Skip to main content
P+ Logo
Best Practices voor een duurzame toekomst
Henk Voormolen van Albron, foto Wiesje Peels
Henk Voormolen van Albron, foto Wiesje Peels
04 mei 2012

Albron: Verplicht goed eten

Stelling: waar verplicht gegeten wordt, moet het eten verplicht duurzaam van kwaliteit zijn. Daarover gaat de nieuwe P+, met voorbeelden uit de ouderenzorg, het gevangeniswezen maar ook een opmerkelijk bedrijfsrestaurant van Albron.


Wie in de gevangenis zit, moet eten wat de pot schaft. Wie zich in een verslavingskliniek laat behandelen ook. Zelfs ouderen in een verzorgingshuis kunnen niet zo makkelijk weg. Het is dus verplicht eten. Dat schept wel de verplichting om goede en gezonde voeding aan te bieden. Dat geldt ook voor de cateraar van het bedrijfsrestaurant. Wie een heerlijke lunch krijgt, gaat tussen de middag niet zo snel de straat op.

Een kort fragment uit dit artikel.

In Den Haag kunnen ambtenaren op het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I) makkelijk even de stad in, tussen de middag. Cateraar Albron heeft het dus moeilijker, om de klanten te behouden. Daar komt nog een bijzondere opdracht bij: al uit 2008 stamt de afspraak dat het aangeboden eten voor 100 procent duurzaam zou moeten zijn en voor minimaal 75 procent biologisch. Aldus werd het leveren van ‘verplicht goed eten’ contractueel vastgelegd. Albron leerde op deze wijze heel goed koorddansen, want niet alle bezoekers van het bedrijfsrestaurant hebben een boodschap aan de door eigen werkgever opgelegde keuze voor duurzaamheid.

Het sleutelwoord werd daarom: lekker. Zo ontdekte Henk Voormolen, manager Duurzamer Ondernemen bij Albron, wat hij niet en wel kon doen. “Die afspraak heeft heel wat voeten in de aarde gehad. We zijn met onze leveranciers op zoektocht gegaan. Biologische melk hadden we al, maar dat was niet genoeg. En hoe kom je aan biologische Coca-Cola of Venco drop? Mensen verwachten die ingesleten merken wel te kunnen kopen.”

Al te ver voor de muziek uit lopen, dat wordt bestraft, zo is de ervaring van Voormolen. Dan blijft het eten gewoon over en is er sprake van voedselverspilling. Dat is zowat de meest ongewenste situatie, als het om duurzaamheid gaat. Voormolen: “Een seconde voor half twee is het topvoedsel en een seconde na half twee is het alleen nog goed voor de vergisting. Hooguit. Daar zit niks meer tussen. Vroeger kon het nog door als diervoeding, naar de varkens. Maar daar is misbruik van gemaakt. Na de grote diercrises, zoals de gekke koeienziekte, is het voor een zakelijk restaurant verboden om keukenresten aan een eigen varkentje te voeren, dat je dan later nog eens kunt slachten. Het voelt gewoon niet goed, deze doorgeschoten regels.”

Het toppunt van MVO is voor Albron dus elke dag een uitverkocht bedrijfsrestaurant, met een zo hoog mogelijk percentage aanbod aan verduurzaamd voedsel. Of die missie slaagt, hangt ook af van de prijzen. Die prachtige biologische appel mag ook weer niet te duur zijn. Voormolen: “Het ministerie van EL&I staat niet op een afgelegen bedrijfsterrein waar verder niks te vinden is. Je kunt in Den Haag uitwijken. Al te grote prijsstijgingen zijn niet mogelijk, anders gaan mensen de deur uit. De prijstolerantie voor voeding is in Nederland heel klein. In Frankrijk en België, daar wordt goed eten gewaardeerd, daar krijg je complimenten. Hier kost een gemiddelde lunch zo’n 2,50 euro. De prijselasticiteit is gering. Heel goed en gezond eten mag niet meer dan 10 procent duurder zijn, anders moet je echt gaan oppassen.”

Voormolen neemt een hap van zijn kaasschotel en kijkt het bijzondere restaurant op dit ministerie rond, een duurzame koploper in overheidsland. Alles is rood aangekleed. Ook de entourage moet voorkomen dat ambtenaren naar snackbar De Vrijheid uitwijken, om daar hun lunchgeld in de frituur te laten zakken.

Voor volledig artikel: Abonneer op P+ People Planet Profit

Tekst Jan Bom
Fotografie Wiesje Peels
 

Wil je ook onze gedrukte Marktboeken over een duurzame toekomst ontvangen?
Abonneer je dan hier