07 Aug 2020

Energiek innoveren in noodhulp

Energie vluchtelingenkampen

Veilige, betrouwbare en duurzame energie voor vluchtelingen én het scheppen van mogelijkheden voor mensen om in hun levensonderhoud te voorzien. Dat is de dubbele winst die wordt geboekt met vernieuwende energieprojecten in een aantal Afrikaanse vluchtelingenkampen en rurale gemeenschappen. Het energievraagstuk in noodhulpsituaties is nog onderbelicht, maar daar komt snel verandering in. Verschillende vanuit Nederland opererende hulporganisaties zetten in op innovatie om dit vraagstuk slimmer aan te pakken. 

Wereldwijd hebben meer dan 130 miljoen mensen humanitaire noodhulp nodig vanwege onder andere conflicten en natuurrampen. Daarbij denken we in de eerste plaats aan water, voedsel en onderdak. Maar toegang tot energie is ook van cruciaal belang om te overleven. Zo’n 90 procent van de mensen die in vluchtelingenkampen wonen, heeft geen toegang tot elektriciteit en 80 procent gebruikt brandhout en houtskool om te koken. Dit heeft grote gevolgen voor gezondheid, veiligheid en welzijn. Humanitaire organisaties beseffen inmiddels steeds nadrukkelijker dat hier veel te winnen is. De vraag is dan natuurlijk hoe je een toegankelijke, veilige en liefst duurzame energievoorziening realiseert voor mensen op de vlucht. Met ondersteuning van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) en de Dutch Coalition for Humanitarian Innovation (DCHI) is in een aantal kortlopende pilots in Afrika succesvol gezocht naar innovatieve antwoorden. 

Bijzonder aan de pilots is niet alleen het feit dat ze betrekking hebben op energie, maar ook dat gezocht wordt naar innovatieve, duurzame businessmodellen. In plaats van spullen weg te geven worden vluchtelingen en mensen in arme gemeenschappen meer benaderd als consumenten, die een eerlijke, haalbare prijs betalen voor kwalitatief goede diensten en producten. 

Neem de pilot Access to Modern Energy in Humanitarian Settings (AMPERE), uitgevoerd in Bidibidi, een enorm vluchtelingenkamp in Oeganda met honderdduizenden bewoners. Hierin werken noodhulporganisaties DCHI-partners Mercy Corps, Save the Children en SNV samen met lokale energiebedrijven. Emmanuel Aziebor is programmamanager bij Oegandese kantoor van Merci Corps. Hij legt uit hoe urgent het vraagstuk is: ‘Energie is echt een primaire levensbehoefte. Het gebrek aan elektrische verlichting dwingt veel huishoudens om vuurtjes te stoken of kaarsen te branden om bijvoorbeeld ’s nachts voor de kinderen te zorgen. Gebrek aan licht verhoogt ook het risico op aanranding buitenshuis, bijvoorbeeld bij het halen van water of wc-bezoek, en het beperkt sociale contacten of mogelijkheden om te studeren.’ 

De particuliere Oegandese energiebedrijven kunnen op zichzelf kwalitatief goede en duurzame energieoplossingen aanbieden, maar ze beschouwen vluchtelingenkampen als Bidibidi nog niet als markt. Aziebor: ‘Het ontbreekt aan infrastructuur voor distributie en verkoop en de initiële aanschafkosten van zulke systemen vormen natuurlijk een belemmering voor ontheemden, die vaak weinig of geen inkomsten hebben.’ Daar komt bij dat er veel goedkope producten van inferieure kwaliteit worden verhandeld, waarmee vluchtelingen vaak slechte ervaringen hebben, aldus Aziebor. 

In het kader van de pilot is in het kamp een complete infrastructuur opgezet voor distributie, verkoop, installatie en service van zonne-energiesystemen van goede kwaliteit. Mensen uit het kamp zijn getraind en er is een uitgebreid voorlichtingsprogramma opgezet om de bewoners te overtuigen van het aanbod van goede, duurzame energiesystemen. Om de drempel te verlagen kunnen ze eventueel een zonne-energiesysteem aanschaffen volgens een zogeheten pay-as-you-go-formule. Met dit afbetalingsprogramma wordt de grootste hobbel weggenomen voor veel bewoners om zich goede verlichting op zonne-energie te kunnen veroorloven. In de pilot ontvingen de deelnemende particuliere bedrijven een premie van 50 procent op elk geïnstalleerd systeem. De pay-as-you-go-klanten betalen de resterende 50 procent in een periode van 12 maanden af. 

Door het AMPERE-project hebben nu meer dan tweeduizend huishoudens toegang tot elektriciteit in de vorm van zonnelantaarns en zonnepanelen. Meer dan 600 klanten maken gebruik van de pay-as-you-go-formule. Belangrijke opbrengst van de pilot is dat informatie wordt verzameld over deze manier van financieren in de context van noodhulpverlening. De particuliere energiebedrijven vinden inmiddels beter hun weg in het kamp: ze verkopen nu ook kleinere zonnelantaarns van goede kwaliteit tegen de gewone marktprijs en zonder premie.  Zo heeft AMPERE de basis gelegd voor een duurzaam model voor toegang tot energie in humanitaire noodsituaties. 

In Soedan zet Unicef, één van de grondleggers van DCHI, met partner Practical Action ook in op de zon. Er is een pilot opgezet waarin ondernemende vrouwen de middelen en de kennis krijgen aangereikt om een inkomen te verdienen uit verkoop, installatie en onderhoud van zonne-energiesystemen. De pilot sluit aan op een project gericht op educatie onder vluchtelingen. Ook hier is het businessmodel een belangrijk innovatief element. Business developer Marjanne van der Helm van Unicef: ‘Energie is ongelooflijk belangrijk, juist in crisissituaties. Energie geeft licht en licht geeft je veiligheid en extra tijd om bijvoorbeeld te leren en je kunt – ook voor vluchtelingen onmisbare - telefoons en tablets opladen. Dat besef dringt steeds meer door, bij hulpverleners en overheden én bij de vluchtelingen zelf. Dat betekent dus ook dat energie waarde heeft. En daar speelt de pilot Lighting for Learning op in.’   

In enkele maanden tijd zijn in Soedan tien vrouwengroepen uit verschillende dorpen opgeleid op het gebied van zowel techniek als bedrijfsvoering. Met een lening vanuit de pilot zijn ze vervolgens succesvol de markt op gegaan met het aanbieden van zonne-energiesystemen. Het geleende geld moet terugverdiend worden uit de opbrengsten. Van der Helm: ‘Ook voor ons is dit een hele nieuwe manier van werken, we zijn gewend om weg te geven. Dit is écht anders en het blijkt heel goed te werken. De vrouwen tonen initiatief en eigenaarschap. In een paar maanden tijd zijn ze erin geslaagd bijna 250 systemen te verkopen en te installeren!’ Het succes van de pilot gaat niet onopgemerkt voorbij. Gemeenschappen in de omgeving melden zich op eigen initiatief om ook deel te kunnen nemen. Van der Helm is blij dat de pilot succesvol is en dat opschaling haalbaar blijkt. Ze ziet daarbij nog meer mogelijkheden: ‘Denk bijvoorbeeld aan het aanbieden van koeling of aan internet.’      

De Nederlandse noodhulporganisatie ZOA, één van de coalitiepartners van DCHI, is onder andere actief in Ethiopië. Programmamanager Evert Jan Pierik van ZOA: ‘Onze aandacht gaat in de eerste plaats uit naar het verstrekken van onderdak en voedsel. Maar als we vluchtelingen voorzien van rijst en bonen, dan moeten ze die toch ook ergens mee zien te koken. Mensen trekken dan de omgeving in om hout te zoeken. Als je dat met tienduizenden tegelijk doet, dan is dat binnen de kortste keren verwoestend voor de omgeving.’ Toegang tot hernieuwbare energie is dus van cruciaal belang om te overleven – zowel voor vluchtelingen als voor gemeenschappen die vluchtelingen ontvangen.

Om het energievraagstuk aan te pakken, heeft ZOA met haar partners een pilot uitgevoerd met briketten, gefabriceerd uit verkoolde resten van landbouwproducten. Om de briketten te gebruiken bij de voedselbereiding, is een speciaal oventje ontwikkeld dat lokaal wordt geproduceerd. Pierik: ‘We hebben een behoorlijke investering gedaan in machines om de briketten te fabriceren en in het opleiden van mensen om ze te bedienen. Er is een coöperatie opgericht die productie en verkoop ter hand neemt.’ Een van de vernieuwende aspecten in de pilot is dat gewerkt wordt met een houdbaar “businessmodel”: gebruikers betalen voor het oventje en de briketten, zodat de kosten worden gedekt en de mensen die eraan werken een inkomen hebben. Er wordt bekeken of dit model succesvol kan zijn voor de verdere opschaling.

Doe mee met Access to Modern Energy

Met het programma Access to Modern Energy (AME) ondersteunen RVO en DCHI innovatie en samenwerking op energiegebied voor humanitaire organisaties, particuliere bedrijven en ontwikkelingsorganisaties. Het pilotprogramma wordt gefinancierd en ondersteund door het Nederlandse Ministerie van Buitenlandse Zaken Zaken en past in het beleid dat zich sterk maakt voor toegang tot duurzaam gebruik van natuurlijke hulpbronnen voor iedereen. De pilots laten zien dat het kán: met behulp van een marktaanpak duurzame energie brengen naar mensen in crisissituaties. Maar om deze kansen optimaal te benutten, is méér vernieuwing nodig, ook binnen de noodhulpsector zelf. Een nieuwe ronde van het programma is inmiddels gestart. Voorstellen voor nieuwe pilots zijn nog welkom. Belangstellende organisaties met ideeën over energie in de context van humanitaire hulpverlening kunnen zich tot en met 15 augustus melden bij DCHI.

Meer informatie vind je hier.