Skip to main content
P+ Logo
Best Practices voor een duurzame toekomst
17 april 2010

Proefschrift: Druk van buiten stimuleert MVO-beleid

Een van de casussen die Van Huijstee uitdiept is het langlopende conflict tussen Rabobank en Milieudefensie over de financiering van het omstreden palmoliebedrijf Wilmar Ltd in Indonesië. Ze sprak hiervoor met diverse mensen van de Rabobank en Milieudefensie en kreeg inzage in interne stukken van de bank. Daaruit blijkt dat er steeds externe druk nodig was om de bank tot een volgende stap te bewegen. Ook maakt deze zaak duidelijk hoe de kijk van Nederlandse banken op maatschappelijk verantwoord ondernemen veranderde. Aanvankelijk vatten ze MVO op als verantwoord gedrag ten opzichte van eigen werknemers en klanten, het verminderen van hun interne ecologische voetafdruk en het aanbieden van speciale, duurzame financiële diensten. Door de externe druk verbreedde MVO zich naar verantwoordelijkheid nemen voor het gedrag van klanten (indirecte verantwoordelijkheid). Door de externe druk ontwierp de Rabobank een engagement strategie voor risicovolle investeerders. Het contact met ngos kwam in handen van een pro-actieve issue manager, die direct onder de MVO-directeur kwam te werken. Deze betere inbedding van het MVO-beleid wierp zijn vruchten af toen de Rabobank besloot sojaboeren in Zuid-Amerika te gaan financieren. Milieudefensie en andere organisaties waren hierover bezorgd en werden direct uitgenodigd op het hoofdkantoor van de bank. Na intensief contact had de Rabobank binnen de kortste keren een vergaand sociaal en milieubeleid ontworpen, met uitsluitings- én kwalificatiecriteria. In de palmoliesector bleef het daarentegen rommelen, ook nadat de Nederlandse banken een palmolie-code hadden aangenomen. Milieudefensie eiste keer op keer meer transparantie en vond in de steeds sterkere en zelfbewuste MVO-afdeling van de Rabobank een bondgenoot. Maar die stuitte op verzet van de Aziatische Rabobank. Dat had te maken met de zwakke positie van de Rabobank in Azië (meer concurrentie) en de relatieve onbekendheid met ngos in Azië. Het afgedwongen pro-actieve MVO-beleid van de Rabobank opende de deur voor wat Van Huijstee "private verantwoordelijkheidsarrangementen" noemt: gestandaardiseerde samenwerkingsverbanden tussen bedrijven en gematigde ngos. Zo ontstonden de Round Tables voor palmolie en soja, waarin wordt getracht samen te werken met alle bedrijven in de keten. Radicale ngos als Milieudefensie doen hieraan niet mee, maar acteren als waakhonden. Deze casus laat volgens Van Huijstee, werkzaam bij SOMO (Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen), zien dat een ngo succesvol verschillende rollen kan spelen (samenwerking én conflict) ten opzichte van een en dezelfde tegenspeler. Bedrijven die niet bekend zijn bij consumenten, zijn relatief ongevoelig voor acties van kritische groeperingen, en ontsnappen aan de druk om aan private verantwoordelijkheidsarrangementen deel te nemen. De onderzoekster benadrukt dat ngos en bedrijven de hulp van overheden nodig hebben om maatschappelijk verantwoord ondernemen breed in het bedrijfsleven te internaliseren.Op de website van SOMO is nog niet het proefschrift, maar wel tal van andere onderzoeken van Mariëtte van Huijstee te vinden, onder andere naar de vraag welke producenten van mobieltjes eigenlijk weten waar ze grondstoffen vandaan komen. P+ webtip: Mariëtte van Huijstee

Wil je ook onze gedrukte Marktboeken over een duurzame toekomst ontvangen?
Abonneer je dan hier