04 Sep 2013

BV+: Aparte rechtsvorm voor sociale ondernemingen

Stijn van Zon

Er moet voor ons een nieuwe rechtsvorm komen, vindt 65 procent van de sociale ondernemers in Nederland. Een BV+ zou ideaal zijn, stelt Erasmus-student Stijn van Zon. De bijna afgestudeerde jurist kreeg een 9.0 voor zijn scriptie.

Voor wie de term nieuw is: sociale ondernemingen, oftewel ‘Social enterprises’ zijn ondernemingen die primair een maatschappelijke missie nastreven. Restaurant Fifteen is een bekend voorbeeld, Zij doen dit met een verdienmodel waardoor ze financieel zelfvoorzienend zijn. De sector is stormachtig gegroeid, maar het juridisch kader waar de ondernemers mee moeten werken loopt achter.

Regeringen in andere Europese landen boden sociale ondernemers inmiddels aparte rechtsvormen aan. De Britse CIC zou wel eens het beste voorbeeld voor Nederland kunnen zijn, vindt Van Zon.

In zijn onderzoek legde hij deze optie aan sociale ondernemers voor. Ze waren het grotendeels met hem eens, op een enkel puntje na: de Britten kozen voor een gereguleerd toezicht door de overheid. Van Zon: “De angst in Nederland is dat dit weer tot extra papierwerk leidt. Ondernemers hebben geen zin in die rompslomp. Dat er naar Brits voorbeeld een preventieve toets moet komen om voor een BV+ in aanmerking te komen, zie ik in mijn onderzoek wel duidelijk terug, Anders kan iedereen zich wel social enterprise noemen en zo profiteren van de goodwill die deze titel met zich meebrengt.”

Van Zon studeert zowel Finance & Investment als Financial Law aan de Erasmus Universiteit. Hij hoopt dit jaar af te studeren. Zijn onderzoek voerde hij in samenwerking uit met Social Enterprise NL, de belangenvereniging voor sociale ondernemingen van Willemijn Verloop.

Hier een kort overzicht van de hoofdconclusies op basis van literatuur, juridische analyse en praktijk onderzoek zijn:

+  De meerderheid van de Nederlandse social enterprises is georganiseerd als BV.
+  De stichting en de combinatie van een BV met een stichting zijn in de praktijk gebruikte alternatieven.
+  De stichting is als rechtsvorm beter geschikt dan buitenlandse tegenhangers omdat deze commerciële activiteiten mag ontplooien en (veel) winst maken mogelijk is.
+ Toch mist de stichting duidelijk de mogelijkheid tot uitgifte van aandelen en uitkeren van rendement waardoor de rechtsvorm tekortschiet in het aantrekken van kapitaal.
+ Ook de BV is als rechtsvorm beter geschikt dan buitenlandse tegenhangers, in dit geval vanwege 'belangenpluralisme': de verplichting voor het bestuur om meer belangen dan alleen die van de aandeelhouders mee te moeten nemen (in tegenstelling tot de zwaardere verplichtingen tot winstmaximalisatie in het Engelse en Amerikaanse recht).
+ Over het algemeen lijkt de Nederlandse BV prima de mogelijkheid te bieden voor social enterprises om zich naar wens juridisch te organiseren.
+ Echter, wat blijkt is dat de BV een aantal voordelen mist waardoor social enterprises in de praktijk ontevreden zijn.
+ De drie factoren die door social enterprises het belangrijkst worden geacht bij de keuze voor een rechtsvorm zijn: de sociale (maatschappelijke) uitstraling, de statutaire verankering van het maatschappelijke doel en de overeenkomst tussen de rechtsvorm en de waarden van de social enterprise. De BV excelleert in geen enkel van deze drie aspecten.
+ De BV mist social uitstraling, regels omtrent de bescherming van het sociale kapitaal en de lange-termijn borging van de maatschappelijke doelstelling.

Van Zon: “Zodoende zie ik een aparte rechtsvorm voor social enterprise niet als strikt (juridisch) noodzakelijk. Toch zie ik zeker de toegevoegde waarde die het zou kunnen bieden aan deze nog jonge, groeiende sector. Een aparte rechtsvorm voor social enterprise biedt een herkenbaar merk voor erkenning en herkenning, faciliteert de toegang tot de kapitaalmarkt en draagt bij aan het verhelderen en verankeren van de balans tussen financiële en sociale impact. Daarnaast brengt een aparte rechtsvorm ook een groot stuk legitimiteit voor de sector met zich mee. Het zou een signaal zijn vanuit de wetgever dat social enterprise in Nederland als belangrijk wordt gezien en aangemoedigd dient te worden, net zoals dat in de ons omringende landen gebeurd. Wat mij betreft noemen we het een BV+.”

In zijn onderzoek geeft hij de kenmerken van de Britse rechtsvorm CIC weer. Bij de oprichting van een Britse Social Enterprise wordt duidelijk gesteld dat het een for-profit rechtsvorm is, een bedrijf dus. Wel worden in de statuten de maatschappelijke doelen omschreven. In Groot-Brittannië wordt er een verplichte toets gesteld op deze maatschappelijke oriëntatie. Wat de financiële aspecten betreft: de CIC biedt de mogelijkheid tot het uitgeven van aandelen. Dat kan de groei van de onderneming versnellen. Er is zelfs een gelimiteerde winstuitkering (dividend cap), zodat zoveel mogelijk winst in het sociale doel kan worden geherinvesteerd. Ook is er sprake van een vermogensklem, een asset lock. Als het gaat om bestuur, toezicht en belanghebbenden, kent de CIC een verplicht ‘belangenpluralisme’. Ook is er een verplichte consultatie van belanghebbenden, maar geen exclusief rechtsmiddel voor deze doelgroepen. Voor Nederlandse begrippen gaat het oprichten van ‘regulerende instantie’ die toezicht houdt wel wat ver en past ook niet in de trend van de afslankende overheid. Qua transparantie is de CIC verplicht een jaarlijkse maatschappelijke rapportage uit te brengen. Hierin wordt verplicht gesteld verslag te doen van de maatschappelijke activiteiten en consultatieronde, de bezoldiging van bestuurders en de hoogte van dividend en rente.

Van Zon:“De grootste afwijking ten opzichte van de in 2009 voorgestelde Nederlandse maatschappelijke onderneming is dat deze niet als uitgangspunt de modaliteit van een for-profit rechtsvorm had. Dat is voor een social enterprise rechtsvorm wel echt nodig en dat zie je in het buitenland dan ook steeds terug.”

Willemijn Verloop van Social Enterprise NL voert overleg met het ministerie van Economische Zaken, die ook het belang van deze sector inziet. Ook Verloop ziet de noodzaak om tot een aparte rechtsvorm te komen. Tegen P+ zei ze eerder, toen het ging over verbeterpunten: “Je kunt denken aan andere fiscale instrumenten die je ook kan koppelen aan een aparte juridische status voor social enterprises.”

Een samenvatting van de scriptie van Stijn van Zon is te downloaden als PDF, zie de linkerkolom, onderaan.





Reacties op dit bericht