25 May 2021

P+ Circular Fashion Lookbook: Dutch Hausse

Vele honderden jaren ondernemingservaring stuwen de toonaangevende Nederlandse bedrijven in de circular fashion vooruit. Het is de enorme kennis en kunde van mensen die zich afkeerden van de fast fashion industrie, die nu zorgen voor een ware hausse aan nieuwe labels. Dat is de conclusie na een rondgang onder koplopers door P+, begeleid door Stichting DOEN, De Haagse Hogeschool en Clean & Unique. In een algemeen inleidend artikel op een komend P+ circular fashion LOOKBOOK worden de belangrijkste trends en inzichten op een rijtje gezet.

Uit de interviews in het komende P+ Circular Fashion Lookbook blijkt hoeveel routiniers hun schouders onder de ontwikkeling van circulariteit zetten.

Neem Ronald van der Kemp, die de celebrities van deze wereld kleedt met sexy en glamoureuze jurken die hij ontwerpt met restmateriaal van haute couturecollecties. Hij maakt na een glanzende carrière als ontwerper voor Bill Blass, Michael Kors en Guy Laroche sinds 2014 alleen nog unieke, eenmalige ontwerpen, hooguit limited editions, maar ook dan is niet één jurk gelijk aan de andere.

In P+ over zijn ervaring: “Na 25 jaar internationaal in het hoge segment als ontwerper gewerkt te hebben, zag ik hoe de modewereld doldraaide, met zijn overschotten en vijf of zelfs tien verschillende collecties per jaar. Ik was ervan overtuigd dat het anders moest. Ik ben in 2014 weg van Parijs, New York en Milaan vanuit Amsterdam RVDK begonnen.” 

Van der Kemp leverde de dresses voor een fotoshoot van P+ door Marie Cécile Thijs. Op een van de foto’s in het Lookbook staan lector circular business Kim Poldner en haar dochtertje June model. Poldner draagt een veelkleurige lange jurk van RVDK die oude hippietijden doet herleven, de jaren van Flower Power en roemruchte muziekfestivals als Woodstock.

Hoe bijzonder de positie van Van der Kemp in het totaal ook is, hij weet zich omringd door circulaire collega’s die net als hijzelf hun sporen in het vak al hebben verdiend. Het zijn juist de ‘ervaren rotten’ uit de textielwereld, zoals inkopers, die de ellende van de ‘fast fashion’ in de ‘textiellanden’ niet langer konden aanzien. 

Zo is er Roosmarie Ruigrok die haar kennis en netwerken deelt met starters en ze op deze manier een springplank naar succes biedt. “Ik zette 35 jaar geleden al mijn vraagtekens bij het modesysteem. Sinds twintig jaar help ik bij de verduurzaming ervan.”

Of neem designer Francisco van Benthem van HackedBy. Hij werd boos op de grote fashionlabels die hun collecties bij verschillende producenten bestelden, maar alleen de partij afnamen die het eerst klaar was. Hij begon de collecties die ‘onverkocht’ bleven alsnog op te kopen. Na deze te restylen verwerkt hij ze in een eigen kledinglijn, met het originele label er soms nog in, heel pesterig.

Of de twee vrouwen achter Bellamy Gallery, die werkten bij Miss Etam, waar alle verduurzaming vastliep op een versteende bedrijfsvoering. Het bedrijf ging dan ook ten onder, maar Imke Bens en Mireille van Sprong floreren: bij elke verkocht jurkje of top geven ze hun klanten een footprint passport mee, waarin exact is uitgerekend wie wat aan dit kledingstuk verdient.

Ex-inkoopster van Hünkemoller Leonie Windhouwer over haar start-up RE | claimed: “Steeds meer te moeten inkopen, voor een steeds lagere prijs. Dat ging steeds meer wrijven bij mij.” 

Ook Bert van Son van Mud Jeans zag het met eigen ogen gebeuren: “Ik heb vanuit Parijs voor de mode-industrie gewerkt, toen er in China nog prachtige fabrieken stonden en kleding nog niet in de achterbuurten van Bangladesh werd gemaakt. Ik heb de fast fashion zien opkomen tot het een nietsontziende industrie. Dat je als consument wordt verteld: je moet elke week iets nieuws kopen.” 

En dan is er ook nog Pals Brust, die bijna 40 jaar op CEO-niveau voor C&A in Nederland en Europa werkte. Brust wordt heel belangrijk omdat zijn bedrijf Upset een ‘doorbraaktechnologie’ in de markt zet: ‘organische’ recycling van katoenvezels. In P+: “Eind van dit jaar willen we ook een techniek introduceren die in staat is om elastaan uit stoffen te verwijderen, dat erin is verwerkt om bijvoorbeeld denim elastisch te maken. Onze organische recycling is een breakthrough technology. Met onze Purfy techniek verwijderen we dan naast deze elastaan ook de chemicaliën die in stoffen zijn verwerkt om ze strijkvrij of glanzend te maken. We werken in India aan de logistiek om de waardeketen op deze manier circulair te maken.” Brust onderscheidt zich hiermee van andere bedrijven die ‘chemisch recyclen’. “Maar daarmee voeg je nog meer chemicaliën aan de vezels toe”, stelt Brust.

Zelfs de allerjongste start-up in de serie portretten kan bogen op een bijzondere familietraditie. Erik Ammann die met Red Orka circulaire rompertjes van baby’s aanbiedt in een gesloten systeem van uitlenen en weer terugnemen: “Ik heb mijn hele leven in de mode-industrie gezeten en kom uit een Duitse familie die ook in de textielindustrie zit. Mijn vader heeft het textielbedrijf overgenomen dat mijn opa in 1957 is gestart. Met rompertjes. Dat is wat ik nu zelf ook maak, hoewel mijn businessmodel totaal anders is. Dat is circulair.”

In het algemene inleidende artikel in het Circular Fashion Lookbook wordt ook ingegaan op de manier waarop het ‘systeem’ van circular fashion wordt opgebouwd, vanaf het herwinnen van vezels tot innovatieve nieuwe manieren om de circulaire kleding in de markt te zetten. 

Lector Kim Poldner vindt ook dat de overheid een belangrijke taak heeft om deze ontwikkeling te begeleiden en te ondersteunen. Vanuit de Haagse Hogeschool werkt ze hoogstpersoonlijk mee aan baanbrekende initiatieven. Ze opende zelfs een pop up store om te experimenteren met het ruilen, lenen en verkopen van tweedehands kleding. Poldner in het P+ Lookbook: “Wetgeving moet fast fashion tot tweede keus maken.” 

Download algemeen artikel bij P+ Circular Fashion Lookbook