Skip to main content
P+ Logo
Best Practices voor een duurzame toekomst
05 maart 2008

'Maak bevolking eigenaar van windturbines'

Chinees windparkMinister Cramer (VROM) zit in een lastig parket. Aan de ene kant moet ze ervoor zorgen dat het aandeel duurzame energie in onze energiemix aanzienlijk stijgt. Dat kan ze vrijwel alleen door meer windvermogen te laten opstellen. Aan de andere kant is ze ook verantwoordelijk voor het aanzien van ons landschap. Vorige maand haalde ze, op basis van die laatste verantwoordelijkheid, een streep door de plannen voor vier windmolens langs de A12 bij Woerden. En kreeg ze de wind van voren in de Tweede Kamer en van de windenergielobby.

Ondertussen moet er wel meer windvermogen worden opgesteld, daarvan zijn alle partijen overtuigd. Rond de eeuwwisseling had Nederland nog een prachtige uitgangspositie op ons deel van het continentaal plat. Daar kan in 2020 een slordige 6000 Megawatt aan windturbinevermogen verrijzen. De vergunningen worden echter al jarenlang door de scheepvaartindustrie tegengewerkt (terwijl plaatsing van olieplatforms gemakkelijk ging). Als gevolg daarvan is ons land, met een schamele 228 Megawatt uit twee windparken op zee, naar de twaalfde plaats in de wereldranglijst voor gerealiseerd windvermogen gedonderd.

Minister Cramer wil het aandeel windvermogen op land dan ook verdubbelen, van 1500 naar 3000 Megawatt. Dat betekent circa vijfhonderd enorme windturbines van drie Megawatt erbij. Maar waar moet ze deze realiseren? Haar ministerie heeft een begin gemaakt met de Landelijke Uitwerking Windenergie (LUW), een plan dat in de loop van het jaar zal moeten resulteren in een landkaart met daarop lokaties waar grootschalige windparken landschappelijk inpasbaar zijn.

Jaap Langenbach, al decennia werkzaam in de realisering van windvermogen in Nederland, kan het haar bijna op een briefje geven. "Superparken lukken niet", zegt hij gedecideerd. "Dat heeft onze windgeschiedenis inmiddels wel uitgewezen. Tachtig Megawatt bij Delft werd grandioos weggestemd. Alleen op de Maasvlakte, in de Flevopolders en in Groningen is nog ruimte." Hij ziet daarom veel meer in een bottom up benadering, ofwel het stimuleren van lokale initiatieven. "We moeten de gaatjes in het landschap zoeken. Een goede aanpak is het scheppen van lokaal draagvlak", aldus Langenbach.

En Johan Swager, mede-oprichter van investeringsmaatschappij Meewind die windparken op zee gaat realiseren, kopt hem erin. "In de Spaanse provincie Galicië kende men dit probleem ook. Veel windturbines, veel tegenstand. Daar heeft de overheid de stelregel dat projectontwikkelaars pas hun plannen mogen indienen als de plaatselijke bevolking voor dertig procent eigenaar van de molens wordt. Een aanpak die succesvol is gebleken."

En als een provincie, neem Utrecht, over weinig wind maar veel tegenstand beschikt? Dan kan de lokale overheid, die immers de regie over windenergie voert, de handen ineen slaan om in de provincie de meest geschikte windlokatie te vinden. "Negentien gemeentes in Noord-Brabant hebben dat al gedaan", besluit Swager. "En heb je als gemeente echt geen mogelijkheden, dan koop je toch een plek op de Noordzee om je doelstelling daar te halen?"


P+ webtips:

gerealiseerd windvermogen Nederland (Senter Novem)

investeringsmaatschappij Meewind

Wil je ook onze gedrukte Marktboeken over een duurzame toekomst ontvangen?
Abonneer je dan hier