15 May 2020

Wereldboekhouder moet laatste grondstoffen verdelen

Wereldboekhouder Harald Sverdrup

Hij is een wereldboekhouder. Niemand weet beter dan de Noorse hoogleraar Harald Sverdrup wat ons nog rest aan grondstoffen. Zijn computers berekenen wat er nog in de aarde zit, hoeveel we daar nog uit kunnen halen en zelfs hoeveel we de komende jaren nodig zullen hebben. Het enige dat hij niet kan is deze voorraden eerlijk verdelen. De laatste metalen en andere materialen zouden naar die bedrijven moeten gaan die het mogelijk maken ze weer volledig te hergebruiken. Anders zit de wereld echt heel snel zonder. Wie neemt deze taak op zich?

Over de winning van de laatste voorraden aan grondstoffen gaat de P+ Special van deze week: ‘Wereldboekhouder’. In het interview met de Noorse hoogleraar Harald Sverdrup bespreekt hij zijn complexe computerberekingen: “Tussen 2030 en 2070 bereiken wij een piek in winning van vrijwel alle grondstoffen. Daarna wordt het steeds minder.” 

De economische strijd om de laatste grondstoffen is al aan de gang. China, maar ook Saoedi-Arabië kopen mijnen op, waar cruciale metalen worden gewonnen. Zonder platinum of rare earth stokt de duurzame energietransitie.

Daarom zouden regeringen volgens Sverdrup moeten komen tot een organisatie die de resterende voorraden verdeelt aan bedrijven die de materialen zodanig verwerken, dat tot hoge percentages recycling kan worden gekomen. Dat is nu zelden het geval. Sverdrup stelt: “We zullen wat straf moeten zetten op die ondernemingen die herbruikbaarheid van grondstoffen niet in hun design meenemen.”

P+ biedt in deze Special een overzicht van tientallen grondstoffen waarvan Sverdrup berekende wanneer het piekmoment valt. Na dat jaar zal de winning gaan teruglopen en de kosten van mijnbouw steeds hoger worden. Voor het belangrijke kobalt bijvoorbeeld is dat al over zes jaar te verwachten, in 2026. Het piekmoment van oliewinning ligt al achter ons.

In zijn boodschap klinkt de oude boodschap van de Club van Rome door, het gezelschap van kritische denkers dat in de vorige eeuw alarm sloeg met de constatering dat er grenzen aan onze groei zaten. Dat is niet toevallig, want Sverdrup en zijn IJslandse collega Anna Olafsdottir werken aan het allernieuwste geïntegreerde assessment model van de Club van Rome, getiteld: WORLD7. Het grote verschil is dat de computers van vandaag veel complexer en dynamischer berekeningen kunnen maken dan in 1972, het jaar dat het rapport ‘The Limits to Growth’ de wereld schokte.

Nog steeds wordt er ook door het Nederlandse bedrijfsleven meewarig gereageerd op deze dreigende boodschap. Afnemers van grondstoffen geloven dat er ‘op deze grote wereld’ nog voldoende restvoorraden te vinden zullen zijn. Ze verwachten bovendien dat er ’te zijner tijd’ wel alternatieven zullen zijn. Sverdrup spreekt dit alles tegen. “Geologen weten hoeveel er beschikbaar is in de geologische formaties op aarde en stellen de vraag: hoe groot is de voorraad waar we ook daadwerkelijk bij kunnen? En: tegen welke prijs? Het laatste is belangrijk. Voor sommige delfstoffen zijn de voorraden heel erg groot, maar economisch gezien onmogelijk om ze te benutten. Soms liggen ze diep onder de oceaanbodem, soms onder grote steden. Als jij een grote goudvoorraad onder het hart van New York City zou vinden, kun je daar geen mijn kunnen openen. Je krijgt niet eens een vergunning, laat staan dat je het voor elkaar krijgt om het Empire State Building af te breken. In andere gevallen liggen de voorraden zo diep, dat graven veel te duur wordt. Mijnbouwbedrijven schrijven dit dus allemaal af. We kunnen er gewoon niet bij.”

Sverdrup stelt daarom dat we heel zuinig moeten omgaan met de grondstoffen die nu gewonnen worden. “We moeten bedrijven gaan belonen die herbruikbaarheid van grondstoffen in hun design meenemen. En we zullen wat straf moeten zetten op die ondernemingen die dit niet doen.”

De hamvraag is wie de verdeling van wat ons nog rest op zich gaat nemen. Geen van de bestaande internationale instituties is hier volgens Sverdrup geschikt voor: “Zo’n aanpak vergt governance, dus het moet van regeringen komen. Een EU of een nationale regering, want er is geen wereldregering. De Verenigde Naties kunnen alleen aanbevelingen doen. Er is een International Resource Panel, maar dat kampt met gebrek aan financiële middelen en is gepolitiseerd. Daar gebeurt dus niet veel. We hebben efficiënte instituten nodig.”

Sverdrup komt mogelijk begin september naar Nederland, naar een bijeenkomst van de Club van Rome. AVANS Hogeschool biedt dit najaar studenten bovendien de mogelijkheid onderzoek te starten naar de vraag hoe bedrijven natuurlijk kapitaal als activa op de balans kunnen zetten. Dat zijn belangrijke cijfers omdat de waardevermindering door vernietiging van grondstoffen daardoor zichtbaar wordt in de winst- en verliesrekening. Zo kunnen aandeelhouders en grote investeerders als pensioenfondsen zien hoe ze in hun portemonnee worden geraakt, wanneer de circulaire economie niet wordt gerealiseerd. Het onderzoek gaat uit van het lectoraat Finance and Accounting van AVANS Hogeschool en staat onder leiding van Marleen Janssen Groesbeek, coauteur van dit artikel.  

Lees het volledige interview met Harald Sverdrup en de overzichten van de resterende wereldvoorraden aan grondstoffen. Download 'Wat ons nog rest...'

Van deze P+ Special is ook een Engelstalige PDF beschikbaar, ‘The World’s Bookkeeper’. Hier download.