07 Sep 2016

Ploumen noemt aanpak MVO Nederland slim

“Dat lijkt mij een hele slimme aanpak.” Aldus minister Ploumen over de door MVO Nederland gevormde coalities van MKB-bedrijven omdat een bundeling meer kansen op duurzame handel biedt dan wanneer bedrijven alleen opereren. Minister Ploumen vertelt in de nieuwe P+ hoe belangrijk het midden- en kleinbedrijf voor haar internationale MVO-beleid is.

Lilianne Ploumen (1962), minister voor Buitenlandse handel en Ontwikkelingssamenwerking, gaat in de nieuwe P+ het gesprek aan met de nieuwe directeur van MVO Nederland, Maria van der Heijden (1960). Zij kennen elkaar al van handelsmissies. Van der Heijden leidde de sociale onderneming Women on Wings en weet daardoor als geen ander hoe het voor een ondernemer is om in een land als India een business op te zetten.

Op haar beurt begrijpt Ploumen dat een MKB-bedrijf op de internationale markt anders opereert dan een wereldwijd concern, waar tienduizenden mensen werken. MVO Nederland ontwikkelde gaandeweg een aanpak, om dit nadeel op te vangen. Door coalities te vormen van bedrijven in een sector, kan er gezamenlijk opgetrokken worden. Tegelijkertijd kan MVO Nederland als intermediair de duurzaamheidskant van samenwerking regelen.

Ploumen over deze coalitievorming in P+: “Dat lijkt mij een hele slimme aanpak. Juist omdat het voor het midden- en kleinbedrijf lastig is in hun eentje de Oeso-richtlijnen volledig toe te passen. Zij hebben vaak niet de capaciteit om iemand voor MVO-beleid vrij te maken. Maar samen met andere bedrijven en met ondersteuning van maatschappelijke organisaties kunnen ze wel degelijk veel bereiken. Bij het textielconvenant zie je ook hoe bedrijven en organisaties hun expertise delen. Daardoor worden collectief grotere resultaten geboekt dan individueel haalbaar zou zijn.”

Meer in het algemeen zegt Ploumen: “MVO Nederland heeft een schat aan kennis en ervaring op het gebied van maatschappelijk ondernemen. Heel nuttig voor MKB’ers. Natuurlijk kijken we naar risico's en verbetermogelijkheden voor deze groep ondernemers. Zij opereren in soms zeer moeilijke markten. Daar moet je goed met elkaar over spreken. Bovendien vinden ondernemers het soms lastig om hun MVO-beleid handen en voeten te geven, vanwege de beperkte omvang van het bedrijf. Waar grote bedrijven het makkelijker alleen af kunnen, hebben MKB’ers lang niet altijd de middelen. En dat terwijl deze bedrijven een belangrijke bijdrage kunnen leven aan het behalen van ontwikkelingsdoelen.”

Of MVO Nederland het ondanks deze handicaps goed werk heeft verricht, moet nog beleidsmatig worden vastgesteld. Toch zegt ze Ploumen nu al: “Het lopende IMVO-programma wordt momenteel geëvalueerd. Ik ben heel benieuwd naar de resultaten en ga ervan uit dat ze (MVO Nederland, red.) ook in de toekomst bedrijven gaan ondersteunen bij het eerlijker maken en verduurzamen van hun productketens.”

Van der Heijden somt in het artikel de activiteiten op die MVO Nederland op internationaal terrein heeft opgezet. “MVO Nederland heeft de afgelopen jaren, met steun van de minister, zes sectornetwerken helpen opzetten. Ondernemers in de sectoren textiel, leer, tuinbouw en stedelijke ontwikkeling steunden we twee jaar lang bij het verduurzamen van hun keten. De programma’s voor de sectoren maritiem en chemie lopen nog tot eind van het jaar. We hebben een Risicochecker ontwikkeld voor bedrijven, om na te gaan waar je tegenaan kunt lopen. Het gaat bijvoorbeeld om transparantie: wie produceert wat en waar, onder welke omstandigheden? En circulair: hoe kun je zoveel mogelijk grondstoffen hergebruiken? Voor iedere sector zijn de knelpunten geïnventariseerd, en gekeken met welke coalities je de gestelde veranderdoelen het best kunt realiseren.”

Op haar beurt is Maria van der Heijden vol lof over minister Ploumen. Over haar persoonlijke aanpak: “Ze is echt een hele goede verbinder. Ze is ook informeel, zeer benaderbaar. Daarmee verdien je echt credits bij ondernemers. Maar ze houdt ook een speech op een meisjesschool, waar ze de tweeduizend leerlingen voorhoudt dat ze zelf de dochter van een melkboer is. En het eerste meisje in de familie dat ging studeren. Dat vond ik fantastisch, hoe ze die meiden voorhield dat ze zelf met hun studie inhoud aan hun toekomst kunnen geven en in één generatie het verschil kunnen maken.”

Vanuit haar ervaring bepleit Van der Heijden meer ‘lokale aanwezigheid’ van het bedrijfsleven in ontwikkelingslanden. Het is niet goed om de verkooporders vanuit het Westen uit te vaardigen, zonder contact en dialoog ter plekke. Zo kunnen rampen zoals het instorten van de naaifabriek Rana Plaza voorkomen worden, hoopt Van der Heijden. Vanuit die optiek zegt ze kritisch: “De inzet van de overheid op duurzaamheid mag van mij ambitieuzer.”

Het volledige artikel uit P+ is gratis als PDF te downloaden