17 Nov 2021

P+ Special: Impact meet je niet achteraf

Impact blijft alsmaar populairder worden. Dat betekent ook dat er steeds makkelijker geld mee kan worden verdiend. Te gemakkelijk, zelfs. Meest gemaakte fout is wanneer organisaties na afloop van een project willen weten wat de impact van hun inspanningen is geweest. Maar impact meten doe je niet achteraf, waarschuwt het Impact Centre van de Erasmus Universiteit. Achteraf meten is nog niets weten.

De P+ Special van deze week toont zes ‘sociale’ onderzoeken van het Impact Centre Erasmus waarbij wél vooraf bepaald werd wat er zou worden gemeten. Dit kennisinstituut in Rotterdam meet al sinds 2007 impact.

De onderzoeken worden gepresenteerd door Karen Maas, wetenschappelijk directeur en Jacqueline Scheidsbach, executive director.

 

"Het leereffect van achteraf meten is vaak te klein"

 

In P+ zeggen zij: “Het gaat bij impact niet alleen om het bewijzen, maar ook om het verbeteren van prestaties. Dus moet je vooraf goed bepalen wat je gaat meten. Het leereffect van achteraf meten is vaak te klein. Er zijn veel redenen waarom eventuele negatieve effecten of ruimte voor verbetering niet zullen worden benut. Je hoort dan: ‘Het project is al afgerond en wij zijn al bezig met het volgende project’. Vooraf bedenken wat je wilt leren en meten maakt impactmetingen nuttiger, beter betaalbaar en veel leuker.”

De in P+ gepresenteerde onderzoeken leidden tot opmerkelijke conclusies. Zo onderzocht het Impact Centre voor het Van Goghmuseum op welke wijze jongeren op mbo-niveau voor cultuur zijn te interesseren. Maas en Scheidsbach daarover: “Je had nooit van tevoren kunnen bedenken dat jongeren met een bi-culturele achtergrond vooral worden getroffen door het leven van Van Gogh. Niet door zijn kleurrijke schilderijen maar veel meer door het zien en lezen van zijn brieven. Ze kunnen zichzelf herkennen in zijn successen en zijn falen.” 

Vanzelfsprekend staan in deze P+ Special wel de impactvragen die vooraf werden geformuleerd. Voor het Van Goghmuseum luidde deze: “Hoe kan inclusie in onze eigen organisatie verankerd worden en hoe kan een inclusief klimaat gemeten worden?”

 

"Circa de helft van ervaren eenzaamheid is genetisch bepaald"

 

Ook uit andere sociale impactonderzoeken komen onverwachte bevindingen naar voren, gebaseerd op wetenschappelijke bewijsvoering. Zo blijkt er aan het bestrijden van eenzaamheid een enorme beperking te zitten. Maas en Scheidsbach in P+: “Circa de helft van ervaren eenzaamheid is genetisch bepaald. Maar die andere helft van eenzaamheid kun je heel goed effectief helpen bestrijden.”

Ander belangrijk impactonderzoek sluit aan op de steeds luidere oproep tot ‘demedicalisering’ van de samenleving, in het bijzonder ziekteverzuim. Met een steeds groter tekort aan bedrijfsartsen en belasting van de zorg liggen hier kans voor arbeidsdeskundigen. “Door met arbeidsdeskundigen en andere stakeholders in gesprek te gaan is in kaart gebracht in welke situaties mogelijk onbenutte kansen liggen voor re-integratie en welke rollen arbeidsdeskundigen kunnen vervullen. Veelgenoemde situaties zijn bijvoorbeeld wanneer er onduidelijkheid is over passende werkzaamheden, of wanneer juist in een vroeg stadium duidelijk is dat terugkeer naar eigen werk niet mogelijk is. Maar ook bij werknemers met niet-medische verzuimredenen of frequent verzuim zien arbeidsdeskundigen kansen liggen om een positieve bijdrage te leveren aan het re-integratietraject. Het impactonderzoek wordt vervolgd met een aantal organisaties en bedrijven, met historische en nieuw te verzamelen data van duizenden casussen.”

Download van deze P+ Special ‘Impact meet je niet achteraf’ waarin zes impactonderzoeken waarin de mens centraal staat worden samengevat.