24 Dec 2018

Alliander: Datacentra straks in Noordzee bouwen

Pallas Agterberg, foto P+

Nederland kan stroomvretende datacentra in de toekomst maar beter in de Noordzee of het IJsselmeer bouwen. Dat idee lanceert directeur Strategie Pallas Agterberg van netbeheerder Alliander. Zij geeft in de nieuwe P+ Special ‘Straks: toekomstbestendig energielandschap’ haar visie op de een toekomstbestendig energielandschap. Dit als reactie op de kabinetvisie op het Nationale Omgevingsvisie (NOVI), waarin keuzes worden voorgesteld voor de inrichting van Nederland.

Aanleiding voor deze uitspraak was de vraag aan Agterberg of de vier aanlandingspunten voor windenergie uit zee volgens haar op goed gekozen locaties in Nederland staan. Naast de Eemshaven in Groningen zijn dat drie andere plaatsen:

+ bij IJmuiden

+ bij Rotterdam

+ bij Borsele

Agterberg (1963) vindt van deze laatste drie de aanlanding in Borsele de meest logische. Niet omdat hier een groot industriepark aan grenst, maar omdat er al een zware infrastructuur van elektriciteitskabels ligt. Hiermee wordt de stroom van de kerncentrale Borsele nu naar het binnenland van Nederland getransporteerd. 

Agterberg in de nieuwe P+ Special: “Dat scheelt de benodigde extra investeringen in aanleg van een netwerk. Dat betekent ook dat we het schaarse aantal mensen dat beschikbaar is ergens anders kunnen inzetten. Als de infrastructuur er al ligt, is het toch beter? Infra betaal je uiteindelijk met zijn allen.”

Maar aan de overkant van de Westerschelde zit de grote chemische industrie, waaronder Dow, een grootverbruiker op energiegebied. 

“Als er onvoldoende infrastructuur beschikbaar is, kan het geen kwaad te kijken of er zware industrie aanwezig is, zodat de aanleg van nieuwe infrastructuur niet nodig is, of later kan worden gerealiseerd. Misschien moet je wat verder naar de toekomst kijken. Maar pas op, wanneer je beslist of alle energie uit uit zee direct verbruikt wordt door de achterliggende industrie. Zijn die grote Amerikaanse bedrijven hier nog wel over twintig jaar? Het is altijd beter om deze elektriciteit op het netwerk te zetten, als dat kan, of in Noord-Brabant te gebruiken. Voor het uitbouwen van brainport Eindhoven is ook stroom nodig.”

De Nationale Omgevingsvisie is voor Agterberg aanleiding om na te denken over de toekomstige industrie in Nederland. “Die vraag moet je ook stellen bij het aanlandingspunt voor Tata Steel in IJmuiden. Dat is al een heel oude staalfabriek waar er 240 van zijn op de wereld. Over de toekomst wordt niet hier, maar in India beslist. Nu staat IJmuiden in de rangschikking van CO2-uitstoot op plaats 40, maar op het gebied van efficiency misschien wel op plaats 180. Weet je wat er is gebeurd met de Britse staalfabrieken die nog ouder waren? Die zijn nu allemaal gesloten. De nieuwste fabrieken blijven het langste overeind. Stel dat ze in Delhi besluiten dat Nederland geen goede productielocatie meer is? Wat voor cluster aan bedrijven heb je daar dan in IJmuiden, om de elektriciteit uit zee over te nemen? Moet je dan niet eerder kijken? De schaarste in nieuwe infrastructuur wordt bepalend voor de wie voorrang krijgt en wie niet. Wil je voorrang geven aan elektrolyse, of gaat alles naar de bedrijven die in de toekomst de grootste energievraag hebben, zoals datacentra, die zich nu massaal aanmelden? Hoe kan je zorgen dat de beschikbare energie beschikbaar komt voor de toekomstige economie?”

Ook als het gaat over de petrochemie in Rotterdam kijkt Agterberg liever wat verder in de toekomst, om nu goede beslissingen te nemen: “Die raffinage gaat daar geen twintig jaar meer zitten. De haven gaat een transitie doormaken. De keuze voor aanlanding wordt nu dus eigenlijk bepaald door de vraag waar nu industrie zit. Moet je dat niet omdraaien? Moet je niet nadenken over de vraag welke bedrijven onderdeel uitmaken van de economie van de toekomst en zorgen dat zij ruimte krijgen en infrastructuur en wellicht nog meer, zoals reststromen en grondstoffen. Als we niets doen, verdringen datacentra de rest. Zij zullen de grootste stroombehoefte hebben, maar zijn ook afhankelijk zijn van andere infrastructuur zoals glasvezelkabel op lichtsnelheid. Als je redeneert vanuit de nieuwe economie, zorg je dat die groeit. En als je dat wilt en beseft dat er nog veel meer datacentra zullen komen, moeten we dus zorgen voor locaties, voor infrastructuur voor energie, voor datacommunicatie en wellicht ook fotonica. Dan kom je op andere keuzes uit. Dan wordt het mogelijkwe om dedatacentra in de toekomst onder water te plaatsen. In de Noordzee, of in het IJsselmeer.”

De kabinetsvisie op de Nationale Omgevingsvisie geeft eerste prioriteit aan het op (bedrijfs) daken leggen van pv-panelen. Agterberg vindt dat ook verstandiger dan zonneweides aanleggen op afgelegen weilanden in het noorden van Friesland, waar de landbouwgrond goedkoop is. Ze noemt het plaatsen “waar verder niks is. Het aanleggen van kabels kan dan zomaar een miljoen euro kosten. Iemand die kiest voor een veld zadelt de rest van Nederland wel met zijn investering op.Laat de initiatiefnemer die stroom maar liever in een eigen electrolyser stoppen en dan de waterstof verkopen.”

U bent het dus eens met het geven van prioriteit aan pv-panelen op bestaande daken, ook van bedrijven?

“Ja! En als bedrijven bang zijn dat hun bedrijfsdaken te licht zijn voor al die zonnepanelen, dan verzwaar je ze toch? Misschien moeten we wel een dakbelasting gaan invoeren voor wie zijn dak niet vol legt met zonen daarmee subsidie verstrekken voor het verstevigen van die daken.”

Combinaties maken, is het advies van Agterberg. Prima dat de Nationale Omgevingsvisie kiest voor bundeling van windparken met zonneweides. “Zon en wind gaan heel goed samen. Ze kunnen bij wijze van spreken door dezelfde kabel. Maar de praktijk is dat de initiatiefnemers twee verschillende partijen zijn met een eigen businesscase en een eigen vergunningaanvraag. Breng die twee investeerders eerst samen. Dat zijn de routes die we nodig hebben.” 

Download de P+ Special over ons ‘toekomstbestendig energielandschap’

Meer over het de Nationale Omgevingsvisie (NOVI)