06 Nov 2020

Stakeholderoverleg loont

Stakeholderinclusie, oftewel het bij de onderneming betrekken van tal van belanghebbenden, is een lonende zaak. Dat blijkt uit onderzoek van onder andere het Impact Centre Erasmus. Om de resultaten verder te optimaliseren is in samenwerking met Global Compact Nederland een model ontwikkeld, waarin het overleg gestructureerd wordt. Zo wordt het ook mogelijk om daadwerkelijk de impact te gaan meten die bedrijven maken.

In de nieuwe P+ Special ‘De winst van stakeholderinclusie’ wordt dit model gepresenteerd en uitvoerig toegelicht.

Voor alle duidelijkheid: ‘Stakeholders zijn partijen die van invloed zijn op de organisatie of die worden beïnvloed door de organisatie. Stakeholderinclusie gaat over het betrekken van deze stakeholders bij de organisatie’.

Stakeholders die de meeste bedrijven in hun strategie betrekken zijn medewerkers en externe stakeholders met een hele directe, vaak wettelijke, contractuele of transactionele relatie met het bedrijf. Voorbeelden hiervan zijn klanten, aandeelhouders/financiers en overheid. Zogenaamde ‘2nd tier’ stakeholders zijn ngo’s (46 procent), kennisinstellingen (35 procent) en belangenverenigingen (35 procent). Zij worden minder vaak bij strategisch bedrijfsbeleid betrokken dan bedrijven in de eigen bedrijfsketen.

Wat is de motivatie van bedrijven om deze stakeholders te betrekken bij hun organisatie? Een breed samengesteld onderzoeksteam zette deze vraag uit middels een enquête en kreeg een verrassende uitslag. Tweederde van de ondervraagden antwoordde: ‘omdat het loont’. Andere motivaties bleven ver achter op deze overduidelijke uitslag. Denk aan motivaties als: ‘omdat het moet’, ‘omdat iedereen het doet’ of ‘omdat ik het wil’. 

Het is wel een dubbelzinnig antwoord. Het woord ‘lonen’ kan zowel op financiële winst slaan als op andere waarden. Deze andere waarden doen steeds meer opgang in bedrijven die heel bewust duurzame doelen nastreven of zelfs hun ondernemingsstrategie hier volledig op in hebben gesteld (purpose). Visie en missie voor de lange termijn zijn dan belangrijker dan het elk kwartaal schrijven van zwarte cijfers. Andere waarden, zoals die in de Sustainable Development Goals (SDG’s) zijn opgesomd, worden nog niet op een vergelijkbare wijze gemeten als de financiële cijfers.

Het betrekken van stakeholders bij het bedrijfsbeleid past goed bij onze eeuwenoude poldercultuur. Maar dat we in vroeger dagen samen aan tafel gingen, was nooit bedoeld om de onderlinge relaties te optimaliseren. Het ging onze voorouders er om samen veilige dijken te kunnen bouwen. Niet het woord, maar de daad telde. Of dat was gelukt, was in die dagen makkelijk te controleren: het overleg was geslaagd als de mensen in de polders droge voeten hielden.

Stakeholderinclusie is het duurzame polderen van vandaag. Gesteld wordt in het onderzoek dat het poldermodel in de vorm van het betrekken van de stakeholders al tot tal van positieve resultaten heeft geleid. Ongeveer 65 procent van de ondernemingen heeft op basis van de uitwisseling van ideeën ‘andere keuzes gemaakt’. Meer dan 56 procent van de ondernemingen heeft de ‘strategie aangepast’. Meer dan 30 procent ‘stopte of wijzigde activiteiten’, waar blijkbaar kritiek op was gekomen. 

Interessant is om te weten of dit overleg ook tot daadwerkelijke impact heeft geleid. Zo’n 60 procent van de bedrijven gebruikt stakeholderengagement om op positieve wijze de eigen impact op de SDG’s te vergroten. Ngo’s zien dit ook wel, maar in veel mindere mate, slechts voor 30 procent. In hun commentaren benadrukken maatschappelijke organisaties dat bedrijven vooral de SDG’s selecteren die bijdragen aan de bedrijfswinst, zoals het verlagen van energie- en watergebruik, terwijl andere issues zoals ontbossing niet geselecteerd worden’. Slechts 35 procent van de bedrijven weet de SDG’s te vertalen naar hun business doelen terwijl 17 procent van de bedrijven zegt kwantitatieve targets te hebben voor de SDG’s. 

Het sluitstuk van verantwoording van de stakeholderinclusie is weer wel dik in orde. De geënquêteerden meldden in grote meerderheid dat er al een degelijk systeem is opgebouwd voor het terugkoppelen van resultaten van het overleg. Niet minder dan 88 procent doet dit zelfs direct, maar levert ook verantwoording via het jaarverslag (65 procent) en de website (42 procent). 

De conclusie in deze P+ Special volgens auteur prof. dr. Karen Maas, wetenschappelijk directeur van het Impact Centre Erasmus: ‘Hoe mooi zou het zijn om via deze kanalen te kunnen berichten welke winst het betrekken van stakeholders heeft opgeleverd. Bewezen maatschappelijke winst, wel te verstaan: echte impact. Dit lijkt in de praktijk nog maar weinig het geval te zijn. Maar de wens is er wel. Op de vraag wat de bedrijven graag zouden willen veranderen, aanpassen of verbeteren aan het stakeholder-inclusieproces staat 'de impact' met stip op nummer één met 59 procent. De ngo’s zijn hier nog stelliger in: 70 procent wil verbetering. Ondanks dat het polderen zo goed bij ons past, en de bedrijven daar hard mee bezig zijn, is er daarom zeker nog ruimte voor verdere verbetering’.

Download van deze P+ Special met een nieuw en innovatief model dat de complexiteit van stakeholderinclusie structureert.