Skip to main content
P+ Logo
Best Practices voor een duurzame toekomst
04 november 2005

Europese landen tellen groene stroom dubbel

Axel Posthumus, adviseur van windmolencoöperatie 'Windunie', schetst het dilemma als volgt: "Moeten we de productie of het gebruik als bijdrage bij de milieudoelstelling tellen? Als we de consumptie van circa drie miljoen groene stroomklanten aan ons land toekennen, dan zouden landen waar we deze stroom uit importeren, dat niet moeten doen. En daar zit 'm nu de crux: dat doen ze wel." Met de handel in certificaten heeft de organisatie RECS geen probleem. "Maar met het verzwijgen van dubbeltellingen wordt de transparantie in de markt voor groencertificaten verstoord. De consument dénkt alleen maar dat aankoop van duurzame stroom tot nieuw vermogen leidt", zegt Peter Niermeijer. In Nederland zijn de zaken rondom GvO's uitstekend geregeld. We hebben, als enige in Europa, dubbeltellingen tot economisch delict gemaakt. Bij duurzame stroomverkoop moet elke GvO voor 100 procent bij CertiQ, een onafhankelijke certificeringsinstelling, worden ingeleverd ('redeeming' in vaktaal). Andere landen zijn daarin gemakkelijker. Daar wordt duurzame stroom aan verschillende partijen en onder diverse certificaten verkocht wat voor de gewraakte dubbeltellingen zorgt. Het gaat om aanzienlijke percentages: Noorwegen exporteert zo'n 90 procent van haar waterkracht terwijl Nederland een slordige kwart van al haar duurzame stroom juist invoert. Niermeijer: "Ook als Nederlanders geen geïmporteerde duurzame stroom - vooral uit waterkracht of biomassa - zouden afnemen, draaien de installaties in Denemarken, Noorwegen en Zweden wel door. Het levert geen extra duurzaam vermogen op." RECS heeft de EU commissie daarom aanbevolen niet alleen de productie maar ook de consumptie in de boeken op te voeren. "Nationale overheden", staat in hun 'position paper', "zullen hun doelen opnieuw moeten formuleren als een percentage van het totale verbruik van duurzame stroom." "En", zo voegt Niermeijer eraan toe, "mét de consumptie de GvO vernietigen." Maar er is nog een andere manier om het handelsprobleem met certificaten te omzeilen: hou zowel de productie als consumptie in eigen land. Tot nu toe heeft uitsluitend windmolencoöperatie 'Windunie' het stroomproduct gelabeld. "Bij Windunie staat de GvO op naam van de consument", zegt Posthumus. "Want alleen met een rechtstreekse relatie tussen opwekker en klant draag je bij aan meer duurzaam vermogen in eigen land." P+ Webtip: het dubbeltelrapport (PDF)
Wil je ook onze gedrukte Marktboeken over een duurzame toekomst ontvangen?
Abonneer je dan hier