Skip to main content
P+ Logo
Best Practices voor een duurzame toekomst
Groene Breinbreker
Groene Breinbreker
25 september 2015

Consument is grootste voedselverspiller

Niet boeren, niet de voedingsindustrie, niet de supermarkten, maar consumenten verspillen het meeste voedsel. Voor meer dan 1 euro per dag zelfs. Dat stelt de Wageningse onderzoeker Toine Timmermans, lid van het Groene Brein.

Groene Breinbreker: Wat is op dit moment in de voedselketen het grootste lek op het gebied van voedselverspilling?

Antwoord Toine Timmermans: Ir. Toine Timmermans (1965) is programmamanager duurzame voedselketens van Wageningen UR. Timmermans is een pionier op gebied van onderzoek naar voedselverspilling, eerst in Nederland, maar nu ook op Europese schaal. Hij coördineert het lopende project ‘FUSIONS’ en het nieuwe Europees project ‘REFRESH’ dat een bijdrage wil leveren aan de realisatie van 30 procent minder voedselverspilling in Europa in 2025. Twaalf landen nemen aan beide projecten deel.

Timmermans: “In Nederland, net als in alle westerse landen, is de consument verantwoordelijke voor de grootste hoeveelheid voedselverspilling. Daar laat alle recent onderzoek eenzelfde beeld zien. Er is onderzoek beschikbaar, onder andere van Nederlandse gemeenten die de afvalemmers laten uitpluizen. Daar komt een getal uit van 47 kilo eetbare voedselverspilling per persoon per jaar, maar laten we zeggen dat het tussen de 45 en 50 kilo in zit. Dat is al zo sinds 2009. Ondanks alle campagnes. Ondanks alle aandacht in de media. Ondanks de debatten hierover in de Tweede Kamer. Ondanks het gestegen bewustzijn bij de consumenten zelf. Dat getal is tot nu toe stabiel.

Het probleem is dat er niet 1, maar wel 50 factoren een rol spelen. Er zijn er drie het belangrijkste. Dat is beter plannen, op maat koken en de bewaarde restjes opeten. Een vierde factor hangt met dit alles samen: dat is de  houdbaarheidsdatum van producten. Teveel mensen weten daar niet goed mee om te gaan.

Die THT (Tenminste Houdbaar Tot) datum moet je interpreteren: voeding blijft langer goed dan wat op het etiket staat, het is een kwaliteitsgarantie. Maar mensen vertrouwen op die datum, want ze denken dat dit met voedselveiligheid te maken heeft. Wat de houdbaarheidsdatum inhoudt, weet slechts 35 procent van de consumenten goed te beschrijven. Het beste zou zijn om te leren de eigen zintuigen te gebruiken: je ziet, ruikt en proeft heel goed wanneer een THT product niet meer lekker is. Daar valt heel veel winst op te halen.

Voeding is relatief goedkoop, dus alles opeten vanwege de kosten is niet een echte driver voor gedragsverandering. We gooien ieder jaarlijks 400 euro per huishouden letterlijk in de afvalbak. Dat is ruim 1 euro per dag, waarschijnlijk te weinig om je gedrag te veranderen. Hoe doe je je aankopen? Hoe plan je wat je eet? 90 procent van die beslissingen is onbewust, mensen denken niet zo heel erg na als ze door de supermarkt lopen.

Het is een onderwerp waar we allemaal mee te maken hebben en de moraal speelt ook een rol. Eigenlijk vindt iedereen het weggooien van eten zonde. Er worden ook gemakkelijk schuldigen aangewezen of oplossingen gesuggereerd. De werkelijkheid blijkt genuanceerder dan de kritiek.

Zo spelen supermarkten een rol, door acties zoals 1 plus 1 gratis. Voor sommige consumenten die gevoelig zijn voor verleidingen, leidt dit zeker tot meer verspilling. Maar er zijn ook consumenten die door dit aanbod juist wel beter gaan plannen. Uit onderzoek blijkt dat de supermarkten zelf relatief  weinig bijdragen aan de verspilling (ca. 4 procent). Hun verantwoordelijkheid gaat echter breder, zowel in het helpen van consumenten, als het ontwikkelen van oplossingen samen met hun toeleveranciers. We moeten accepteren dat het een complex vraagstuk is, dat alleen met een geïntegreerde aanpak oplosbaar is.

Na de consument zit het tweede grote lek waarschijnlijk bij de boer oftewel de primaire producent, maar daar zijn heel weinig cijfers over. Het gaat dan om voor consumptie bedoeld voedsel dat niet is geoogst, uitgesorteerd vanwege afwijkende kwaliteitseisen, of producten die vanwege te lage prijzen niet op de markt komen en bijvoorbeeld worden verwerkt tot veevoer, in de vergister verdwijnen of als compost wordt uitgereden op het land. Ook dit ligt heel genuanceerd en boeren wijzen er op dat het niet voor consumptie aangeboden voedsel een andere herbestemming krijgt, vaak gedreven door economische motieven.

Bij de voedingsverwerkende industrie zit bijvoorbeeld een gat van 10 procent door snijverlies bij groentesnijderijen, maar in de aardappelverwerking is dat weer minder dan 1 procent. Naast verspilling gaat het in totaal ook om ruim 3 miljoen ton bijproducten, die niet meer geschikt zijn voor menselijke consumptie. Dit gaat vrijwel geheel naar de veevoer sector. Je kunt er in de vergister nog energie van maken, maar dat is veelal een minder efficiënte toepassing, en mede gedreven door subsidies. Verwerking van nevenstromen vanuit de industrie gebeurt centraal, in forse volumes. Hoogwaardige verwerking van consumentenafval is veel lastiger te organiseren, daar waar de consument nog steeds relatief veel voedsel in de grijze bak gooit, niet in de GFT-bak. In grote steden bestaat vaak niet eens een gescheiden inzameling.

Op die manier verdwijnt alles bij elkaar opgeteld jaarlijks tussen de 1,8 en 2,7 miljoen ton aan verspild voedsel in Nederland. Zo blijkt uit de laatste Monitor Voedselverspilling, van maart 2015.

Ruim tien jaar geleden waren we nog een pionier op dit gebied, het was maatschappelijk gezien een non-issue. We zijn begin 2000 begonnen om bedrijven efficiënter met grondstoffen om te laten gaan. Daar zat ook een kostenbesparing van minimaal 25 procent op de grondstoffen in. Toch nam niemand maatregelen om dit breed toe te passen. Dat veranderde pas in 2011 toen de grondstoffenprijzen begonnen te stijgen en onzekerheid ontstond over mogelijke tekorten. Grote misoogsten, wereldwijd. De Arabische lente in Egypte is deels aangewakkerd door hogere prijzen voor voedsel.

Bedrijven zoeken nu wel naar efficiency, om mogelijke toekomstige tekorten beter op te kunnen vangen en de veerkracht van hun bedrijf en keten te verbeteren. Duidelijk is: op wereldschaal meer en meer voedsel produceren is geen optie, de ecologische grenzen laten dit niet toe. Ook al is het hele systeem op groei gericht, we moeten leren zuiniger met grondstoffen om te gaan, en circulair gaan denken.

Er wordt gewerkt aan nieuwe Europees beleid met mogelijk nieuwe doelstellingen om de voedselverspilling te verminderen. Er is nu een doelstelling om 50 procent van de eetbare voedselverspilling in 2025 te minderen. De Europese Commissie komt eind 2015 met het Pakket Circulaire Economie, waarin waarschijnlijk concrete maatregelen tegen voedselverspilling worden opgenomen. Mijn overtuiging is dat een doelstelling van 50 procent vermindering van de voedselverspilling in de hele keten op termijn haalbaar is.”

Link naar het onderzoeksprogramma Fusions

Link naar het onderzoeksprogramma REFRESH

Stel gratis uw eigen vraag
Dit is de vijfde aflevering van de serie Groene Breinbrekers. Elke week zal op de website van P+ een praktijkvraag worden gesteld aan een van de 80 wetenschappers die aan het netwerk Het Groene Brein zijn verbonden. P+ roept het bedrijfsleven op eigen vragen te mailen. Beantwoording hiervan is gratis. Over een uitvoeriger onderzoek kan altijd gepraat worden. Vraag mailen naar: editor@p-plus.nl

Downloads

Meer info download je hier:

MONITOR VOEDSELVERSPILLING (954 kb)
Wil je ook onze gedrukte Marktboeken over een duurzame toekomst ontvangen?
Abonneer je dan hier