19 Mar 2020

StadmakersCoöperatie: Coronavirus brengt mensen samen

Floor Ziegler Teun Gautier

Het coronavirus veroorzaakt een ongekende opleving van gemeenschapsgevoel. Mensen zoeken elkaar op door het maken van digitale lokale netwerkjes, die soms een enkele straat beslaan, maar ook hele wijken. “Omdat we elkaar straks nodig hebben, als we ziek worden. Van boodschappen voor elkaar doen tot vervoer van mensen zonder auto”, signaleren Teun Gautier en Floor Ziegler van de StadmakersCoöperatie, een bundeling van vele lokale burgerinitiatieven en stadmakers door heel Nederland.

Een virus dat zowel arm als rijk bedreigt, brengt een oude en soms vergeten waarde als gemeenschapszin terug. “We zien nu dat zowel mensen met een eigen woning als mensen in een huurflat in dezelfde app zitten. In deze pandemie valt onderscheid tussen mensen weg. We kunnen allemaal ziek worden.” 

Floor Ziegler (1971) en Teun Gautier (1968) zijn meer dan wie ook op gespitst op kansen om sociale cohesie in de samenleving te bevorderen. Zij richten in tal van steden initiatieven op waarbij de inwoners met bijzondere activiteiten hun eigen wijken aantrekkelijker maken voor een grote diversiteit aan verschillende mensen. Dat kunnen ontmoetingsplaatsen in een park zijn, maar ook grote gezamenlijke ruimtes zoals het deze maand in Rotterdam geopende Stadspaleis. 

Dat is wat stadmakers doen: het zijn in de woorden van Ziegler en Gautier ‘mensen in de wijken die opstaan en er hun vak van hebben gemaakt om hun eigen leefomgeving beter, mooier, duurzamer, en eerlijker te maken. De StadmakersCoöperatie verbindt de systeem- en leefwereld door met deze stadmakers gemeenschappen te vormen rond plekken en maatschappelijke thema's, zoals gedeeld groen in de wijk.

Ziegler: “We zien in een crisissituatie als deze ineens weer dat we onderdeel zijn van de natuur. We realiseren ons: je staat nooit los van de ander.”

Gautier: “We worden door het coronavirus uitgedaagd om een collectieve aanpak te vinden. Is het menselijk vernuft in staat om ons als groep aan te passen? Het is ontzettend spannend om te zien welke rol de technologie daarin kan spelen. De grote van een groep speelt daarin een belangrijke rol. Mijn oplossing is: houd die gemeenschap klein en overzichtelijk. Liever duizenden kleine groepen, dan één gigantische. Dan is herding, sociaal hoeden, niet meer mogelijk.”

Ziegler: “Ik woon in een rijtje in Amsterdam-Noord waar ook een app door de bewoners is gestart. Daar zitten mensen in die elkaar nooit spraken. Ineens heerst er een gevoel van: wat fijn dat we elkaar weten te vinden als we ziek zijn, straks.”

Gautier: “In mijn straat is ook zo’n app, waar iedereen ineens heel lief is voor elkaar. We zitten ineens in een situatie waarin het niet meer uitmaakt wie je bent. Iedereen kan het krijgen. Maar iedereen kan ook met een pan soep naar de buurvrouw. Het is wel belangrijk om dit vast te houden, als we er doorheen komen. We moeten deze nieuwe gemeenschapszin verder brengen.”

De crisis heeft in Nederland al tot een golf van ‘buren-coronagroepen’ geleid, vaak ook op Facebook. “Het spuit de grond uit”, volgens hoogleraar Strategische Filantropie en Vrijwilligerswerk Lucas Meijs van de Erasmus Universiteit. “Nederland heeft een enorm reservoir aan vrijwilligers. Maar in de match tussen vraag en aanbod moet wel iets ‘warms’ zitten. Iets van menselijk contact. Het moet ook betrouwbaar zijn, mensen hebben een gezicht nodig. Eigenlijk werkt in de buurt aanbellen en vragen of je wat kunt doen nog altijd beter.”

Het organiseren van communities is een specialisme van de coöperatie die Ziegler en Gautier hebben gesmeed, van meer dan honderd sociale buurtinitiatieven en ondernemers op dit gebied. De organisatie maakt gebruik van stadmakers, creatieven en social designers, die activiteiten bedenken die buurtbewoners met elkaar verbinden. Dat kan zijn het opzetten en verzorgen van gezamenlijk groen in de wijk, elkaars stadstuintje, het organiseren van concerten, voorstellingen en maaltijden, het projecteren van films op muren, tot het schilderen van lelijke stukken straat. Daar komt nu ook het uitlaten van honden bij, wanneer ‘het baasje’ en ‘het vrouwtje’ ziek zijn. 

De stichting DOEN helpt bij tal van zulke sociale bewonersinitiatieven, en ondersteunt ook het coördinerende werk van de StadmakersCooperatie -die overigens minstens zo veel succes boekt in het landelijke gebied, waar eerder sociale cohesie ontstaat dan in stadswijken met de bewoners met heel verschillende achtergronden.

Gautier: “Wij vullen de ‘tussenruimte’, het gebied tussen de leefruimte van inwoners en de systeemwereld. Wil je die weer samenbrengen, dan moet je maatschappelijke vraagstukken praktisch maken. Je hebt een fysieke of een virtuele eigen plek nodig. Vooral via internet kunnen mensen heel snel verbonden worden. Een druk op de knop en je bent onderdeel van de stadmakers in Tiel, onderdeel van een familie, van een groep bewoners die samen een marktkraam beginnen.”

Ziegler: “Het fysieke contact is er in deze tijden van corona een van wat kleinere groepjes, met wat meer afstand tot elkaar. Dat moeten we nu even anders inrichten dan een maand geleden. Daar zullen onze creatieven heel vindingrijke oplossingen voor vinden. Maar we werkten al veel in de open lucht, toen we nog geen onderdak hadden. Duidelijk is dat je helemaal geen dichte gebouwen meer moet maken voor communityvorming. De beweging van burgerinitiatieven is zelfs begonnen door de geslotenheid van het oude systeem van buurthuizen. Dat zijn uiteindelijk heel beperkte gemeenschapjes geworden, rond twee of drie mensen die er de leiding geven en alleen hun eigen soort mensen om zich heen verzamelen. Wie daar niet bij paste, kwam er niet meer. Jongeren bleven weg, mensen met een andere achtergrond. Het waren gemeenschappen ‘van ons, tot ons’.”

Om subsidie te krijgen worden er voor meisjes een cursus nagellakken georganiseerd en voor jongens sleutelen aan bromfietsen, stelt het duo. Hun aanpak is een heel andere.

Ziegler: “Toen wij in Amsterdam-Noord begonnen, zijn we gewoon door de wijk gaan wandelen. Praten met mensen. Wat ontbreekt hier? Daar is een fietsenmaker uit voortgekomen, maar ook een plek van samenkomst: de Noorderparkkamer. En wie kwamen daar optreden? De linedancers uit een buurthuis, van een welzijnsorganisatie. Voor het eerst voor een heleboel publiek.”

De crisissituatie leidt bij de twee stadmakers eerder tot een ‘geweldige ideeënstroom’ dan tot neerslachtig gesomber over het einde van de wereld. “Mijn hoofd tolt. Tien ideeën per minuut. Wij moeten een boek schrijven”, zegt Ziegler: “De systemen hebben ons ontmenselijkt. Wat ons het meest gelukkig maakt, is uit ons getrokken. Mijn zoon bracht mij vanochtend een heel gezond sapje dat hij zelf gemaakt had, van geperste appel met gember. Daarna zijn we samen op de racefiets door de weilanden gefietst.”

Gautier: “Dat is uiteindelijk wat iedereen wil: betekenisvol zijn voor een ander. Gezien en gehoord worden. Erkend. Dat is wat je nu heel erg ziet: er is een luisterend oor voor elkaar. We zijn nu niet bezig met het onttrekken van alles wat de aarde ons biedt, maar met het bijdragen aan wat andere mensen en de wereld nodig hebben.”

Website StadmakersCoöperatie

Fotograaf Ramon Phillipo