24 Sep 2021

AgroFair: Op naar de voedselbosbanaan

Hans-Willem van der Waal Agrofair

Directeur Hans-Willem van der Waal van AgroFair staat in dit jubileumjaar voor een kruispunt van wegen. Gaat de wereld naar een met gentechnieken bewerkte bananenplant, die resistent is tegen de onuitroeibare bodemschimmel? Of gaan de Fairtrade boeren hun bananenplantages inrichten als voedselbossen? De levens van vele duizenden bananenboeren hangen van deze keuze af.

Van der Waal staat als directeur van de grootste Fairtrade en biologische bananengroothandel in Europa voor een gigantische opgave. Alles wat de afgelopen 25 jaren door AgroFair is opgebouwd staat op het spel. Niets is zeker. 

De vierde generatie van de bodemschimmel met de naam TR4 rukt op in de Zuid-Amerikaanse landen en verwoest net als een eerdere variant ook nu weer bananenplantages, zowel in Colombia als in Peru. Er kan niet tegen gespoten worden, zoals tegen insecten of andere schimmels die de bladeren aantasten. Daar kun je nog met een sproeivliegtuig overheen. Deze fungus zit onbereikbaar in de grond, om zich van daaruit te voeden met de wortels van de bananenplant. Vooral in monoculturen is de banaan weerloos tegen deze schimmel. Besmette plantages in Colombia en Peru zijn al quarantainegebied geworden.

Van der Waal (1970) put hoop uit een ervaring die hij opdeed in Costa Rica. Daar zag hij met eigen ogen dat het vijftig jaar geleden opgeruimde bananenras ‘Gros Michel’ niet volledig is uitgeroeid door die eerste versie van de huidige schimmel. 

In de P+ Special over het jubileum van AgroFair toont hij foto’s: ”Aan de overkant van het water zie je het land van de inheemsen. Daar zie je de bananen al groeien. Tussen de cacaostruikjes en de bomen van het bos. En dat is dus inderdaad die uitgestorven banaan. Die groeit daar zonder kunstmest en zonder chemische bestrijdingsmiddelen gewoon door. Het verhaal wil dat deze bananen als plantjes zijn meegenomen toen de werkers werden ontslagen omdat de plantages met ‘Gros Michel’ werden opgeruimd. Ze moesten thuis toch nog iets te eten hebben, zonder loon om voedsel te kunnen kopen. Daar tussen al die andere gewassen in hun eigen tuintjes bleek de banaan geen last meer van de schimmel te hebben. Ik had hierover gehoord. Ik wilde dit heel graag zelf zien.”

Van der Waal hoopt dat er lering getrokken wordt uit het voorbeeld van de Costa Ricanen die de met uitsterven bedreigde  bananensoort op hun eigen akkers wisten te redden: “Hier is men niet alleen met die banaan bezig, maar ook met cacao en andere voedingsgewassen. Die mengteelt kun je verder uitbreiden. Je kunt er ook acaciabomen tussen zetten, ook al duurt het lang voordat je het hout kunt verkopen. In West-Afrika, waar ik een paar jaar woonde, groeit een acacia-achtige boom die ook zaden oplevert met een enorm hoog eiwitgehalte. Als je die fermenteert, kun je er een soort Maggi van maken. In Afrika wordt daarmee gekookt, maar worden de zaden ook als vleesvervanger gebruikt. Ik zit aan dit soort mogelijkheden te denken. Er kan van alles, maar het zal de banaan wel duurder maken.”

AgroFair weet ook dat de grote plantages aan een andere oplossingen denken: het door middel van genetische modificatie resistent maken tegen de bodemschimmel van het huidige exportras Cavendish. Van der Waal: “Daar wordt nu al aan gewerkt. Ze hebben in een wilde banaan al een gen gevonden, dat resistent is voor de schimmel. Alleen is de vraag nu: hoe krijg je dat gen in de Cavendish-banaan? Ook aan de Wageningen University is men er druk mee bezig. Dat wil ik ook zeker niet afschieten. Uiteindelijk is de mens al duizenden jaren bezig met het veredelen van de banaan.”  

Heeft u voor de komende 25 jaar een voorkeur voor deze oplossing, of voor versterking van een ecologisch systeem?

“Met gentechnologie wordt het uiteindelijk toch weer een herhaling van zetten. Na verloop van tijd doemt er ergens weer een nieuwe variant van de schimmel op. Het past zich aan. We hebben nu de TR4 en dat willen zeggen, dit is de vierde variant. Krijgen we na genmodificatie TR5? Ondertussen gaat de wereld maar door met kunstmest strooien. Er moet juist veel meer CO2 door de bodem worden opgenomen. Ik denk dat agroforestry een veel weerbaarder systeem oplevert. We moeten kijken hoe we daar gaandeweg gaan komen.”

Wie gaat daarin vooroplopen? De kleine Fairtrade boer, of de grote kapitaalkrachtige plantagemaatschappij?

“Ik denk dat het van de middelgrote Fairtrade en biologische plantages gaat komen. Bedrijven van 200 tot 300 hectare groot. Het moet niet te klein zijn. Een organisatie moet voldoende schaal hebben. In Panama hebben we een toeleverancier met drie plantages van ieder rond de 150 tot 180 hectare. In Nicaragua zijn ook grotere Fairtrade-bedrijven. Er moeten hele goede ecologen op worden gezet, een goede begeleiding door wetenschappers. Dan zou een mooie toekomstwens gerealiseerd kunnen worden. Het onderwerp leeft. Mijn dochter van 10 vroeg mij zelfs laatst: ‘weet jij wat een voedselbos is?’ Dat leren ze nu al op school.” 

Lees de P+ Special over 25 jaar Agrofair