21 Jan 2014

Magntrac: Robot poetst windmolen op

magntrac

Een bedrijf is nooit te oud om innovatiekampioen te worden. Vlietstra bouwde na 90 jaar schoonmaken ineens een robot die tegen een windmolen kan opkruipen om olielekkages weg te poetsen.

Schoonmaakbedrijf Vlietstra telt vestigingen in de noordelijke provincies, in de steden Groningen, Leeuwarden, Zwolle en Franeker. Het werkveld is echter internationaal, want het bedrijf heeft een calamiteitencontract met het Deense Vestas, de grootste windmolenbouwer ter wereld. Vestas pakte de markt die Nederland had moeten hebben, als ons land een gezond industriebeleid had gehad, in plaats van knikkende knieën.

Vlietstra deed een uitvinding om de economische schade van deze miskleun voor ons land een heel klein beetje te beperken. Als er in de Benelux olie uit het raderwerk van een van de 1300 Vestas-molens lekt, gaan de schoonmakers van Vlietstra erheen om milieuschade te voorkomen. Dat gebeurt 40 tot 45 keer per jaar.

Het is een kostbaar klusje. De rekening loopt gemakkelijk op naar 6000 tot 8000 euro per windmast. En tijdens het poetsen staat de molen uiteraard stil, om gevaarlijke situaties voor de schoonmakers te voorkomen.

Zo kwam directeur Rob Frölich op het idee van een klimmende robot, die langs de buitenkant van de windmolen omhoog gaat. De eerste robot ‘Magntrac’ bestaat uit vier rupsbanden volgeplakt met magneten. Op de kop zijn twee borstels gemonteerd die de oliespetters wegboenen. De bediening kan vanaf de grond gebeuren, want een digitaal oog laat zien of de plekken al schoon zijn. Al met al bespaart de ‘Magntrac’ per klus al snel duizenden euro’s. In het project heeft Vlietstra ongeveer 150.000 euro geïnvesteerd, ‘inclusief een subsidie’. Over de verkoopprijs wordt nog nagedacht.

Voor een beginnende uitvinder heeft Frölich zijn zaakjes meteen goed voor elkaar. Vlietstra staat op het punt de innovatie wereldwijd in de markt te zetten. "Voor heel Europa is octrooi aangevraagd.” Volgens het bedrijf heeft het geen zin dit wereldwijd te doen. “De Chinezen maken hem toch na”, zei Frölich tegen het Dagblad van het Noorden. Het eerste exemplaar neemt Vlietstra zelf in gebruik. In Nederland heeft het bedrijf alleenrecht geregeld. Samen met windmolenfabrikanten wil Vlietstra ‘een stuk van Duitsland’ gaan bewerken.

Op de website communiceert Vlietstra transparant de commerciële kansen. ”We hopen te profiteren van het feit dat hoogwerkers in veel landen standaard onder begeleiding getransporteerd moeten worden. De afgifte van de vereiste vergunning duurt minimaal een week. Zo lopen de gederfde inkomsten uit windenergie snel op, want die windmolens staan dan stil. In Frankrijk is het nog erger. Daar vergt een vergunning minimaal zes weken. En in Hongarije betaal je minimaal 1500 euro voor een vergunning.”

Scandinavische landen, met name Denemarken en Zweden, staan ook hoog op de verlanglijst van Vlietstra. En ook Canada en Amerika spreken tot de verbeelding. Maar de claimcultuur in vooral het laatste land schrikt af. Windmolens op zee heeft Vlietstra voorlopig niet in het vizier. Die zijn logistiek en technisch te ingewikkeld. Als de robot zich in de windmolensector bewezen heeft, kan de aandacht verbreed worden naar andere sectoren. Frölich denkt bijvoorbeeld aan silobouwers en scheepsonderhoudsbedrijven.”

De binnenzijde van de masten blijven de schoonmakers met de hand doen.

En wat nu als de Magntrac tijdens het poetsen naar beneden valt? Dat kan niet, zo blijkt bij de eerste proefnemingen. Net als beginnende koorddansers zit hij aan een veiligheidskabel vast.

Website van de Magntrac