30 May 2021

Shell valt in eigen open kelderluik

Tineke Lambooy

Wat betekent de ‘ongekende’ beslissing van de rechtbank in Den Haag over Shell voor andere ondernemingen die ook een maatschappelijke zorgplicht hebben? Daarover boog hoogleraar Tineke Lambooy van Nyenrode Business Universiteit zich. Lambooy haalt daarbij een onder juristen beroemde rechtelijke uitspraak aan, over de vraag wie verantwoordelijk is voor schade wanneer iemand in een zorgeloos openstaand kelderluik valt. De vergelijking: wie is er verantwoordelijk voor de schade die de mensheid oploopt wanneer bedrijven doorgaan met het uitstoten van grote hoeveelheden CO2 in de atmosfeer? In dit geval valt Shell in eigen open kelderluik.

Lambooy werd enkele weken geleden geportretteerd in de P+ Special ‘Geef de natuur rechten’. De uitspraak die afgelopen week door Milieudefensie werd uitgelokt ligt in het hart van het werkgebied van de hoogleraar ‘Corporate Law’ waar de naleving van algemene mensenrechten steeds belangrijker worden. “Het Hof leunt zwaar op de Guiding Principles on Business and Human Rights (UNGP) van de Verenigde Naties, terwijl het ook verwijst naar de OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen (OESO-richtlijnen) en andere internationale MVO-normen.”

Lambooy over de spectaculaire uitspraak Shell VS Milieudefensie: “De belangrijkste rechtsgrond van het besluit is de Nederlandse privaatrechtelijke zorgnorm, waarop ook de Hoge Raad zich beroept in de befaamde Nederlandse Urgenda-uitspraak van 2019. Het onachtzaam creëren van gevaar voor anderen is in strijd met de zorgnorm. Dit werd vastgesteld in de zaak 'Kelderluik' (1965), de legendarische historische onrechtmatige daadzaak over een persoon die letsel opliep door in een kelder te vallen vanwege een open kelderluik. Het schenden van een persoonlijk recht, het schenden van een wettelijke plicht of het schenden van een ongeschreven zorgvuldigheidsnorm die wordt aangeduid als 'goed sociaal gedrag', kwalificeert als onwettig.”

"Om de zorgplicht van Shell in dit specifieke geval te bepalen, baseert de rechtbank zich op 'de relevante feiten en omstandigheden, de best beschikbare wetenschap over gevaarlijke klimaatverandering en hoe deze te beheersen, en de wijdverbreide internationale consensus dat mensenrechten bescherming bieden tegen de gevolgen van gevaarlijke klimaatverandering en dat bedrijven de mensenrechten moeten respecteren'. "

 "Cruciaal is dat de rechtbank stelt dat 'de verantwoordelijkheid van bedrijven om de mensenrechten te respecteren, zoals geformuleerd in de UNGP, een wereldwijde norm is voor verwacht gedrag voor alle bedrijven, waar ze ook actief zijn'. Door te verduidelijken dat dit een individuele verantwoordelijkheid is van zakelijke actoren die los staan van de verplichtingen van staten en boven de nationale wetten ter bescherming van de mensenrechten staan. Deze verantwoordelijkheid bestaat ook, ongeacht of concurrenten simpelweg ‘ingrijpen’ waar Shell CO2-intensieve bedrijfspraktijken vermindert. Het Hof concludeert verder dat ‘Het respecteren van mensenrechten is geen passieve verantwoordelijkheid: het vereist actie van bedrijven’. "

"Concreet benadrukt de rechtbank dat Shell de CO2-uitstoot stroomopwaarts en stroomafwaarts in haar waardeketen moet verminderen. Overwegend dat '[Shell] via het door de Shell-groep aangeboden energiepakket de Scope 3-emissies van de eindgebruikers van de door de Shell-groep geproduceerde en verkochte producten beheerst en beïnvloedt', merkt de rechtbank op dat dit een belangrijk onderdeel is van Shell's verantwoordelijkheid."

"Ongeveer 85 procent (!) van de uitstoot van Shell is Scope 3 (emissies van eindgebruikers). Shell zou ook de uitstoot stroomopwaarts moeten verminderen, d.w.z. de uitstoot geproduceerd door alle bedrijven van de Shell-groep, die die van veel staten overtreft. Het argument van Shell dat regelingen voor de handel in emissierechten Shell vrijstellen van haar verplichting om haar CO2 -emissies te verminderen, werd door het Hof verworpen, voornamelijk omdat ze slechts 'een klein deel van de emissies van de Shell-groep' dekken. Verder verwijst de rechtbank naar de ‘niet-bindende’ maar ‘algemeen onderschreven en aanvaarde’ temperatuurlimietdoelen van het Akkoord van Parijs."

Lees hier de volledige Engelstalige analyse van Lambooy.