Skip to main content
P+ Logo
Best Practices voor een duurzame toekomst
Henk Heinhuis, foto Mischa Keijser
Henk Heinhuis, foto Mischa Keijser
25 augustus 2012

Veldleeuwerik koppelt boer en brouwer

Een van de oudste vormen van slim samenwerken is te vinden op de boerderij. Het eindresultaat: een gezondere bodem, een betere oogst en duurzamer Heineken bier.

Onder de vlag van de Stichting Veldleeuwerik zijn ‘reguliere’ boeren begonnen om hun grond in dezelfde staat terug te brengen voordat de grote machinatie in landbouw begon, met reusachtige tractoren en ploegen die zowat een meter diep de grond in gingen.

Het keerpunt van die ontwikkeling is nu bereikt, stelt Henk Heinhuis (1951), directeur van Veldleeuwerik. Hij graaft met blote handen in de droog geworden kluiten van het bollenveld, brokkelt ze uiteen en zegt: “Haarworteltjes. Kijk. Deze bodem leeft.”

Heinhuis: “We zijn de teeltlaag de afgelopen veertig jaar te intensief gaan gebruiken; steeds hogere opbrengsten, steeds meer opeenvolgende gewassen. Inmiddels is de top bereikt en kun je niets meer toevoegen om die bodem in goede conditie te houden. Die gaat eerder achteruit, raakt uitgeput. Daarom zijn we gaan zoeken naar natuurlijker vorm van bodembeheer.”

Hij checkt even verderop een kleurige rand met veldbloemen, als een schilderijlijst om een akker met bijna goudgekleurd koren. Die bloemen horen bij een ander project, maar de tarwe zelf staat op grond waar het bedreigde zangvogeltje hoog in de lucht een lied over moet zingen. “Dat gebeurt ook werkelijk”, weet Heinhuis: “We laten vogeltellingen doen. De veldleeuwerik hebben we niet alleen als mooie symbolische naam gekozen, hij is er ook echt.”

We moeten tien jaar terug, om de oorsprong van deze best practice te vinden. In 2002 werd de naam Veldleeuwerik bedacht op de brouwerij van Heineken. MVO was toen het nieuwe toverwoord en daarbij hoorde dat alle ingekochte grondstoffen zo duurzaam mogelijk werden ingekocht, ook brouwgerst uit Nederland. Maar ja, de brouwer zette nooit een voet op de boerderij, de gerst werd door de handel geleverd. Onderling wisselden boeren volgens Heinhuis ook weinig ervaringen uit: “Een boer praatte niet over een slechte kwaliteit uienoogst.” Er is zelfs een anekdote over. Vraagt iemand aan een boer hoeveel ton bieten hij van het land heeft gehaald. Zegt die boer: ‘Weet ik nog niet, ik heb nog niet met mijn buurman gesproken’. Het is geen dijenkletser voor stadsvolk dat niet weet dat boeren hierover nooit met elkaar zouden spreken.

Heinhuis werkte toen nog bij de Agrarische Unie, inmiddels Agrifirm, een coöperatieve handelsfirma met 17.750 leden. Hij zag wel wat in de vraag van Heineken, maar bedacht ook: “Een boer verbouwt meer dan gerst alleen, dus wij zochten er andere eindafnemers bij. Unilever voor de penen en de uien, McCain voor de aardappelen, SuikerUnie voor de suikerbieten. Dan kun je een duurzaam bouwplan voor al je grond maken. We zijn te rade gegaan bij het bureau IMSA van Wouter van Dieren, het Centrum voor Landbouw en Milieu in Culemborg en het Louis Bolk Instituut in Zeist, waar veel kennis van biologische teelt aanwezig is. Hoe kun je die ervaring toepassen in de gangbare landbouw, waar nog wel gesproeid wordt en kunstmest wordt gebruikt?”

Verschillende Veldleeuwerik-boeren deden het diepploegen in de ban. Grondbewerking werd beperkt tot het loswerken van de bovenste vijf tot tien centimeter. Het bouwplan werd extensiever, met minder oogsten per jaar. Heinhuis over het resultaat: “We zien nu dat op deze bodem de planten minder last van stress hebben. Ze zijn ook minder ziektegevoelig. Je hoeft minder nutriënten toe te voegen en de opbrengst is toch hoger geworden. Met minder input meer output. En dat niet alleen. Ook het weer in Nederland wordt steeds extremer. Vermeulen, de boer van dit bollenveld, vertelde dat hij na zo’n tropische hoosbui het verschil op het land goed kon zien. Bij hem zag je geen plassen, bij zijn buren stond de boel volledig blank. Maar als het langere tijd droog was, een andere extremiteit, wisten zijn planten toch meer water omhoog te halen. De capillaire werking van de bodem verbeterde.”

Het heeft even geduurd - wat de boer niet kent, dat vreet hij niet -  maar het project Veldleeuwerik begint na een decennium furore te maken in landbouwkringen. Er zijn inmiddels 230 boeren aangesloten en op de wachtlijst staan er nog eens honderd. Dat is heel bijzonder, want er moet voor deelname betaald worden. Voor het opmaken van een duurzaamheidsplan vraagt Veldleeuwerik 500 euro, voor een jaarlijkse update nog eens 300 euro. Daarnaast betalen boeren met minder dan tachtig hectare 100 euro per jaar algemene begeleidingskosten, wie meer dan tachtig hectare heeft 150 euro. Daar staat tegenover dat het project steeds meer fair trade-achtige trekjes begint te krijgen. Heinhuis weet de eindafnemers te verleiden tot het betalen van een extra premie voor de duurzaam geteelde gewassen, voor een aantal jaren. Heinhuis: “De keten Heineken - Holland Malt - Agrifirm  betaalt 250 tot 750 euro extra per teler voor duurzaam geteelde brouwgerst, afhankelijk van de verbouwde oppervlakte. De SuikerUnie 100 euro extra per hectare aangeleverde suikerbieten. Tel daar de verlaagde kosten aan kunstmest en onkruidbestrijding bij op en je begrijpt waarom boeren dit bedrag er graag voor over hebben.”
 

Download PDF complete artikel (zie kolom links)

tekst Jan Bom

fotografie Mischa Keijser

Downloads

Meer info download je hier:

Gratis download artikel Boerenslimheid (PDF) (576 kb)
Wil je ook onze gedrukte Marktboeken over een duurzame toekomst ontvangen?
Abonneer je dan hier