Skip to main content
P+ Logo
Best Practices voor een duurzame toekomst
17 september 2018

The best of City Transitions… Kopenhagen

De Deense hoofdstad Kopenhagen trekt de hele regio mee om in 2050 volledig los te zijn van fossiele brandstoffen. In de gemeentelijke samenwerkingsprojecten participeren bovendien bedrijven, universiteiten en burgers. Pernille Kernel is verantwoordelijk voor de onderlinge samenwerking tussen Deense steden op het gebied van de circulaire economie. Hoe wisten zij en haar collega’s in tijd van een enkel jaar zes gemeenten tot een metropool om te smeden? Misschien iets voor onze eigen vier steden in de Randstad?

Kernel (1972) zal op 4 oktober de transitiestrategie van het Partnership for circular municipalities (PaRCK) presenteren op het seminar ‘The City as a Business Model’, georganiseerd door hoogleraar Jan Jonker. Koplopers uit tal van Europese steden wisselen hier hun ervaringen uit. Download hier het volledige programma van deze dag. Aanmelden kan hier.

Het is een gloednieuw project, waar Kernel bij betrokken is. En het is razendsnel tot stand gekomen. Binnen een jaar was een budget van 1 miljoen euro gevonden zodat op 1 augustus aan de uitvoering van de projecten kon worden begonnen. Ze zullen drie jaar gaan duren. Kopenhagen en zes omringende gemeenten doen mee, maar ook afvalbedrijven, recyclers, universiteiten en kennisinstituten. 

Wat is het geheim van Kernel? Lachend: “Het is makkelijker een steen van een berg af te rollen, dan naar de top omhoog. We zochten dus al bestaande interesse of zelfs al beginnende initiatieven. Het eiland Bornholm bleek de meest dankbare test te zijn voor het opbouwen van een waardeketen voor het herbruiken van bouwmaterialen. Rødovre draait de pilot voor het hergebruiken van textiel van particulieren, daar waar Kopenhagen als hoofdstad weer juist het gemeentelijke apparaat heeft om een goed systeem van duurzame inkoop voor hergebruikt textiel op te zetten. De kleinere steden hebben die capaciteit vaak niet, ook al zouden ze het wel graag willen. Onze rol was dan: ‘Mogen wij jullie helpen? Wij hebben die specialisten wel. En als er nog wat geld nodig is om dit project tot een goed einde te brengen, dan nemen we nog wat geld mee ook’. Dan hoor je al snel terug: ‘OK! Dat klinkt geweldig!’ Op die manier kan het heel snel gaan.”

Om het stevige tempo er in te houden, zullen Kernel en haar collega’s dan ook niet drie jaar wachten met het presenteren van de eerste resultaten. “Oh nee, zodra er ook maar iets concreet te melden valt, zullen we dat met alle gemeenten delen. Er is bovendien een groep van 15 gemeenten die niet actief aan het project deelneemt, maar de voortgang wel volgen. De kans is aanwezig dat zij met de resultaten ook weer verder gaan.”

De doelen zijn dan ook strak omschreven. Een voorbeeld: ‘Een verhoogde recycling van geselecteerde materialen, zoals bouwafval of textiel’. Kernel: “Een van de steden richt zich vooral op kleine en middelgrote bedrijven, die wat meer moeite hebben met het idee van de circulaire economie. Ook daar helpen we om dit begrip praktisch te maken in hun eigen bedrijfsvoering. Het gaat ons bovendien niet alleen om de hoeveelheid grondstoffen die we ophalen, maar ook over de kwaliteit van de recycling. We willen graag upcyclen, de grondstof extra meerwaarde geven.”

Wat in de snelheid van bundelen ook meehielp, was dat de Denen al wat langer gewend zijn om in stedenverband aan duurzame doelen te werken. Een voorganger van het Partnership for Circular Cities is het samenwerkingsproject Gate 21. Naast die van de hoofdstad Kopenhagen prijken op de website de namen van tal van andere Deense gemeenten: de festivalstad Roskilde, Malmö en minder bekende plaatsen in de hoofdstedelijke regio als Gladsaxe, Glostrup, Egedal, Albertslund en de eilanden Lolland en ook weer Bornholm in de Oostzee. Naast Deense universiteiten nemen ook internationale bedrijven als Cisco, IBM, Saint-Gobain en ook Philips deel aan het verband. Het is een indrukwekkend samenwerkingsverband, dat inmiddels al zeven jaar functioneert als non-profitorganisatie. Voorzitter is de burgemeester van Albertslund.

De afgelopen zomer bewees dit samenwerkingsverband Gate 21 zijn waarde toen het treinverkeer op twee trajecten tot twee, drie maanden toe stil werd gelegd. Pendelaars kregen in hun eigen gemeente werkruimte aangeboden, zoals in de plaats Egedal. Andere gemeenten werkten samen met de Deense wielrennersbond aan de actie ‘We Cycle to Work’. Teams van 4 tot 16 deelnemers streden om een prijs, een Pelago-fiets voor iedere fietser. Hoe meer dagen er gefietst werd, hoe groter de kans om deze hippe Finse fiets te winnen. 

De deelname van Philips heeft alles te maken met een verlichtingsproject dat het groene stedenverband voert onder de naam DOLL. Doel is om tot een intelligent verlichtingssysteem te komen voor de buitenomgeving. In het project worden tal van verlichtingssystemen uitgetest, uiteraard allemaal met LED-technologie, gekoppeld aan sensors en wifi.

Het eerste energieproject van Gate 21 leverde eind van deze zomer al resultaten op. Het Skovly hotel dat deelnam aan het ‘Sustainable Bottom Line Bornholm’ kon het eigen energierapport bekend maken. Het is het fundament voor uitbreiding van deze ‘outdoor’ locatie, met als doel het zomerseizoen te verlengen zonder meer energie te gebruiken. Het hotel kreeg de mogelijkheid om voor een bedrag van zo’n 9.000 euro te laten onderzoeken hoe een warmtesysteem zo economisch en ecologisch mogelijk kon worden ingericht. Vijf andere bedrijven werken aan vergelijkbare plannen. De eilanders van Bornholm worden bij het project betrokken tijdens een jaarlijkse ‘Bornholm Day’.

Al met al moeten projecten als deze van Groot-Kopenhagen de ‘leading region in the world for green transition and growth’ maken, vrij van het gebruik van fossiele brandstoffen. Er hangt ook een financiële doelstelling aan alle projecten: ‘Voor elke Deense kroon die partners in ons investeren, bouwen wij projecten die 14 kroon waard zijn’, zo claimt Gate 21. Er zou inmiddels met 30 verschillende projecten al voor 300 miljoen Deense kroon aan waarde gecreëerd zijn, omgerekend iets meer dan 40 miljoen euro.

Dit artikel is het vierde deel in een serie over de meest interessante duurzame transities in Europese steden. 

In de eerste aflevering vertelde Igor Kos uit Slovenië hoe de stad Maribor alle gemeentelijke stadsdiensten wist te bundelen. 

Gabrielle van Zoeren vertelde hoe de stad Antwerpen met slimme technologie en beloningen de inwoners van een nieuwe stadswijk stimuleert om aan de circulaire economie deel te nemen. 

Michiel Hustinx wijt de benoeming van Nijmegen tot European Green Capital 2018 aan de manier waarop de stad de eigen schaalgrootte maximaal benut, met korte lijnen tussen burgers, overheid en bedrijven. 

Volgende week: Londen.

Tekst Jan Bom

Downloads

Meer info download je hier:

Programma 'The City as a Business Model' (154 kb)
Wil je ook onze gedrukte Marktboeken over een duurzame toekomst ontvangen?
Abonneer je dan hier