Skip to main content
P+ Logo
Best Practices voor een duurzame toekomst
18 november 2004

Sneller vergunning voor natuurliefhebbende baksteenfabrieken

Twintig jaar geleden was het een rommeltje langs de grote rivieren. Nadat de industrie grote putten voor kleiwinning had gegraven, stortten gemeenten het vol met huisvuil en dekten het af met landbouwgrond. Op die rijke grond konden boeren vervolgens intensieve landbouw bedrijven. Met de natuur als grote verliezer. Stichting Ark kreeg dat als een van de eersten in de gaten. Sinds 1989 maakt ze zich sterk voor natuur- en landschapsontwikkeling. Samen met het WNF slaagde het erin de baksteenindustrie te overtuigen van de noodzaak veel preciezer en gerichter te graven. "Als je het oude patroon van ruggen en geulen van de rivier blootlegt", gaat Helmer verder, "kan je zowel klei winnen als de waterstand van de rivier verlagen. Daardoor krijgen allerlei organismen een kans zich te ontplooien. In poelen kunnen vissen paaien, moerasplanten als riet, gentiaan en fonteinkruid wortelen en watervogels toevlucht zoeken. Grazers als paarden, runderen en reeën zorgen er vervolgens voor dat het stromingsgebied niet in een bos verandert, maar afwisselend blijft." Ondernemingen als Bienerberger, Bowegro en Delgrom (een dochter van Grontmij) hadden snel door dat verantwoord ondernemen winst oplevert. En niet alleen om hun imago op te poetsen. Tegenwoordig krijgen ze vrij gemakkelijk vergunning om in de Millingerwaard, bij slot Loevesteijn en in de Loowaard klei te winnen. En dat zijn toch gebieden variërend van 200 hectare (Loowaard) tot 650 hectare (Millingerwaard). De afgelopen vijftien jaar is er zo jaarlijks honderd hectare natuur bijgekomen. En vanzelfsprekend baksteen, zoals die voor het stadsvernieuwingsproject Hoogvliet in Rotterdam. Webtip P+: Stichting Ark
Wil je ook onze gedrukte Marktboeken over een duurzame toekomst ontvangen?
Abonneer je dan hier