03 Dec 2012

De circulaire economie bestaat al

Je moet erbij zijn geweest om het ‘Closing the Loop-gevoel’ te kunnen beschrijven. P+ presenteert in het nummer twaalf portretten van deelnemers aan deze conferentie over de circulaire economy.

Hieronder enkele voorbeelden van de portretten van deelnemers aan Closing the Loop, georganiseerd door P+, Work on Progress, MVO Nederland en The Circle Economy.

Cecilia Strömblad Brännsten is Sustainability Officer bij H&M, een van de vele internationale gasten op deze conferentie, die 14 verschillende nationaliteiten telde. Opvallend veel textielbedrijven/modehuizen hebben stappen gezet richting duurzaam gebruik van grondstoffen en een eerlijke beloning van producenten. Dat is op zich niet zo gek, omdat juist in de modewereld als gevolg van steeds sneller op elkaar volgende trends nog zeer goed bruikbare kleding toch ‘in de kast blijft hangen’. Doorbreking van de trendgevoeligheid zou in deze sector al heel veel schelen, maar dat vergt een branche-brede aanpak.

Voorlopig ontwikkelen de modehuizen op bedrijfsniveau initiatieven die binnen de circulaire eonomie passen. Zo vertelt Cecilia Strömblad Brännsten van H&M dat het bedrijf een proefneming is gestart in Zwitserland om gedragen kleding in te nemen. Klanten kunnen hun afdankertjes in de winkel afgeven en krijgen daarvoor een bepaalde korting op het product dat zij er nieuw kopen.  De op deze manier ingezamelde kleding gaat naar het bedrijf iCollect dat sorteert op kleur en beoordeelt wat voor hergebruik in aanmerking komt. Is er geen tweede leven voor een broek of overhemd, dan worden de vezels hergebruikt. “Wij brengen in toenemende mate kleding op de markt waarin gerecyclede vezels zijn verwerkt. Kledingstukken die in de winkel al een defect hebben, verzamelen we en hergebruiken we.”

Waarom juist in Zwitserland? Omdat deze H&M-tak zich als vrijwilliger opgaf, antwoordt Strömblatd Brännsten. In oktober 2010 is de test begonnen met zestien winkels. In de loop van vorig jaar doen alle Zwitserse vestigingen mee. Zij vertelt dat het publiek positief hierop reageert. “Maar het is nog niet zeker of we deze innamestrategie ook in andere landen gaan toepassen. Er is nog geen besluit genomen over de test.”

Ook Frouke Bruinsma is manager corporate responsibility, maar dan van het Nederlandse succeslabel G-Star.  Het vermaarde Nederlandse modehuis G-Star doet van alles om de milieudruk zo laag mogelijk te houden, stelt Frouke Bruinsma. Zij vertelt dat ze vier jaar geleden het circulaire pad zijn opgegaan samen met KICI Foundation. Deze organisatie zamelt onder andere in Nederland textiel in. In ons land alleen al zo'n 11 miljoen kilo per jaar. "Wij hebben samen onderzocht hoe we denim vezels weer kunnen hergebruiken. Het lastige is dat het bij ons alleen om post consumer producten (vaktaal voor spijkergoed dat is gedragen, TM) gaat. Het is moeilijk om daar weer een goede kwaliteit denim van te maken. Maar het lukt wel."

Tijdens de duo presentatie vertelt Hans Markowski, algemeen directeur van KICI Foundation, dat de vezelproductie wereldwijd flink is gestegen: van 55 miljoen ton in 2001 naar 82 miljoen ton in 2011. Katoen maakt daar een belangrijk onderdeel van
uit; ongeveer een derde in 2011. Bruinsma reageert met de understatement dat aan katoen wel wat milieu-uitdagingen kleven. "Daarvoor zoeken we naar alternatieven", legt zij uit. "We gebruiken nu meer biologisch katoen en zien een toekomst in
gerecyclede vezels."

Het doel van KICI Foundation is om in 2014 jeans te ontwikkelen die voor 60 procent bestaan uit gerecycled katoen en 40 procent maagdelijk katoen. "Verder werken we aan 'design for recycling binnen G-Star' geeft Bruinsma aan. Zowel G-Star als KICI Foundation zien nog grote uitdagingen om de kwaliteit van recycling te verbeteren. Zo bemoeilijkt lycra in de producten het recycle proces. Nu nog worden de pijpen van een spijkerbroek afgeknipt. Deze delen komen in aanmerking om vezels terug te winnen. Probleem van het bovenste deel is dat er knopen en ritsen in zitten. De ritsen zijn van ijzer en verstoren het recycleproces. Hans Markowski reageert hierop met de opmerking "Eigenlijk zouden we toe moeten naar ritsen van maïs; dan is datprobleem opgelost. Daar zijn al proeven mee gaande."

Louise Vet was naast Robert Jan Ogtrop (The Circular Economy) een van de sprekers die de conferentie openden. Vet is directeur van het Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO) en hoogleraar Evolutionaire Ecologie. Ze vertelde waarom het nieuwe gebouw van het Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO-KNAW) in Wageningen een toonbeeld van duurzaam bouwen moest worden. Een eenvoudig principe ligt hieraan ten grondslag: practice what you preach, aldus Louise Vet. “Als ecoloog ben je gewend om in kringlopen te denken”, legt zij uit. “Om die reden staat een circulaire economie heel dicht bij ons en om diezelfde reden is het nieuwe gebouw een visitekaartje voor denkbeelden.”

Het komt niet vaak voor dat een directeur van een organisatie zich zo tot op detailniveau bemoeit met de bouw van de nieuwe bedrijfshuisvesting. Zij vertelt in 2009 te zijn begonnen met het concept. “Als wij ecologen al niet de circulaire economie omarmen bij onze eigen huisvesting, dan moeten we verder ook niet meer zeuren als de rest van de wereld dat ook niet doet, vind ik.”
Maar het ging niet van een leien dakje, en ze wil het niet nog een keer doen. “Eigenlijk was het gewoon nog een baan erbij”, verzucht zij, weliswaar lachend.
Het was vooral een kwestie van vasthoudendheid, consortia met gelijk denkenden maken, en wet- en regelgeving naar de hand zetten. “Heel veel dingen mogen gewoon niet. Het heeft bijna een jaar geduurd om toestemming te krijgen warmte op driehonderd meter diepte op te slaan, om maar één voorbeeld te geven.”
Leg de exploitatie in handen van de bouwer, vindt Vet, dan krijg je duurzamere ontwerpen. Zij wijst erop dat alle geleerde lessen gedurende ontwerp en bouw van het pand op de website staan van het NIOO.

Dion van Steensel is directeur van afvalverwerker en energiebedrijf HVC en vindt: Grondstof is geen brandstof. HVC is ooit opgericht als vuilverbrandingsoven, maar als het aan Van Steensel ligt, dan dooft het vuur. “We moeten de volgende stap zetten en beseffen dat grondstof geen brandstof is. We moeten er alles aan doen om reststoffen terug te brengen in de grondstofcyclus. Nu kunnen we de verbrandingsinstallatie nog niet economisch afschrijven, en importeren we vuilnis om haar draaiende te houden. Maar dat is doodlopende weg.”
Hij vertelt dat de wil om bij de bron – dus bij de bedrijven en huishoudens – het afval al zoveel mogelijk te scheiden erg groot is. Dat blijkt uit diverse onderzoeken en uit HVC’s dagelijkse praktijk. “Bij de G4 – de grootste steden in ons land – komen ze te makkelijk weg met de opmerking dat gescheiden ophalen niet lukt in portiekwoningen en dergelijke. Zorg ervoor dat er veel brengvoorzieningen zijn op wijkniveau. Stel aanhangwagens gratis beschikbaar om de spullen te brengen. Wij doen dat al en op zaterdagen zijn de bakkies niet aan te slepen.”
Een paar randvoorwaarden zijn er wel, volgens Van Steensel. Niet meer dan drie kliko’s per huishouden. Veel meer kunnen mensen niet kwijt. En: transparantie. “Laat zien wat er gebeurt met het gescheiden ingezameld afval. Laat zien dat het wordt hergebruikt. Anders krijg je de mensen niet mee en denken ze dat alles toch in één grote bak en uiteindelijk in de verbrandingsoven verdwijnt.”

Andere geportretteerden, onder andere: Jeroen Troost, Commercieel directeur Utiliteitsbouw BAM; Annabelle Bennett, Account Director Trucost; Benno Oostinjen, Mede-oprichter/eigenaar Mud Jeans; Pablo Smolders manging partner/oprichter Dutch; Frank van Ooijen, director Sustainability FrieslandCampina; Thalita van Ogtrop, Oprichter/directeur Label2label; Douwe Jan Joustra, Managing partner Oneplanetarchitecture institute (OPAi) en Thomas Rau, oprichter/directeur Turntoo.


Dit artikel in de nieuwe P+ is gratis te downloaden. Zie linkerkolom onderaan.

Tekst Teus Molenaar
Fotografie Chris de Bode
Collage Studio 10