07 Apr 2014

Route door het keurmerkenbos ondernemingen


Dat was even schrikken. Uit het niets kwamen twee onderzoekers tevoorschijn. Ze begonnen brutaal aan een grote schoonmaak en hielden slechts tien bruikbare keurmerken over. Hun doel: wegwijs worden in de grote hoeveelheid certificaten die bedrijven krijgen aangeboden om zich duurzaam te mogen noemen.

Dit artikel is een update op 20 mei 2014 en vervangt het oorspronkelijke stuk.

De keurmerkwouden groeien hard door. Consumenten zijn al een tijdje de weg kwijt en zien door de bomen het bos niet meer. Het gros van de consumenten weet niet onder woorden te brengen wat er precies schuilt achter het label op de koffie van Max Havelaar, van Utz Certified, van Peeze of van Starbucks. Om deze groep te helpen bracht Milieu Centraal dit voorjaar een app uit, om zo duurzame consumenten met een smartphone in de winkel behulpzaam te zijn.

Voor ondernemers die hun duurzame bedrijfsvoering willen certificeren, begint dit probleem ook te spelen. Reinier de Nooij van Optimal Planet en Judy van der Lijke-van Veen van The Sustainability Company onderzochten samen met Elisa Kruiper het huidige aanbod van keurmerken en certificaten. Ze achten er maar tien goed genoeg als generiek duurzaam keurmerk of certificaat.

De volgende systemen zijn door de onderzoekers niet geselecteerd als zijnde bruikbaar voor het maken van harde duurzaamheidsclaims, of zijnde certificeerbaar. Met ook maar meteen de reden erbij. Schrik niet: er zitten hele grote namen bij. Onaantastbaar geachte labels. In alfabetische volgorde.

+ AA1000: geen eisenstellende norm

+ B corp: controle met steekproef

+ Gold Standard: geen transparante puntentelling

+ IMA MVO Norm: geen transparante puntentelling

+ ISO 26000: geen eisenstellende norm

+ Keurmerk NL MVO: geen transparante puntentelling

+ MKB Keurmerk: geen controle

+ MVO Bedrijvenregister: geen controle

+ The White Label: controle via een steekproef

+ WFTO: controle op afstand

+ MVO Groeikeurmerk: geen transparante puntentelling 

Wat blijft er dan wel over?

De tien generieke keurmerken en hun aandachtsvelden die wel op de zeef van de onderzoekers bleven liggen:

+ Business Social Compliance Initiative: verbetering arbeidsomstandigheden in de keten

+ CO2 Prestatieladder: reductie energiegebruik en CO2-management

+ Cradle to Cradle: innovatie en circulaire economie

+ ISO 14001: milieu-managementsysteem

+ ISO 9001: kwaliteitsmanagementsysteem

+ Milieubarometer certificaat: reductie milieubelasting

+ MVO Prestatieladder: MVO-managementsysteem

+ MVO Wijzer: algemene MVO norm

+ OHSAS 18001: arbeidsrisico / veiligheid

+ SA8000: arbeidsrechten

Na tal van reacties op de eerste versie van hun onderzoek op de website van P+, zeggen ze nu over twee grote namen die niet zijn geselecteerd: "In de praktijk wordt ISO 26000 en het certificaat van de World Fair Trade Organization veel ingezet. Het feit dat beiden niet zijn geselecteerd, wil niet zeggen dat deze niet waardevol kunnen zijn bij het stimuleren en ondersteunen van duurzaam ondernemen in organisaties. Ze bieden in onze ogen echter te weinig garantie om duurzaamheidsclaims te onderbouwen."

De Nooij en Van der Lijke over het MKB Keurmerk en het MVO Bedrijvenregister: “Deze labels zijn zo laagdrempelig dat er sprake kan zijn van greenwashing.”

De onderzoekers vonden in hun allereerste opzet ook een aantal bruikbare keurmerken geschikt voor bedrijfstakken en branches. We noemen er enkele.

+ Barometers: duurzame inkoop en bedrijfsvoering

+ Blauwe vlag: milieuonderscheiding stranden + jachthavens

+ Green Globe: toeristenindustrie

+ Green Key: horeca en hotelwezen

+ Groen label Kas: glastuinbouw

+ Transport +& Logistiek: toetsing managementsysteem

+ Maatlatten: verduurzamen aquacultuur + dierenwelzijn

+ Travelife: toeristische sector

+ Dakmerk: dakbedekking

Het is een steen in de vijver, dit voortschrijdende onderzoek. De Nooij en Van der Lijke realiseren zich dat: “Wij weten waar we aan zijn begonnen: er zit gedegen onderzoek onder. We gebruikten voor de selectie wetenschappelijke methoden. We zijn ermee begonnen omdat een vergelijkend onderzoek naar keurmerken en certificaten voor bedrijven ontbreekt. We hebben ons uiterste best gedaan om een goed en objectief oordeel te vellen, ook al is het wat ons betreft geen definitief eindoordeel. We willen hierover graag met bedrijven en organisaties in discussie.”

Reinier de Nooij en Judy van der Lijke-van Veen werken beiden sinds zes jaar als onafhankelijk duurzaamheidsadviseur bij diverse organisaties. Reinier is gepromoveerd in Milieukunde en gespecialiseerd in workshops en toolontwikkeling voor duurzaamheid. Judy is bedrijfskundig econoom met postdoctorale aanvulling op het gebied van duurzaamheid. Zij is gespecialiseerd in implementatie van MVO en duurzaamheidsverslagen.

De PDF waarin de onderzoekers hun rangschikking toelichten is ook beschikbaar: zie de linkerkolom, onderaan.

 





Reacties op dit bericht

Edwin Janssen ()
Allereerst dank, Judy en Reinier, voor het feit dat jullie je energie en tijd stoppen in een onderzoek wat cruciaal is voor versnelling van organisaties naar een duurzame samenleving. Het was ook fijn te lezen dat ook jullie overtuigd zijn van het Framework for Strategic Sustainable Development van The Natural Step, een tool die overigens naast duurzaamheidstool- analyse ook perfect voor verduurzaming van individuen, organisaties, product(ketens) en systemen kan worden ingezet, maar dat weten jullie wel. (Zie de TNS website voor cursussen, diensten en programma's gebaseerd op het raamwerk ;-) B-corp is getoetst op volledigheid op basis van het FSSD, toetsing is inderdaad niet systematisch maar op steekproef. Ik zou graag met jullie in gesprek komen om te zien op welke manier we kunnen samenwerken. Er zijn diverse initiatieven waar ik (deels) ook bij betrokken ben, Met vriendelijke groet, Edwin edwin.janssen@thenaturalstep.nl
Reinier de Nooij ()
Beste Hans Kröder, Hartelijk dank voor je reactie. Ons artikel was afgelopen maand nog in review en 'work in progress', maar nu vrijwel voltooid. Binnenkort zetten Judy en ik het op onze websites. In antwoord op jouw opmerkingen: - We hebben ondertussen ook gekeken naar de zelfverklaring ISO 26000. Het format en de onderbouwing zijn vastgelegd in de NPR 9026+C1, kortweg NPR 9026. Wat ons betreft hoort dit instrument thuis bij de richtlijnen voor gestandaardiseerde rapportage. - Het idee om keurmerken en certificaten inhoudelijk met elkaar te vergelijken was het startpunt van ons onderzoek. De selectie en classificering in het nu gepubliceerde artikel was daarvan de eerste stap. In een volgend artikel hebben we de instrumenten die een ondubbelzinnige inhoudelijke vergelijking mogelijk maken, omdat ze heldere minimumeisen hebben (type 8 en 9), vergeleken op een aantal niveau's en thema's. 1. Basisniveau: Aandacht voor MVO intern en extern, Pro-activiteit en Stakeholders. 2. Actie- en strategieniveau: Mens en Maatschappij, Financiële Gezondheid, Verspilling Voorkomen, Duurzame Energie, Schone Emissies en Cyclische processen en producten, Duurzaam Inkopen. 3. Integratieniveau: Transitie, Ketenbeheer en Gesloten Kringlopen. Het was veel werk maar we hebben nu de inhoud helemaal op een rij. Er zijn grote lacunes in het huidige veld van instrumenten. Dat laten we zien in een volgende publicatie. De onderbouwing en uitwerking van de bovengenoemde niveaus en thema's zijn weer twee andere artikelen die we dit najaar willen publiceren.
Hans Kröder ()
Beste auteurs, het is goed dat jullie het artikel hebben bijgesteld. Tevens goed dat ISO 26000 nu ook 'waardevol' wordt genoemd. Bij de classificering van 9 typen ontbreekt bij 4. Beeldmerk met self assessment zonder externe audit: Zelfverklaring ISO 26000 van NEN. Het overzicht kan veel meer waarde voor de lezer/gebruiker krijgen als de inhoudelijke kant van MVO ook wordt meegenomen. Bijv. door de 7 kernthema's van ISO 26000 als vergelijkingskolom op te nemen. Het is nu een overzicht van appels, peren en tomaten door elkaar. Kijk bijv. eens hoe ISO 26000 een dergelijke vergelijking wereldwijd heeft gedaan: zie Annex A1 en A2. Daarbij is niet alleen de inhoud (WAT) maar ook de implementatie (HOE) meegenomen. Wellicht goed om een keer de dialoog met de MVO normcommissie van NEN aan te gaan. Het nut en de duidelijkheid van dit overzicht kunnen worden vergroot. Dan heeft de lezer er echt wat aan.
Judy van der Lijke ()
Beste MVO scriptant. Mail me gerust op judy.vanderlijke@thesustainabilitycompany.nl. We verwachten het artikel in de loop van volgende week af te kunnen ronden.
MVO Scriptant ()
Herziening: Dit wil natuurlijk NIET zeggen dat ik The White Label van dezelfde waarde vindt als de MVO bedrijvengids.
MVO scriptant ()
Hebben jullie een indicatie wanneer het definitieve artikel verschijnt? Ik neem de GRI richtlijn wel mee in mijn onderzoek, doordat ik een andere afbakening hanteer in mijn onderzoek. Een essentieel onderdeel van een keurmerk is naar mijn mening de onafhankelijke externe verificatie en dit vindt bij een beeldmerk niet plaats. Er vinden inderdaad steeksproefsgewijs controles plaats, dit gebeurt echter door de White Label zelf. Dit wil zeggen dat ik The White Label van dezelfde waarde als het beeldmerk MVO bedrijvengids plaats. The White label is vanzelfsprekend betrouwbaarder door zowel de scan en de controles. Bedankt voor de info over de IMA MVO Norm. Ik heb verschillende MVO-richtlijnen en certificaten in een organogram weergegeven waarin ik onder andere onderscheid maak tussen beelmerken, keurmerken en MVO-richtlijnen. Dit om enige houvast te creeën in mijn onderzoek. Dit model en resultaten van mijn onderzoeksresultaten zou ik eventueel in overleg kunnen opsturen. Overleg hierover lijkt me handiger per mail o.i.d.
Judy van der Lijke ()
Beste MVO Scriptant, dank voor je reactie. Goed te lezen dat er door meerdere mensen onderzoek wordt gedaan. Hierbij een reactie op je vragen. Je hebt gelijk dat beeldmerken en keurmerken duidelijk uit elkaar gehaald moeten worden. Dat zullen we in het definitieve artikel ook doen. We zullen onze onderzoeksresultaten op een aangepaste manier gaan weergeven, waardoor enkele vragen van je beantwoord worden. GRI is een rapportage richtlijn en inderdaad niet certificeerbaar. De inhoud en verwijzingen opgenomen in de GRI tabel worden wel door een externe accountant gecheckt, maar niet ondertekend. De handtekening wordt alleen geplaatst onder de niet-financiële tekst in een jaarverslag. Daarnaast kent het invullen van de GRI indicatoren ook een grote vrijheid. Alles wat je er als bedrijf inzet, is in principe goed. De keus in hoe transparant je bent, wordt nergens voorgeschreven en verschilt dan ook aanzienlijk tussen organisaties. We zijn het niet met je eens dat The White Label een beeldmerk is. Bij dit label dient een scan ingevuld te worden, die steekproefsgewijs wordt gecontroleerd. De organisatie van de IMA MVO Norm heeft aangegeven dat zij - door ontwikkelingen in de markt - de activiteiten voor deze norm voorlopig stil leggen. Je schrijft dat je in je onderzoek gebruikt maakt van een model. We zijn benieuwd welk model je daarvoor gebruikt. Onze onderzoeksresultaten zijn verwerkt in het artikel. In een vervolgartikel zullen we de geselecteerde keurmerken, certificaten en richtlijnen afzetten tegen een robuust kader waarmee we ze met elkaar kunnen vergelijken.
Reinier de Nooij ()
Beste Rianne, Dank je voor de tip om ook het Milieubarometer Certificaat mee te nemen. Ik heb er eens naar gekeken en het voldoet aan onze selectie-eisen aangaande onafhankelijke toetsing. Een paar vragen: - wordt er alléén getoetst op resultaat (-5% impact) en acties t.a.v. een besparingsplan en intentieverklaring? - is de -5% eis een gemiddelde over alle parameters heen, of gaat het om minimaal 5% reductie per parameter? Alvast dank voor je antwoord.
Rianne van der Veen - Stichting Stimular ()
Een generiek MVO-certificaat dat niet in jullie onderzoek staat, maar er wel in past is het Milieubarometer Certificaat, zie http://www.milieubarometer.nl/certificaat. Dit is een duurzaamheidscertificaat voor alle branches, gericht op beloning van milieuprestaties. Onafhankelijk getoetst op basis van een transparant certificatieschema. Met als meetinstrument de Milieubarometer, die zo'n 2.000 gebruikers heeft in Nederland. Het Milieubarometer Certificaat voldoet dus volgens mij aan jullie criteria. Ik ben benieuwd of jullie het daarmee eens zijn.
Judy van der Lijke ()
Beste Gerard en Sannie, Via deze weg willen we jullie graag terugkoppelen dat we in de laatste reviewronde van ons artikel besloten hebben de sectorspecifieke keurmerken buiten ons onderzoek te laten. In ons vervolgonderzoek gaan we alleen in op de geselecteerde generieke MVO keurmerken, certificaten en richtlijnen voor een duurzame bedrijfsvoering. Het loont de moeite een apart onderzoek te wijden aan de sector specifieke keurmerken voor een duurzame bedrijfsvoering, maar voor nu laten we dat deel van het onderzoek rusten. We zijn bereid het deel va ons onderzoek naar sector specifieke keurmerken te delen met mensen die hier ook onderzoek naar (willen) doen. Wellicht kan een artikel hierover in co-productie worden geschreven.
Scriptant MVO ()
Goed om te zien dat er onderzoek wordt gedaan naar de verschillende keurmerken/richtlijnen en certificaten m.b.t. MVO. Ik ben op dit moment bezig met een vergelijkbaar onderzoek voor mijn scriptie waarin ik ook verschillende certificaten/richtlijnen en keurmerken onderzoek. Hierbij een aantal vragen en opmerkingen naar aanleiding van het artikel. Waarom wordt de optie niet meegenomen om een MVO-beleid van een organisatie te auditen aan de hand van de ISO 26000? Hetzelfde geldt voor hantering van de GRI met externe verificatie. Certificatie is niet mogelijk, maar middels een audit In mijn scriptie maak ik gebruik van een model om een duidelijk overzicht te geven van alle richtlijnen/ certificaten op het gebied van MVO. Ik denk dat in dit artikel ook een duidelijke splitsing van labels moet worden weergegeven tussen beeldmerken en keurmerken. Zo wordt in het artikel geconcludeerd dat er bij het MVO bedrijvenregister sprake kan zijn van greenwashing. Door onderscheid te maken tussen een beeldmerk (The White label en MVO bedrijvenregister) en keurmerken wordt meteen duidelijk dat er bij een beeldmerk geen externe verificatie plaatsvindt en daarmee een grotere kans is op greenwashing. Is er ook contact opgenomen met de uitgevende instanties van Keurmerk NL MVO, het MVO Groeikeurmerk, de IMA MVO norm en de Gold Standard? En wordt de IMA MVO norm nog uitgegeven? De enige certificerende instelling die vermeld staat op de site van de norm heeft zelf niets vermeld over de certificering van de IMA MVO norm maar wel over de MVO prestatieladder. Ik ben benieuwd of het mogelijk is om de onderzoekresultaten in te zien. Zeker omdat over dit onderwerp weinig literatuur beschikbaar is wat gericht is op verschillende certificaten/normen en richtlijnen.
Sannie Verweij ()
Dank voor jullie mooie vergelijking van duurzaamheidskeurmerken. Een inspirerende vergelijking die tot nadenken stemt. Ik praat graag eens met jullie verder over organisatie keurmerken versus gebouwkeurmerken. Ik maakte vorig jaar een infographic over de samenhang tussen een duurzaamheidskeurmerk voor het gebouw, en de beschikbare keurmerken voor de organisaties die in dat gebouw gehuisvest is. Organisatie en Gebouw blijken elkaar namelijk nogal te beïnvloeden. Zie de infographic hier: http://sannieverweij.nl/index.php/blog/item/infographic-duurzaam-vastgoed-instrumenten Ik zou dan ook willen aanbevelen om in een vervolg onderzoek ook de keurmerken GPR en BREEAM-NL (zowel voor nieuwbouw als In Use) mee te nemen. Waarbij BREEAM-NL In Use de meeste overlap heeft met verschillende organisatie keurmerken. Al deze keurmerken voldoen in ieder geval aan de door jullie gestelde selectiecriteria. Al is de vraag over GPR en BREEAM-NL Nieuwbouw wel organisatie keurmerken zijn. BREEAM-NL In Use heeft drie onderdelen, waaronder alleen twee delen die gaan over Beheer van het gebouw (= organisatie) en Gebruik van het gebouw (= organisatie).
Judy van der Lijke ()
Gerard, dank voor deze suggestie. Doen we!
Gerard Zwetsloot ()
Kijk ook eens naar het SSK keurmerk voor supermarkten zie: http://www.supersupermarkt.nl/
Judy van der Lijke ()
Beste Hilde, Voor het kader dat we ontwikkeld hebben om de keurmerken met elkaar te kunnen vergelijken, hebben we gebruik gemaakt van het Framework for Strategic Sustainable Development van TNS. Het is de enige duurzaamheidsfilosofie die we voor deze exercitie robuust genoeg vinden. Daarnaast hebben we toonaangevende al bestaande scans, tools en checklists bestudeerd, te vinden op internet en in literatuur.
Wim Uljee - SMK (Stichting Milieukeur) ()

Beste auteurs, Wij lazen uw naschrift met de mededeling dat de productkeurmerken zijn verwijderd uit de resultaten in de PDF-bijlage. Willen jullie zo vriendelijk zijn om daarom ook het 'resultaat' Milieukeur in het intro van het artikel te verwijderen? Bedoeld wordt het overzicht met de 11 systemen ['Milieukeur: productkenmerk (schept verwarring)]'

Hebben we gedaan, red. 

Hilda Feenstra ()
Een keurmerk is een middel. Het doel is om de bedrijfsvoering duurzaam te maken, in het belang van de continuïteit van de onderneming. De genoemde keurmerken hebben ieder hun unieke eigenschappen maar ze hebben ook allemaal één ding gemeen, namelijk dat ze geen van allen leiden tot integrale en volledige duurzaamheid. Om binnen dit woud van keurmerken en richtlijnen samenhang te creëren, heb je een raamwerk nodig die dat mogelijk maakt. Dat maakt de kans op succes bij de inzet van al die tools vele malen groter en zorgt daarmee voor versnelling van de duurzame ontwikkeling van onze samenleving. Het enige raamwerk dat ik ken (en waar ik dus mee werk) waarmee dit kan worden bereikt, is The Natural Step. Ik begrijp uit het artikel dat de onderzoekers hier inderdaad gebruik van hebben gemaakt, naast andere frameworks. Ik ben benieuwd welke.
Judy van der Lijke ()
Beste Ronald, Dank voor je uitgebreide reactie. Heel fijn je feedback! De wereld van keurmerken, certificeerbare management systemen en richtlijnen kent voor jou als MVO specialist weinig geheimen meer zo te lezen. Maar het gros van de bedrijven heeft dat inzicht en overzicht wat jij hebt, (nog) niet. Het doel van ons onderzoek is om juist die bedrijven te helpen door de bomen het bos weer te zien. Als MVO specialisten zoals jij, Folkert, Julia en Nelleke dan de moeite nemen ons te helpen met feedback, is dat ontzettend plezierig. Terechte opmerkingen waar we zeker wat mee kunnen. We passen de versie van het artikel momenteel aan, en zullen onder meer duidelijker uiteenzetten welke onderzoeksstappen we hebben genomen en waarom we bepaalde keuzes hebben gemaakt. Reinier schreef het al in zijn reactie op de blog van Nelleke Jacobs. Systemen als keurmerkensystemen hebben de neiging om steeds complexer te worden en uiteindelijk verdere groei af te remmen. Dat zie je al volop gebeuren, en in ons artikel signaleren we dat ook. Met Reinier werk ik tevens aan een kader voor duurzaamheid van organisaties dat structuur biedt en flexibel is. We hebben de geselecteerde keurmerken aan dit kader gekoppeld en creëren daarmee inzicht voor organisaties, die al één of meerdere keurmerken hebben, om in één keer te zien wat dat in ruimer perspectief betekent. Zo maken we bijvoorbeeld inzichtelijk dat ISO14001 en de CO2 prestatieladder aanzienlijk meer MVO onderwerpen raken dan alleen milieu respectievelijk CO2 management. Een veelgehoorde opmerking van MVO koplopers is dat keurmerken voor hen een glazen plafond creëren, omdat ze zich hiermee niet van concurrenten met hetzelfde keurmerk kunnen onderscheiden. Zij doen meer dan het betreffende keurmerk voorschrijft en meer dan hun concurrent, maar kunnen dat nergens laten zien. Met de koppeling die we nu gemaakt hebben tussen keurmerken en het ontwikkelde kader bieden we hen de ruimte om de meerwaarde van hun MVO inspanningen ten opzichte van behaalde keurmerken zichtbaar te maken. Naast ons onderzoek naar keurmerken en richtlijnen voor een duurzame bedrijfsvoering, hebben we een vergelijkbaar onderzoek gedaan naar keurmerken voor duurzame producten. Over die resultaten zullen we een separaat artikel schrijven.
Ronald Stiefelhagen ()
Het is erg nobel en waardevol om te proberen wat structuur te scheppen in de duurzaamheid standaarden die er zoal in omloop zijn. Dat er een veelheid aan duurzame productlabels is ontstaan - waardoor met name de consument het spoor enigszins bijster is - is denk ik wel een terechte conclusie. De mening dat dit ook zou gelden voor standaarden die een duurzame bedrijfsvoering van een organisatie beschrijven, deel ik echter niet. Evenmin dat “de ISO 26000 niet deugdelijk is voor het verduurzamen van de bedrijfsvoering” (ik reageer vanzelfsprekend op het P+ artikel hierboven, omdat dat nou eenmaal het grote publiek bereikt). Door alle genoemde standaarden (onterecht) als een homogene groep te beschouwen (hierboven: “32 management systemen”) loop je het gevaar juist eerder verwarring te creëren in tegenstelling tot het bieden van de beoogde duidelijkheid. Allereerst zou ik het onderscheid tussen productlabels enerzijds, en standaarden die verduurzaming van de bedrijfsvoering beschrijving anderzijds, scherp uit elkaar houden. Voor wat betreft de standaarden die betrekking hebben op de bedrijfsvoering van een organisatie: we onderscheiden certificeerbare management systemen (MVO Prestatieladder), richtlijnen (bijvoorbeeld: ISO 26000), en keurmerken (bijvoorbeeld: BOVAG Erkend Duurzaam). Door bijvoorbeeld in het commentaar hieronder weer naar de ISO 14001 (NB: een certificeerbaar milieu management systeem) als een “keurmerk” te verwijzen, helpt m.i. niet om de gewenste duidelijkheid te verschaffen. Als het gaat om standaarden die het volledig inrichten van een duurzame bedrijfsvoering beschrijven is het eigenlijk best overzichtelijk. Dat zijn de ISO 26000 (richtlijn) en de MVO Prestatieladder (certificeerbaar management systeem). Wij ondersteunen onze klanten met beide instrumenten. Klanten kiezen voor een van beide standaarden om heel duidelijke redenen, of in enkele gevallen voor beide tegelijk. De ISO 26000 richtlijn hebben wij in de praktijk als zeer bruikbaar ervaren voor het verduurzamen van een bedrijfsvoering; al vanaf de draft fase van deze richtlijn hebben we deze in zijn volledigheid gehanteerd bij uiteenlopende klanten. Het uitbrengen van een NPR9026 zelfverklaring heeft daar een dimensie aan toegevoegd die beantwoordt aan een duidelijke marktvraag. Wel blijven wij pleiten voor het promoten van een externe verificatie hiervan. Ook met het bereiken van een aantoonbare verduurzaming van de bedrijfsvoering door het toepassen van de MVO Prestatieladder hebben wij zeer goede ervaringen in de markt. Maar blijkbaar roept deze standaard geen discussie op in genoemd onderzoek. Eventueel zou je op een meer strategisch (hoger abstractie) niveau hier nog enkele andere standaarden zoals de OECD richtlijnen of zelfs de UN Global Compact aan toe kunnen voegen, maar dan nog is het een zeer beknopt en helder lijstje. Alle andere genoemde standaarden die betrekking hebben op de bedrijfsvoering (dus niet op een product) van een organisatie richten zich namelijk specifiek op een MVO deelgebied. Bijvoorbeeld: de AA1000 alleen op stakeholder betrokkenheid, OHSAS18001 alleen op veiligheid, ISO 14001 alleen op milieu, CO2 Prestatieladder alleen op CO2 management, en ISO 9001 is een algemeen kwaliteit management systeem. Overigens zijn de meeste van deze standaarden in de ISO 26000 en MVO Prestatieladder verwerkt (als brondocument of inspiratiedocument). Zie dit betoog als opbouwende kritiek, want ik juich zoals hierboven gezegd het initiatief toe. Wat het onderzoek in ieder geval al bijdraagt is dat het een overzicht probeert te bieden van welke duurzaamheid standaard waarover gaat.
Reinier de Nooij ()
Als aanvulling op mijn eerdere reactie: feitelijk hebben we drie zeven gehanteerd: 1. Welke keurmerken hebben betrekking op duurzaamheid? Hier duiken ISO 26000 en AA1000 vaak op in lijsten op het internet. 2. Welke keurmerken zijn voor organisaties bedoeld? Dan kom je ook productkeurmerken als Milieukeur en C2C tegen. Bij Milieukeur werd duidelijk dat het zich echt beperkt tot producten, terwijl C2C ook op organisatieniveau eisen stelt. 3. Welke hebben een eisenstellende norm en onafhankelijke toetsing? Dan vallen weer een heel stel af. In de presentatie van de resultaten zouden we dit proces duidelijker weer kunnen geven. We hebben er nu voor gekozen om de redenen van afwijzing als keurmerk of certificaat in de bijlage in een tabel op te nemen.
Reinier de Nooij ()
Beste Folkert, Julia, Ik was zelf ook enigszins verbaasd over de oorspronkelijke formulering van de eerste zin van dit webartikel ("Het keurmerk ISO 26000 is niet deugdelijk...") . In ons artikel geven we juist aan dat ISO 26000 geen keurmerk is. Dat is voor de ingewijden wellicht een open deur, maar voor veel anderen niet. ISO 26000 is inderdaad een zeer bruikbaar instrument voor verduurzaming van organisaties met hun bedrijfsvoeringen. Alleen zegt het feit dat een bedrijf zegt dat het ermee werkt an sich niet zo veel. Je weet dan niet of er werkelijk wat gedaan wordt, en ook niet wat precies. Een keurmerk zoals ISO 14001 geeft dat wél aan. Toch heten ze allebei ISO en dat geeft verwarring. Verder hebben jullie gelijk dat de twee onderzoeksvragen door elkaar lopen in onze resultaten. Wat mij betreft heeft Jan Bom ons artikel op deze site gezet bij wijze van peer review. Dank jullie voor de feedback, ik zal het verwerken.
Julia Chatelain ()
Dag Judy, in het artikel staat: “Het keurmerk ISO 26000 is niet deugdelijk voor het verduurzamen van de bedrijfsvoering” en dat er “32 beschikbare keurmerken” zijn onderzocht. Opvallend aan dit artikel is dat jullie richtlijnen oormerken als keurmerken en naderhand weer aangeven dat het een richtlijn is, maar het niet deugdelijk is als keurmerk. Het was toch al geen keurmerk? Erg verwarrend dat dit elke keer door elkaar wordt gehaald. Vandaar dat ik me aansluit bij de reactie van Folkert van der Molen: is er onderzocht welke richtlijnen en/of tools nuttig zijn bij het verduurzamen van een organisatie? Of is er onderzocht welke labels/keurmerken er zijn om zaken aantoonbaar te maken voor stakeholders? Dit zijn twee geheel verschillende onderzoeksvragen. De eerste vraag gaat over implementatie waarbij externe toetsing niet aan bod komt en een toetsingsschema niet nodig is. De tweede vraag geeft aan of een onderneming middels een keurmerk duurzaamheidsclaims aannemelijk kan maken. Mij lijkt nu dat er onderzoek is gedaan naar vraag 1 en met de resultaten antwoord wordt gegeven op vraag 2. Of andersom. Tot slot is er dus helemaal geen slecht nieuws maar juist goed nieuws: ISO26000 is een richtlijn en geen keurmerk! Wat eveneens geldt voor AA1000 overigens.
Folkert van der Molen ()
Dag Judy, uiteraard heb ik de pdf van het artikel gelezen. Kan inderdaad zijn dat het deels veroorzaakt wordt door bovenstaand artikel, maar ook in jullie eigen artikel is de gebruikte terminologie niet juist. Normen, certificaten en keurmerken worden her en der foutief gebruikt, terwijl een gangbare benaming ''certificeerbaar managementsysteem' ontbreekt. Misschien goed om jullie artikel nog eens m.b.v. het NEN te reviewen. Overigens ontbreekt de ''zelfverklaring ISO 26000'' van NEN. Enkele bedrijven hebben een dergelijke zelfverklaring (of het onderliggende reference manual) ook weer onafhankelijk laten toetsen.
Judy van der Lijke ()
Beste Folkert en anderen, Naar aanleiding van je reactie vroeg ik me af of je het artikel zelf hebt gelezen? Daarin zul je zien dat wij niet beweren dat ISO 26000 niet bruikbaar zou zijn voor verduurzaming van een bedrijf. Noem het dichterlijke vrijheid van de redactie om dit zo scherp te formuleren. Ons onderzoek is bedoeld om helderheid te brengen in het land der keurmerken, certificaten en richtlijnen. En ons onderzoek gaat verder. In een volgend artikel zetten we de geselecteerde keurmerken af tegen zeven MVO thema's, zodat duidelijk wordt waar welk keurmerk of certificaat daadwerkelijk waarde toevoegt. Dan wordt overzichtelijk waar een keurmerk precies voor staat en welk aspect van de duurzame bedrijfsvoering hiermee wordt afgedekt. Mag ik je uitnodigen het artikel zelf te lezen?
Folkert van der Molen ()
Dag Judy het is een andere onderzoeksvraag of bedrijven ISO 26000 percipieren als een keurmerk. De conclusie in bovenstaand artikel: 'het keurmerk ISO 26000 is niet deugdelijk voor het verduurzamen van de bedrijfsvoering' is van geheel andere orde. Nogmaals: het blijkt in de praktijk juist wel heel deugdelijk te zijn om de MVO strategi/beleid op te enten (en daarbij geen onderwerpen over het hoofd te zien bv) en draagt daarmee dus juist wel bij aan het verduurzamen van de bedrifjsvoering. Een goed verslag van onderzoek geeft weer wat de onderzoeksvraag is, de gehanteerde onderzoeksmethode, wat de uitkomsten zijn en welke conclusies je hieraan kunt verbinden.Als daar een keurmerk voor te verkrijgen is, dan denk ik niet dat die voor dit onderzoek afgegeven zal worden :-)
Judy van der Lijke ()
Beste Folkert, dank voor je reactie. Dat is ook precies wat we willen aangeven: ISO 26000 is geen keurmerk, terwijl veel bedrijven dat wel denken. Met ons onderzoek en het artikel willen we helderheid creëren in het speelveld van de vele keurmerken, certificaten en richtlijnen.
Folkert van der Molen ()
Tja, ISO 26000 is geen norm maar een richtlijn. En een zeer bruikbare ook blijkt in de praktijk. Er is goed over nagedacht en als een bedrijf een goed onderbouwd MVO beleid/stratregie wil formuleren, is het een zeer bruikbare richtlijn. Heb je een onderzoek nodig om te kunnen concluderen dat een richtlijn (dus geen norm), geen eisenstellende norm met certificering is en daarom niet bruikbaar zou zijn? Hoezo? Het is daar immers ook niet voor bedoeld. Hebben de onderzoekers bedrijven bevraagd die ISO 26000 hebben toegepast? Wij ervaren in onze adviespraktijk dat de richtlijn wel degelijk goed bruikbaar is. Tja, inderdaad niet voor behalen van een certificaat.