Skip to main content
P+ Logo
Best Practices voor een duurzame toekomst
08 oktober 2011

Jan Jonker: De 7 Wegen naar een Groene Economie

Weg 1. Meervoudige waardecreatie
Meervoudige waardecreatie is een leidend beginsel van productie. De kern van dit principe is dat er een ander, genuanceerder winstbegrip gehanteerd wordt, waarin niet alleen het financiële resultaat van een onderneming een plek heeft. De bijdrage aan het oplossen van maatschappelijke issues komt daarmee meer centraal te staan, veel meer dan het maximaliseren van financieel rendement of ego. Deze meervoudigheid draagt bij aan de robuustheid van de onderneming en dempt onze neiging tot suboptimalisering, waarbij ieder voor zich het beste probeert te realiseren zonder daarbij de negatieve effecten voor anderen in beschouwing te nemen. Robuustheidsdenken draagt bij aan continuïteit en benadrukt het feit dat ondernemingen geen losstaande entiteiten zijn, maar een integraal deel van de maatschappij. Als efficiency écht in conflict komt met robuustheidsdenken, dan wint in de regel de laatste.Weg 2. Achterblijvers financieren innovatie
Heffingssystemen (belastingen, premies, heffingen) functioneren zodanig dat achterblijvers bijdragen aan de inspanningen en het risico van de voorhoede. Voorbeelden zijn gemakkelijk te bedenken: grijze energie wordt duurder om mee te betalen aan het aanloop- en innovatierisico van groene energie. Nieuwe proteïneproducten worden in de startfase mede gefinancierd door varkensvleesomzet. Er wordt geregeld dat de moeilijkste innovatiefasen vereenvoudigd worden via kruisfinanciering. Dit is een relatief eenvoudige manier om onzichtbare maatschappelijke kosten, zoals vervuiling en uitputting van grondstoffen, mee te laten wegen in de prijs vorming.Weg 3. Een hernieuwde balans tussen lokaal en globaal
Er is een hernieuwde balans tussen lokaal en globaal. Als zaken invloed hebben op wat zich lokaal afspeelt, maar de lokale of regionale organisaties kunnen er geen invloed op uitoefenen, dan dreigt vervreemding. Een voorbeeld is het "footloose" kapitaal dat via valutabeurzen over de wereld flitst. Een mede daaruit voortkomende kredietcrisis raakt lokale gemeenschappen, maar die beschikken niet over mogelijkheden hun belangen te verdedigen. Lokaliseer dus waar het kan en zinvol is. Voorbeelden zijn te vinden in nieuwe regionale entiteiten rond energie, gezondheid of voedsel.Weg 4. Totale kosten van bezit zijn leidend
De totale kosten van bezit (Total cost of ownership, TCO) zijn het uitgangspunt, niet alleen de aanschaf- of verkoopprijs. Dit houdt in dat bedrijven en consumenten zich mede verantwoordelijk voelen voor wat er verderop of terug in de keten gebeurt. Voorbeelden zijn te vinden in energie- of watergebruik en "embedded" grondstoffen over het hele levensloop-netwerk. Verantwoording systemen zijn hierop ingericht.Weg 5. Cyclisch gebruik van grondstoffen
Er wordt gedacht in vérgaande levenscycli: cyclisch gebruik van grondstoffen waarbij afstanden bovendien kort gehouden worden (close-loops). Producenten realiseren zich dat hun grondstoffen voortkomen uit afval uit een vorige schakel, en dat hun restproducten weer voedsel zijn voor de volgende. Belastingsystemen zijn hierop ingericht voor alle betekenisvolle materiële stromen: automobielen, voeding, wasmachines, drinkwater, huizen, energiedragers...Weg 6. De vervuiler betaalt
Het aloude principe "de vervuiler betaalt" wordt rigoureus doorgevoerd. Organisaties gaan rekening houden met directe aansprakelijkheid op daden die het milieu op korte of lange termijn schade berokkenen, ook als de schade pas veel later optreedt.Weg 7. Vrijheid om verantwoord te handelen
Zoveel mogelijk keuzevrijheid bij producenten en consumenten, mits ze in hun doen en laten aan deze principes voldoen. De overheid moet zo weinig mogelijk sturen door middel van verboden of voorgeschreven middelen, methoden of technieken, maar duidelijke en ambitieuze doelen en kaders geven. Dit geeft burgers en bedrijven de vrijheid om verantwoord te handelen. De doelen en kaders kunnen gebaseerd zijn op bestaande governance frameworks, zoals het Earth Charter en het mensenrechten framework van Ruggie. Controlemechanismen (juridisch, intervisies, zelforganisatorisch) zijn eerder principle-based dan legalistisch, want strikte wetgeving ijlt vaak na en belemmert op die manier innovatie.Het volledige artikel is hier te downloaden als PDF.P+ webtip: Jan Jonker

Wil je ook onze gedrukte Marktboeken over een duurzame toekomst ontvangen?
Abonneer je dan hier