23 Aug 2019

Hoe Nederland een handelsnatie werd

De handelsnatie Nederland is gebouwd op ‘vrouwelijke’ eigenschappen als soepelheid, geduld en dienstbaarheid. Kooplieden in de Gouden Eeuw lieten hun handel over aan hun echtgenotes.. Historicus Dorothee Sturkenboom diepte in 'De ballen van de koopman' deze weggestopte geschiedenis op. Ze hervond naast de 'zachte krachten' bovendien hoge ethische standaarden voor de handel als eerlijkheid, die doen denken aan duurzame principes van vandaag.

De nieuwe P+ Special van deze week portretteert Sturkenboom, die ruim 15 jaar werkte aan deze correctie op het beeld dat wij hebben van de Gouden Eeuw. 

Het waren niet alleen zeehelden als Michiel de Ruyter of kolonisten als Peter Stuyvesant die de grondslag legden voor het beeld dan wereldwijd van ons bestaat als Hollanders: kooplieden in hart en nieren. Vergeten zijn alle vrouwen die zo’n belangrijke rol hebben gespeeld, dat buitenlanders met ons de draak staken: in Holland hebben vrouwen de broek aan.

Drie vragen uit deze P+ Special: ‘De geboorte van een handelsnatie.’

Je kunt jouw boek lezen als een zoektocht naar het ontstaan van de succesvolle handelsnatie Nederland. Hoe komt het dat wij een handeldrijvend volk zijn geworden?

“Ik beschrijf de periode van de Gouden Eeuw, de tijd van de Republiek. Ik begin mijn onderzoek rond 1580. Het is de tijd dat Nederland nog geen Koninkrijk was, maar zich in de Tachtigjarige Oorlog begint los te maken van het Spaanse Rijk waar het deel van uitmaakte. Die periode van de Republiek loopt tot 1795 door. Voor die tijd maakten wij deel uit van een wat groter gebied; de Lage Landen, waar ook de Zuidelijke Nederlanden bij horen, het huidige België. In die tijd is onze identiteit nog diffuus. Eigenlijk zie je de Noord-Nederlandse identiteit pas ontstaan als we ons hebben losgemaakt van Spanje. Het interessante is ook dat de eigenschappen die wij nu als typisch Nederlands zien, eigenlijk al voor die periode gehecht zijn aan de Zuidelijke Nederlanden. Je hebt daar de Vlaamse en Brabantse handelssteden Antwerpen, Gent en Brugge. Die lopen op ons voor. Daar ontwikkelt zich al eerder een stedelijke handelscultuur, die Holland pas later overneemt.”

Bijzonder aan jouw boek is de beschrijving van de gelijkwaardige positie van de vrouw in de Gouden Eeuw. Eigenlijk is het heel logisch: wanneer de man in het buitenland op zakenreis is, moet er iemand op de winkel passen. Het geluk was dat vrouwen in die tijd boekhoudkundig onderlegd waren en echtgenotes dus de honneurs waarnamen. Dat ging veel verder dan de taakverdeling die al bestond bij boeren en vissers, waarbij de man naar zee ging, of op het land werkte, en de vrouw op de markt de producten verkocht.

“Ik denk dat we dat te danken hadden aan ons goede lagere onderwijssystemen, waarin ook meisjes lezen en rekenen mochten leren. In Vlaanderen zie je dat óók eerder: zelfstandige vrouwen die de taak van hun echtgenoot overnemen. Eigenlijk was het zelfs vreemd dat ze dat in andere landen niet ook zo regelden. In de 17e eeuw schreven de Britten economische traktaten over hoe een land rijk te maken middels de handel. Hun bevinding: een van de succesfactoren is dat de Hollandse vrouwen goed kunnen boekhouden.”

Wat kan de duurzame wereld van je historische studie leren?

“In de Gouden Eeuw wordt benadrukt dat winst maken belangrijk is, maar nog belangrijker is het dat je op een eerzame wijze handeldrijft. De Groningse koopman Van Nyenborgh schreef in 1659 dat de beste handel de handel was ‘diens winst niemand schade doet’. Ook toen al hadden we ondervonden hoe belangrijk het was om een goede reputatie te hebben.

"Koopmanschap steunde op bona fides, het vertrouwen in elkaar. Toen de Zeeuwse koopman David Baute op verdenking van illegale handel in een Spaanse gevangenis belandde, merkte hij al dat dit zijn krediet geen goed had gedaan. Of zoals dezelfde rijmlustige Nyenborgh dichtte: ‘Ziet dat gij een goede naam behoudt, dat beter is dan geld of goud’.

"De Mercator Honestus was het ideaalbeeld, de integere koopman. Het is jammer dat zulke idealen verloren zijn gegaan in de liberale tijdsgeest die daar later overheen kwam. Het idee ontstaat: de markt zal alles zelf wel regelen. Met Adam Smith die zegt dat een Onzichtbare Hand alles stuurt. Daarmee gingen de oude, morele principes vanuit het christendom en de klassieke tijd verloren. De dichter Vondel had het al samengevat in 1655: ‘Geen goud gaat boven eer’. In onze tijd zou je dat kunnen vertalen naar: geen winst gaat boven mens en aarde.”

Gratis download P+ Special ‘De geboorte van een handelsnatie’