24 May 2019

IDH: Made in Africa

IDH Made in Africa

Grondstoffen verkopen is geen beste business. Het betekent: de grootste winst aan anderen doorgeven, die de eindproducten produceren. Dat moet anders, wil Afrika zich economisch duurzaam ontwikkelen. Onder leiding van het Initiatief Duurzame Handel (IDH) worden daarom in Nigeria zes fabrieken gebouwd, die van de cassavewortel veel gevraagde ingrediënten maken. Ook voor Westerse markten. En wordt Rwanda gereed gemaakt als nieuw exportland van groenten en fruit.

Daarover gaat de P+ Special van deze week: Made in Africa.

Kebba Colley, directeur ‘Inclusive Business Development’ bij IDH vertelt in P+ over deze fascinerende ontwikkeling in Nigeria. “Cassavewortels beginnen in de tropen al na een paar dagen te rotten. Na industriële verwerking kan het een exportproduct naar Europa worden, voor in lijm of limonade.” 

Duurzame handel vandaag is vooral: een goed lopende organisatie opzetten. Coördineren tussen partijen die een netwerk vormen. Een duurzame keten opzetten die loopt als een Zwitsers uurwerk. Colley in P+: “Dan start je met de boeren in Nigeria die nu cassave verbouwen. Het land telt zo’n 300 duizend boerderijen waar het wordt verbouwd. De boeren oogsten nu wanneer het hun zelf uitkomt, wanneer ze geld nodig hebben. Het bijzondere van cassave is dat je kunt oogsten naar behoefte. In de grond blijven de knollen goed, maar eenmaal los van de takken begint het bederf heel snel.”

Planning en samenwerking zijn dus de sleutels tot ontwikkeling. Maar toch. Hoe die 53 miljoen kubieke meter aan Nigeriaanse cassave per jaar in no timete verwerken? “Er zijn fabrieken nodig die vlakbij de grootste productiegronden staan. Niet verder dan 50 kilometer verderop”, stelt Colley. “Daarmee voorkom je verlies door te transport. Maar er is ook kennis nodig. Boeren weten nu niet wat de eisen zijn om tot de goede eindproducten te komen. Dat is een leerproces. Het op industriële schaal verwerken van een landbouwproduct is nieuw voor landen in de sub-Sahara. Er komt ook financiering bij, als je over een betere infrastructuur praat. Vooraf financiering van de oogst.” 

Maar eerst dus die fabrieken, die het verlies na de oogst met maar liefst 50 procent kunnen gaan terugdringen. IDH kreeg voor de realisatie daarvan een donatie van twee miljoen dollar van de Rockefeller Foundation. Met dat geld worden zes projecten gestart. Kleine boeren worden aan verwerkingsfabrieken gekoppeld. Oogsten worden zo afgestemd dat de fabriek altijd draait en er geen overschot aan cassave ontstaat. Tegelijk krijgen de boeren training, financiering en andere hulp via een geïntegreerde aanpak: een Service Delivery Model. Het moet mogelijk zijn om tot een verdubbeling van de oogsten en inkomens van de boeren te komen, door beter plantgoed. “We hopen 50 duizend Nigeriaanse cassaveboeren aan de nationale markt te gaan linken, mogelijk ook internationale markten. “We bouwen een nieuw ecosysteem”, stelt Colley. 

In de zeven jaar dat Colley vanuit IDH het Afrikaanse bedrijfsleven ontwikkelt, leerde hij ook hoe belangrijk een sterke nationale overheid in dit proces is. De regering van Nigeria stelde bijvoorbeeld de verplichting op om 10 procent cassavemeel te verwerken in brood, om zo de machtsverhoudingen tussen de nieuwe cassaveverwerkers en westerse graanhandelaren meer in evenwicht te brengen. ‘Made in Africa’ is een label van zelfbewustzijn dat moet groeien.

Vanwege een sterke overheid voegt Colley ook Rwanda aan het rijtje van Afrikaanse-landen-met-stip toe. Dit jaar nog startte daar het project Hortinvest, een project waar 44 duizend boeren en 30 SME’s bij betrokken zijn. “Dit project richt zich ook op exportpromotie, mogelijk gemaakt door een sterke regering”, typeert Colley de inspanningen van IDH. “Denk aan de export haricots vers, habanero pepers, passion fruit en avocado’s. We starten met het stabiliseren van de productie, zodat leveringszekerheid ontstaat. Dat vragen Westerse afnemers. We selecteren betrouwbare telers die aan de eisen van Europese bedrijven kunnen voldoen: altijd dezelfde kwaliteit, voldoende gegarandeerd volume. Verdere garanties bouwen we in door te investeren in goede pakhuizen, logistiek transport en management op het vliegveld. Wanneer deze stappen doorlopen zijn, zal Rwanda ook interessant worden voor importeurs en investeerders.” 

Inmiddels is een fonds opgezet, om deze ontwikkeling te borgen, ook door geld uit de private sector aan te trekken. Colley: “We nemen vier jaar de tijd om alle fases in dit project te doorlopen.” Daarna moet Rwanda op de kaart staan als betrouwbare leverancier van kwalitatief goede groenten en fruit. En ook van fruit- en groentesappen. Made in Africa.” 

Download deze gratis P+ Special ‘Made in Africa’