13 Mar 2016

Systeemdenken sluit echte wereld uit

groene breinbreker

Zelfs goede leiders hebben de grootste moeite om de echte wereld een plaats te geven in hun managementsysteem. Een groot onderzoeksproject van NWO en het Groene Brein naar duurzame businessmodellen hoopt deze twee werelden samen te kunnen brengen.

Margreet Boersma (1971) is sinds 2012 lector duurzaam financieel management aan de Hanzehogeschool in Groningen. Ze is een van de vele wetenschappers van het Groene Brein die hun tanden zetten in een omvangrijk landelijk onderzoeksprogramma naar Duurzame Businessmodellen van het NWO, de Nederlandse organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek. Boersma werkt mee aan het project dat ingaat op leiderschap, onder leiding van Rob van Tulder van de Erasmus Universiteit Rotterdam. Boersma onderzoekt onder andere een concrete casus in de zorgsector, de Stichting Phusis in Assen.

Groene Breinbreker: Hoe breng je de echte wereld samen met het systeemdenken?

Voordat Boersma lector werd, werkte ze bij Phusis en leerde daar directeur Bart de Bruin kennen. Ze omschrijft hem als een man met bijzondere leiderschapskwaliteiten, die botsen met de formele structuren in de zorg. De Bruin creëerde een gedeeld waardecreatiemodel, dat tegelijk kwaliteit en toegankelijkheid in de zorg borgt.

Boersma over deze bijzondere instelling: “Phusis richt zich op bijzondere doelgroepen, die steeds tussen de wal en het schip vallen. Het gaat om jongeren die onhanteerbaar lijken te zijn en op straat worden gezet.  Vaak hebben deze jongeren een licht verstandelijke beperking, wat aan de buitenkant niet zichtbaar is. Hun beperking leidt vaak tot onbegrip, wat vaak weer leidt tot gedragsproblemen, zoals drugsgebruik of agressiviteit. Ze weten zich in een gewone arbeidssituatie niet te handhaven."

De rol van Boersma toen: “Ik heb er een half jaar gewerkt als controller. Ik zag toen hoe de organisatie vastliep door de systeemwereld er omheen. Er wordt verwacht dat je een eenduidig zorgaanbod doet, dat past binnen de vastgestelde regels en normen. Maar voor deze doelgroep is die hulp in werkelijkheid niet zo eenduidig te omschrijven. Daardoor kwam bij de directeur de vraag op: hoe houd ik mijn intentie vast in een georganiseerde wereld waar onze hulp niet past in het stelsel van regelgeving en wetten? Waardoor het moeilijk is deze cliënten de zorg te geven die ze echt nodig hebben.”

Ze omschrijft het kernprobleem als volgt: “De systeemwereld sluit niet mooi aan op de leefwereld.”

Boersma: “Dat is uiteindelijk ook het thema van ons deel van het onderzoek geworden. Ik zie dat deze Bart iets doet met leiderschap dat ik in grotere zorginstellingen verder niet zie. Namelijk: hoe houd je de regelgeving van hoe je met cliënten moet omgaan zo ver mogelijk buiten hun leefwereld, waar die regels op van toepassing zijn. Deze directeur filtert heel erg wat hij daarvan wèl laat doorsijpelen en wat niet. Dat brengt hem op een spanningsvol vlak. Hij wordt geacht formeel verantwoording af te leggen. Maar hoe doet hij dat nou? Hij kan niet makkelijk alle puntjes op de vragenlijst afvinken.”

Nog concreter: “Er is ook een incident geweest, waarna de inspectie langskwam. Dan wordt gevraagd om bewijsmateriaal, om protocollen. Dan zegt hij: ik werk niet met protocollen, maar met relaties en dialoog. Dat is niet tastbaar, niet zichtbaar. Daarvoor moet de inspectie aanwezig zijn om zelf te zien wat er gebeurt. Maar dat doet de inspectie niet, dat is nu eenmaal niet gangbaar.”  De waardecreatie wordt dus niet begrepen.

Wat kan de wetenschap hieraan bijdragen? Directeur De Bruin heeft gezien de situatie behoefte aan verduidelijken van zijn leiderschap en bijbehorend besturingsmodel. Hopelijk kan een inspectie en andere organisaties dan begrijpen hoe deze bijzondere doelgroep geholpen wordt, ook al past het niet binnen bestaande kaders. Is dit model toepasbaar op meer instellingen in de zorg, die hetzelfde keurslijf als knellend ervaren?

Boersma: “Dat is dus het idee van dit leiderschapsonderzoek. Wat doet Bart wel en wat niet? In wat voor situatie brengt hem dat? Wat kunnen andere organisaties daarvan leren? Hoe kunnen we het systeem anders maken zodat de intentie van de hulp overeind blijft?”

Het onderzoek gaat door twee promovendi (AIO’s) uitgevoerd worden. Het is een opmerkelijke combinatie: een accountant en een organisatiepsycholoog. Boersma: “De organisatiepsycholoog zegt: ik krijg mijn instrumenten niet aan de straatstenen verkocht. We zijn met teamvorming bezig, met empowerement, maar het managementsysteem is een andere wereld en die twee werelden raken elkaar niet. De wereld van het management is er een van strategie, visie, vertalen in jaarplannen, begrotingen, audits, jaarrekeningen. Onze veronderstelling is dat de echte wereld, het echt leven, hiermee niet wordt meegenomen. Het wringt tussen die twee werelden. Hoe kunnen we ze samen brengen?”

Boersma verwacht dat het onderzoek een nieuwe visie op duurzaam leiderschap kan opleveren. ”Dat is nu: ik vraag medewerkers om een plan en check of ze dat uitvoeren. De werkelijkheid is veel dynamischer, er is interactie in de relatie.”

Het onderzoek loopt nu een half jaar, Boersma en haar mede-onderzoekers zijn vooralsnog druk geweest met wetenschappelijke literatuurstudie. “Een stapje naar achteren om bruikbaar onderzoek te vinden”, zegt ze. “En dan met die verzameling informatie weer de praktijk in, om die kloof proberen te dichten.”

Haar onderzoek is maar een stukje van het project naar Leiderschap, dat weer een van de vijf projecten van deze NWO/het Groene Breinstudie is. Hoogleraar Van Tulder  functioneert als de spin in het web en overziet alle onderzoeksvelden van dit project dat de naam draagt: Transitie naar duurzame bedrijfsmodellen, leiderschap en het meten van gedeelde waardecreatie.

Stel gratis uw eigen vraag!

Dit is aflevering 24 van de serie Groene Breinbrekers. Elke week wordt op de website van P+ een praktijkvraag gesteld aan een van de 90 wetenschappers die aan het Groene Brein zijn verbonden. P+ roept het bedrijfsleven op eigen vragen te mailen. Beantwoording hiervan is gratis. Over een uitvoeriger onderzoek kan altijd gepraat worden. Vraag mailen naar: editor@p-plus.nl