Skip to main content
P+ Logo
Best Practices voor een duurzame toekomst
Willem Ferwerda, foto Chris de Bode
Willem Ferwerda, foto Chris de Bode
11 oktober 2016

Ecorestaurateur Willem Ferwerda duurzaamste Nederlander

‘Natuurhersteller’ Willem Ferwerda is door de jury van de Duurzame 100 van Trouw uitgeroepen tot Duurzaamste Nederlander. In 2012 publiceerde P+ een portret over hem, waarin hij de aanzet voor zijn plannen voor ecorestauratie schetste, zijn huidige organisatie Commonland.

P+ biedt de PDF aan van het portret dat we over de oud-directeur van IUCN schreven.

Ferwerda is tropisch bioloog. Als klein jongetje, opgroeiend in de Amsterdamse Watergraafsmeer, ontstond die fascinatie voor de natuur op de paar braakliggende terreinen naast de woonwijk. Hij zocht er naar alles wat rondkroop, vulde zijn terraria er thuis mee. Krekels, slangen, rupsen, reptielen, slangen. Moeder was minder enthousiast als er weer eens iets was ontsnapt. Met vader – predikant – discussieerde de jonge Ferwerda over het scheppingsverhaal. “Ik was een fervent Darwinist, en ik wist dat ik gelijk had. Later is mijn vader daar ook wel in meegegaan.”

Zijn loopbaan begon toen het Nederlandse comité van IUCN (the International Union for Conservation of Nature, opgericht in 1948) een personeelsadvertentie plaatste. Met geld van het ministerie van Buitenlandse Zaken mocht de koepel een tropisch regenwoudfonds opzetten en zocht daarvoor een coördinator. “Ik wist: dat is het. De makers van de Rode Lijst met bedreigde diersoorten. En toen ik werd aangenomen heb ik gezegd dat ik me er voor tien jaar aan zou committeren. Het werden er twaalf.”

Vanaf 2000 werd hij algemeen-directeur. “Terugkijkend was het een balancing act om alle partijen bij elkaar te houden. Het was vooral de kunst om alle leden te laten zien dat het gemeenschappelijk belang veel groter is dan de verdeeldheid die steeds weer optreedt binnen die clubs waar altijd de gematigden en de fundamentalisten hun strijd strijden. Die botsingen kunnen discussies zo gaan overheersen waardoor niemand een vuist maakt en er alleen over en weer beschuldigend wordt gesproken. Ik probeerde steeds te verbinden. Dat vinden de kleine clubs fijn. De grote clubs zijn daar minder van gecharmeerd.”

Wat een gedoe…

“Ja, het kostte veel tijd maar het was nodig om een volgende stap te maken. Ik zag dat het noodzakelijk was om het bedrijfsleven bij ons werk te betrekken. Als je kijkt naar alle bedreigingen in de wereld, dan zie je gewoon dat die het resultaat zijn van een combinatie van onwetendheid en korte termijn winstbejag vermengd met politieke belangen. Conclusie: als je echt iets wil bereiken, dan moet je het kleine en grote bedrijfsleven erbij hebben. Dat lag natuurlijk ook weer gecompliceerd omdat de grote aangesloten clubs één op één verbintenissen hadden met bedrijven en de neiging hebben die verbintenissen voor zichzelf exclusief te houden. Zoals het Wereld Natuurfonds indertijd met Essent, Natuurmonumenten met Nuon. Uiteindelijk ontstond mijn plan voor Leaders for Nature: de top van het bedrijfsleven bijeenbrengen om gezamenlijk de problemen te bespreken.”

Maar waarom zouden ze naar een tropisch ecoloog willen luisteren, ze hebben zelf toch ook deskundigheid in huis?

“Ik heb een groot netwerk en uiteindelijk is het gelukt. Dan ga je praten en je danst niet om de hete brij heen. Je vraagt: weet u waar uw bedrijf over dertig jaar staat? Waar het straks water vandaan haalt? Grondstoffen? Je vertelt hen over het verlies aan habitats wereldwijd, vervuiling, degradatie van gronden… Ik heb een combinatie van inhoud en van betrokkenheid. Bovendien: bij mij komen ze niet weg. Ik zeg het recht in hun gezicht en ik heb de achterliggende rapporten in mijn tas zitten.”

Waar proberen ze dan mee weg te komen?

“Dat het zo erg niet is. En dat ze werken aan alternatieven. Dan zegt iemand: ‘We gaan investeren in biofuels!’ Dan zeg ik: Bent u dan van plan om de planeet vol te gaan zetten met sojabonen en heel Nederland met koolzaad? Bedrijven willen nu eenmaal niets kleinschalig houden. Als ze dus zeggen dat ze een fabriek willen bouwen voor biobrandstoffen, dan wil je weten: waar dan en hoe groot, en wat zijn de consequenties?”

Een reality-check van mooie woorden?

“Ik denk mee, ik verplaats me in hun probleem. Ik kaats terug. Hun dilemma’s zijn ook groot, dat besef ik.”

Wat zegt het over die topmensen dat ze niet zelf op die ideeën kunnen komen?

“Ondernemers, businessleaders, boeren, politici, ecologen, iedereen zit in zijn eigen tunnel. Iedereen wil op de korte termijn scoren. En als je niet bereid bent uit die tunnel te komen, kun je nooit een oplossing vinden.”

De dilemma’s zijn ook groot, dat besef ik. Was ik CEO bij RWE dan zou ik moeten bedenken hoe ik de kerncentrales ga sluiten, hoe ik toch energie aan het net kan blijven leveren, hoe ik actiegroepen kan uitleggen waarom de kolencentrales nog open moeten blijven. Dat je wel zonne- en windparken wil maar dat je dat niet kunt betalen… Mijn eerste neiging is dus niet om die mensen de les te lezen, ik heb allereerst respect voor hen die voor deze problemen staan en ik kan alleen proberen te helpen hen op ideeën te brengen waar ze nog niet eerder op zijn gekomen.”

Vanuit welke gedachte?

“Weer vanuit de les van Darwin: de best aangepaste heeft de toekomst. Je moet dus kijken wat er op je afkomt. Wat zijn de planetary bounderies, de grenzen aan de groei? Klimaatverandering, verzuring van oceanen, zoetwaterschaarste, gedegenereerd land, problemen in de stikstofketen, fijnstof, resistentie tegen antibiotica, enzovoorts.”

Ondernemers ergeren zich juist vaak aan hun criticasters, de animositeit over en weer heeft ook iets irritants.

“De alarmbellen klinken het hardst in westerse samenlevingen terwijl de echte grote problemen zich in de minder vrije, niet westerse samenlevingen voordoen. Wie zijn nu eigenlijk de echte grote viezeriken? Gasprom is vele malen groter dan Shell. Als je kijkt naar de oliewinning: 85 procent van de oliewinning wordt door staatsbedrijven uitgevoerd. 15 Procent is privé en van die 15 heeft Shell maar 3 procent. Nog steeds is dat heel groot en levert het enorme winst op – vorig jaar negentien miljard: de winst van Unilever valt erbij in het niet. Maar waar zitten de echte problemen? Wat doen de Saoudies? De Venezuelanen? De Russen?”

Wat staat voor u als ecoloog boven aan het prioriteitenlijstje, de klimaatverandering of het herstel van ecosystemen?

“We moeten realistisch zijn. Aan de opwarming van de aarde kunnen we niet meer zoveel veranderen. Wat we wel kunnen, is gedegenereerde gronden herbebossen. Natuurlijk moeten we met man en macht de uitstoot van CO2 tegengaan en compenseren. Maar tegelijkertijd  - en misschien wordt iedereen wel heel erg boos op me als ik dit zeg – weet ik dat het heel lastig zal zijn om die CO2-toename op korte termijn terug te dringen. Dat kost honderden, zo niet duizenden jaren. Je moet je dus aanpassen: Charles Darwin!”

Waar vallen dan wel successen te oogsten?

“We moeten gedegenereerde gebieden gaan herstellen. Die worden nu door allerlei instanties in kaart gebracht. We hebben het over gebieden die bij elkaar opgeteld vijfhonderd keer zo groot zijn als Nederland. We weten dat het kan. Dit gaat over land, maar ook over water, koraal, mangroves, woestijnen. Het kost tijd, maar het kan. Je kunt er zelfs geld mee verdienen als je bijvoorbeeld van woestijngrond landbouwgrond kunt maken. En in dat verband moet je ervoor zorgen dat natuur en landbouw niet strijdig met elkaar zijn. Boeren en natuurbeschermers moeten tot elkaar komen omdat het herstellen van top-soil ook voor die boeren van belang is.”

Anders dan met CO2 zijn de resultaten zichtbaar.

‘Ja. Hier kun je iets laten zien. Het is een combinatie. Als jij een kaal gebied gaat herstellen en de vegetatie komt terug, dan ga je CO2 opvangen, dan komt het water terug, de biodiversiteit, wolken, regen… Mensen worden gezonder en hebben weer werk. Dus hoeven de jongeren Burkina Faso niet werkloos op het dorpsplein rond te hangen, dromend over een vlucht naar het westen.”

Het klinkt zo mooi, er moet wel een probleem bij zijn.

“Het probleem is: tijd. Dit werkt niet binnen twee jaar, dit duurt een jaar of twintig. Dus moeten we bedrijven en investeerders overtuigen van nut en noodzaak. Dus moeten we partnerships gaan creëren: een paar grote bedrijven die hierin willen investeren.”

Concreet betekent dat?

“Neem Brazilië. Daar zijn grote gebieden te herstellen. Welke Nederlandse bedrijven hebben daar belangen? Philips, Shell, Rabobank, Unilever, DSM, vanwege mijnbouw, oliewinning, vezels, biobrandstoffen, enzovoorts. Met deze vijf partners – het is maar een voorbeeld – zouden we een gebied dat er slecht aan toe is – en dus goedkoop - kunnen herontginnen, beter maken, weer tot leven weken.”

Een nieuwe missie?

“Ja, ik wil proberen de makelaar te zijn die partners bij elkaar brengt. Waarbij die partners zich verplichten om op businesschools deze werkwijze te onderwijzen zodat de erfenis wordt veilig gesteld. Ecologie is ook economie. Veel ecologen zullen me aanvallen als ik dat zeg. Maar je moet het wel zo benoemen, anders kom je er niet doorheen.”

Op 1 januari 2013 is het zo ver: dan start hij formeel zijn foundation die nu alleen nog bestaat onder de werktitel ‘Nature Resilience’, wat staat voor ‘natuurlijke veerkracht’. Zijn eerste rondje langs investeerders, bedrijven, businessschools, overheden en ngo’s zit er bijna op. Hij ontmoet vaak dezelfde mensen die hem op zijn afscheid bij het IUCN de hand kwamen drukken, de politieke pressiegroep die zich bundelde als ‘Leaders for Nature’ waarmee hij de koers van de grote ondernemersorganistie VNO-NCW verlegde. In zijn businessplan zit al zijn ervaring gestopt, zeker ook die van praktisch onderwijzer. Bewijsfoto’s tonen het wonder van verdorde landschappen, die al na enkele jaren eco-restauratie weer net zo groen zijn als voorheen. Ferwerda heeft een businesscase: “Twee miljard hectare gedegradeerd land is geschikt om te herstellen. Op meer dan de helft kan dat door dit te combineren met kleinschalige land- en bosbouw, zodat op waardeloos land weer economisch leven ontstaat. Het is mogelijk dat dit 21 tot 72 miljard dollar per jaar aan ecoservices oplevert.” Op 1 januari 2014 wil hij aan zijn eerste project beginnen.

Commonland Website

De volledige Top 100 van Trouw 2016

Downloads

Meer info download je hier:

Bio over Willem Ferwerda (556 kb)
Wil je ook onze gedrukte Marktboeken over een duurzame toekomst ontvangen?
Abonneer je dan hier