27 Oct 2021

Circulair gebouw vijf keer meer waard

Het vooraf nadenken over een circulair gebouw kan tot een vijfmaal hogere restwaarde leiden ten opzichte van een traditioneel pand. Deze voorspelling van het bureau bbn adviseurs werd genoteerd door twee studenten Finance & Control van Avans Hogeschool. Samen met de Dutch Green Building Council organiseerden zij een reeks bijeenkomsten met bouwers, taxateurs, banken en accountants. Doel was erachter te komen hoe zij de waarde van circulaire gebouwen aan het einde van de levensloop gaan berekenen.

Deze speurtocht in de eindexamenscriptie Finance & Control van Sander van de Lagemaat en Joram Misbeek is de P+ Special van deze week: Is dit circulaire gebouw straks meer waard?

Want dat is de hamvraag voor de accountants van morgen. Wat is meer waard? Een traditiondeel gebouw dat na gebruik gesloopt wordt? Of een gebouw dat zo ontworpen is dat het weer uit elkaar gehaald kan worden, waarna alle onderdelen weer beschikbaar zijn voor de bouw? Het laatste, zou je zeggen. Zeker omdat grondstoffen alsmaar schaarser en duurder zullen worden. Maar hoeveel meer waard dan? De conclusie van Avans Hogeschool: om dat te kunnen gaan berekenen wacht iedereen op een overheid die regels opstelt. 

Dat is van groot belang, zo blijkt ook in P+. De bouwsector speelt een cruciale rol in de transitie naar een circulaire economie. Naar schatting is de bouw in Nederland verantwoordelijk voor 50 procent van het grondstoffengebruik en 38 procent van de CO2-uitstoot.

“Op dit moment wacht iedereen op iedereen”, constateert Sander van de Lagemaat (1998). Hij kan het weten, want samen met de Dutch Green Building Council organiseerde Van de Lagemaat een Community of Practice (CoP), een praktijkgemeenschap waarin al deze partijen aan tafel schoven. “Sommigen om hun kennis en ervaring te delen. Anderen meer om te luisteren, omdat ze gewoonweg nog aan het begin stonden.” Bij deze CoP kwamen modelontwikkelaars, taxateurs, financiers en accountants samen. 

Doel van Sander en Joram was om de eerste methoden en technieken te verkennen waardoor accountant vaste voet aan de grond krijgen. Op dit moment ligt er een voorstel om de Europese transparantierichtlijn over niet-financiële informatie (NFRD) aan te scherpen. De nieuwe richtlijn heet de Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD). Wanneer deze wordt aangenomen zal de rapportageverplichting over milieu-, klimaat-, governance en sociale prestaties een stuk strenger zijn. Daarnaast wordt een accountantscontrole op de duurzaamheidscijfers verplicht gesteld. De wet geldt vanaf januari 2023. Dat betekent dat bedrijven al vanaf volgend jaar (2022) moeten gaan rapporteren. De standaarden vanuit Brussel moeten dat jaar dan ook beschikbaar komen.

Met de komst van deze verplichte CSDR krijgen accountants een grote rol bij de controle van de duurzaamheidsprestaties achteraf. Het betekent dat er protocollen ontwikkeld moeten worden voor de manier waarop accountants de externe controle moeten uitvoeren. 

Van de Lagemaat in P+: “Het is dus niet aan de beroepsgroep zelf om invulling te gaan geven aan die standaarden of definities voor circulaire prestaties. Deze invulling moet komen van wetgevers dan wel standaardzetters die de autoriteit hebben om de controle te veranderen in wet- en regelgeving. In afwachting daarvan is het goed dat taxateurs, financiers en accountants alvast samenwerken om te komen tot een werkbare consensus.”

Opmerkelijk is ook de oproep van Van de Lagemaat om tot een centrale markt voor gebruikte bouwmaterialen te komen. Nu is het nog steeds vaak goedkoper om de onderdelen van gesloopte panden naar de verbrandingsoven te brengen. De overheid moet daarom ingrijpen, constateren de studenten. “De overheid kan voorwaarden creëren voor en eisen stellen aan een betrouwbare marktplaats. Denk bijvoorbeeld aan andere centrale markten waar de overheid wettelijk toezicht voor heeft geregeld, zoals effectenbeurzen. Een soortgelijke rol kan de overheid spelen bij het opzetten van een marktplaats voor circulaire producten en materialen. De overheid hoeft zich niet te mengen in de prijsbepaling als er genoeg vraag en aanbod is, waardoor de vrije marktwerking niet gehinderd wordt. De overheid kan wel de kaders stellen voor transparantie en het creëren van een gelijk speelveld.”

Download deze P+ Special ‘Is dit circulaire gebouw straks meer waard?’