot van CO2 te reguleren en aan te wijzen als ‘luchtvervuilende stof’. Cox verwacht dat het Europees Hof voor de Rechten van de Mens met het Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie deze lijn van denken zeker zal volgen. Probleem, om op dit niveau te komen is een juridisch strijd nodig die zeker tien jaar zal duren. Zoveel tijd is er niet meer. Daarom wijst Cox het Hof van Justitie in Luxemburg aan, belast met rechtspraak inzake verordeningen, richtlijnen en beschikkingen. “Op die wijze kunnen de EU en de lidstaten gedwongen worden tot toepassing van het voorzorgsbeginsel teneinde de grondrechten (van de Europese burgers) te beschermen’.

Cox laat in zijn boek niets onbeantwoord, zelfs niet de vraag welke partij naar het Hof zou kunnen stappen. “De beste kansen lijken op dit moment weggelegd te zijn voor lagere overheidsorganen zoals gemeenten, provincies, waterschappen of andere grootgrondbezitters zoals Natuurmonumenten. Als het gaat om dijkophoging of andere waterbescherming die door de rijksoverheid uitgevoerd of bekostigd moet worden, zijn het de lagere overheden die dit kunnen afdwingen. Als het gaat om de bescherming van het grondgebied tegen zaken als (dreigende) hittestress, watertekorten, wateroverlast of terugloop van de biodiversiteit net zo. Op basis daarvan kan bijvoorbeeld de vordering richting de nationale staat gebaseerd worden om tenminste een CO2-reductie van 25 procent in 2020 te behalen.” Hoofddoel moet zijn een ‘emissieloze economie’ af te dwingen.

Heeft Cox nagevraagd of er steden zijn die zin hebben om zo’n procedure tegen de Staat der Nederlanden beginnen? “Dan zou het lijken alsof ik loop te hengelen naar opdrachten en dat is niet zo. Nee, ik heb niet meer dan een blauwdruk willen neerleggen: hoe nu te handelen om het allerergste tijdig te voorkomen.”

Zo’n urgente bijdrage vanuit een juridische invalshoek hadden wij niet eerder gelezen. Ook al stuit het sommigen misschien tegen de borst, om van het klimaatdebat een advocatenzaak te maken, de redenering van Cox is zo helder als glas. Als we nu niet handelen, zijn we straks zo verarmd dat we het niet meer kunnen doen. Zelfs klimaatsceptici kunnen op de vingers van hun handen natellen dat de belofte van oliereserves onder de Noordelijke IJszee te laat komen, om de naderende crisis te kunnen keren.

Bestellen van het boek: website Revolutie met Recht
 





Reacties op dit bericht

Wietske ter Veld ()
Heel prettig leesbaar boek met een aantal aanknopingspunten om milieuschadelijke projecten juridisch aan te pakken. Hoopvol maar in de praktijk niet echt eenvoudig.
dhr E. Steenbergh ()
Een bijzonder informatief boek waarin duidelijk wordt dat het v.w.b. de internationale klimaatproblematiek vijf voor twaalf is. Politiek en industrie zullen de handen ineen moeten slaan om de ontwrichting van de 'global economy' door energie krimp te voorkomen. Zeer leesbaar, vernieuwend en inspirerend.