Skip to main content
P+ Logo
Best Practices voor een duurzame toekomst
duurzame landen, illustratie jet van der horst
duurzame landen, illustratie jet van der horst
29 augustus 2014

P+ over beleggen in duurzame landen

Hoe bepaalt het management van het opmerkelijk succesvolle ASN Duurzaam Obligatiefonds wanneer een land duurzaam is, zoals Duitsland en Oostenrijk? Maar Finland juist weer niet?

Beleggers in staatsobligaties hebben dit jaar de tijd van hun leven. Normaal zijn obligaties oersaai, maar de rendementen van obligatiefondsen overstijgen nu zelfs die van aandelen. Het obligatiefonds van de ASN Bank telt sinds 1 januari al een rendement van 7,7 procent! 

Hoe kan dat, nu de rente op staatsleningen juist zo laag is? Op die vraag geeft het nieuwe nummer van P+ antwoord.

“In tijden van onzekerheid zoekt men naar zekerheid. Die vind je bijvoorbeeld in een Nederlandse Staatslening”, vertelt Reinier Westeneng, directeur van Bank ten Cate & Cie. Die zekerheid werd de laatste jaren ook nog eens goed betaald. De afgelopen jaren is de rente namelijk aanzienlijk gedaald. En als de rente daalt, gaat de koers van een obligatie omhoog. Want die is ineens meer gewild.

Beleggers in het ASN Duurzaam Obligatiefonds hebben daardoor een aantrekkelijk rendement gehaald. Dit fonds belegt in een beperkt aantal landen via staatsobligaties. In welke landen en tegen welke weging, dat bepalen duurzaamheids- en financiële criteria. ASN Bank geeft daarbij de kaders aan, waarna ACTIAM, het fusiebedrijf van SNS Asset Management (SNS AM) en SNS Beleggingsfondsen Beheer (SBB)), het fondsbeheer voor haar rekening neemt.

Piet Sprengers staat aan het hoofd van de afdeling Duurzaamheidsbeleid & Onderzoek van ASN Bank. Sprengers is verantwoordelijk voor de totstandkoming van de criteria waaraan de landen moeten voldoen waarin het ASN Duurzaam Obligatiefonds belegt. ASN Bank hanteert absolute en relatieve criteria, legt hij uit.

Aan de absolute criteria móeten landen sowieso voldoen. Deze criteria hebben betrekking op mensenrechten, klimaat en biodiversiteit. Ook het afwijzen van controversiële wapens is een absoluut criterium. “Daarbij gaat het erom dat landen de internationale verdragen die dit tegengaan hebben getekend. Is dit niet het geval, dan sluiten wij een land uit.” Als het gaat om het klimaat dient het Kyoto Protocol te zijn getekend en voor biodiversiteit gaat het om een hele reeks verdragen dat de overheid van een land moeten hebben ondertekend om te worden toegelaten.

Als de absolute criteria zijn doorlopen zijn er nog 36 landen over van de circa tweehonderd landen die er wereldwijd zijn. Daarvan valt echter de helft af omdat ASN Bank alleen belegt in landen die euro-staatsobligaties uitgeven, omdat de bank geen valutarisico wil lopen. “Dat is financieel ingegeven, maar niet onbelangrijk. Bovendien hoeven wij dan van minder landen de volgende, bewerkelijke stap in het onderzoek te doen.”

De overgebleven groep van achttien landen onderwerpt ASN Bank aan de relatieve criteria. Denk bij klimaat bijvoorbeeld aan CO2-uitstoot. “Elk land heeft een bepaalde CO2-uitstoot, dus het hebben van uitstoot is geen criterium. Maar het is goed als de uitstoot relatief laag is per inwoner.” Ook de afvalproductie per inwoner (in tonnen per jaar) is een criterium. Bij het criterium mensenrechten spelen onder meer inkomensongelijkheid en de mate van vakbondsvrijheid een rol. “We tellen de scores voor de verschillende criteria bij elkaar op en middelen dan.” De scores lopen van 0 tot 10 en een land heeft minimaal een score van 3.0 nodig om geselecteerd te worden voor het beleggingsuniversum van het ASN Duurzaam Obligatiefonds. “De slechtst presterende landen halen we eruit.” Overigens is er nog een verschil tussen landen die bijvoorbeeld een 6 en een 7 scoren en landen die een 3 en een 10 scoren. Wanneer de scores dichter bij elkaar zitten en er dus geen uitschieter naar beneden bij zit, krijgt een land een ‘bonus’. “Landen moeten in de breedte dus goed scoren.”

Op basis van de relatieve criteria heeft ASN Bank de uiteindelijke groep landen waarin de fondsmanager mag beleggen teruggebracht tot veertien. De gehanteerde selectiemethode levert overigens ook wat verrassende uitkomsten op. Zo behoren Finse staatsobligaties niet tot het universum, terwijl de financiële resultaten van obligaties van het Scandinavische land doorgaans goed zijn. “De Finse regering heeft de conventie tegen het gebruik van clustermunitie nog altijd niet ondertekend”, legt Sprengers uit. Andersom heeft ASN Bank ook landen opgenomen waarvan je het in eerste instantie misschien niet zou verwachten. Denk aan Slovenië of Litouwen (waar overigens nog geen vastrentende waarden van zijn gekocht). Maar ook Portugal scoort behoorlijk goed in de ranking, onder meer omdat het Zuid-Europese land een hoge score heeft als het gaat om het gebruik van duurzame energie.

Sprengers en zijn afdeling doen de selectie ieder jaar opnieuw. “Soms vallen er landen af, maar er komen ook landen bij.” Met de selectie van geschikte landen bepaalt ASN Bank zoals gezegd voor een belangrijk deel de kaders waarbinnen ACTIAM belegt. Daar komt bij dat de scores op duurzaamheid ook nog mede bepalen wat de weging is van een land in de portefeuille. Dat laatste wordt logischerwijs echter ook mede bepaald op basis van financiële gronden.

Het artikel geeft ook inzicht in de opmerkelijk hoge rendementen van de obligatiefondsen dit jaar. Zie de linkerkolom, onderaan.

 

Downloads

Meer info download je hier:

P+ over obligaties van duurzame landen (625 kb)
Wil je ook onze gedrukte Marktboeken over een duurzame toekomst ontvangen?
Abonneer je dan hier