13 Dec 2014

Geen rood stoplicht voor teveel suiker, zout, vet

Het had gekund, een verplicht rood stoplicht op voeding waar teveel suiker, zout of vet in zit. Europa vond het te ver gaan. Nu is het een kans voor duurzame voedingsproducenten om een einde aan de verwarring over keurmerken te maken. En zich te onderscheiden van alle producenten die lobby voerden voor de kleinst mogelijke lettertjes om aan te geven of er teveel suiker in limonade zit.

Onderwerp van discussie was onder andere het verkeerslichtsysteem, ontwikkeld door de Britse voedselautoriteit FSA. Het is een heel simpel systeem, waarbij consumenten in één oogopslag op de voorkant van de verpakking kunnen zien of de hoeveelheid zout, suiker, vet en verzadigd vet in een product hoog (rood), gemiddeld (oranje) of laag (groen) is.

Bovendien hanteert het originele verkeerslichtsysteem een uniforme maat voor alle vaste voedselproducten (100 gram) en dranken (100 ml), zodat een vergelijking eerlijk en eenvoudig is.

Het verkeerslichtsysteem kreeg de steun van artsen- en consumentenorganisaties en van ziektekostenverzekeraars in heel Europa. Maar de voedselindustrie stak volgens onderzoek van Corporate Europe Observator 1 miljard euro in lobbyactiviteiten om te voorkómen dat het Europees Parlement voor dit systeem zou kiezen.

Het is overigens wel een prachtige kans voor duurzame voedselproducenten. Ze kunnen het nu vrijwillig doen. Met mooie groene stoplichten op de verpakking. Consumenten snappen dat beter dan alle keurmerken bij elkaar. Het Nederlandfse 'Vinkje' op de verpakking van bewerkte levensmiddelen is ook nog steeds niet overal toegepast. In P+ betoogde columnist Marcel Schuttelaar nog dat alle levensmiddelen moeten gaan voldoen aan de eisen van dit oude Voedselkeuzelogo, 'welke stap voor stap aangescherpt worden'. 

Gekozen werd nu voor een vrijwillig alternatief, dat niet zo simpel uit de leggen is: de referentie-inname (voorheen de Dagelijkse Voedingsrichtlijn (DVR) of Guideline Daily Amounts. De referentie-inname drukt voedingswaarden uit in percentages, waardoor het voor voedselfabrikanten theoretisch mogelijk is de hoeveelheden vet, suiker en zout kleiner te laten lijken dan ze in werkelijkheid zijn. Bovendien zijn mensen niet allemaal even groot of oud: een kind dat een candybar eet krijgt naar verhouding meer suiker binnen dan een volwassen man.

Geen wonder dat consumenten liever een simpeler waarschuwing wilden hebben. Uit een enquête van het NCRV programma 'Altijd Wat' bleek dat 90 procent van de ondervraagden het verkeerslicht duidelijk vindt en 65 procent wilde het systeem best ingevoerd zien.

Het mocht dus niet zo zijn. Er moet gerekend worden. En dat kan volop, want vanaf nu moeten de zeven belangrijkste voedingswaarden op de verpakking moeten staan per 100 gram of per 100 ml. Het gaat om calorieën, vetten, verzadigde vetzuren, koolhydraten, suikers, eiwitten en zout. Wel even de verpakking omdraaien, want het zal allemaal niet erg opvallend vermeld worden. En ook niet erg groot.

Een zeer kritische organisatie als Foodwatch zou de nieuwe verpakkingsregels het liefste meteen weer veranderen. Waarom is de lettergrootte op de nieuwe etikken zonder loep nauwelijks leesbaar, vraagt Foodwatch zich af. Besloten is dat de letters 1,2 mm hoog moeten zijn. Krantenletters zijn 2 mm.

Foodwatch: “In het oorspronkelijke wetsvoorstel van de Europese Commissie stond dat de lettergrootte in de ingrediëntenlijst en andere verplichte vermeldingen minstens 3 mm moest zijn. De voedselindustrie verzette zich onmiddellijk tegen deze consumentvriendelijke eis. Een van haar argumenten was dat op de verpakking te weinig ruimte voor de marketing van het merk zou overblijven. Brancheorganisatie EuroCommerce en de Federatie Nederlandse Levensmiddelenindustrie (FNLI) waarschuwden zelfs dat de verpakkingen hierdoor groter zouden worden en er dus meer verpakkingsafval zou ontstaan.” Dat zijn volgens Foodwatch absurde argumenten.

Is er ook winst te melden op het etiketteringsfront? Goed is dat voor vers fruit en verse groenten nu meestal het land van herkomst vermeld moet worden. Producent moeten bovendien bij onbewerkt varkens-, schapen-, geitevlees en gevogelte vanaf april 2015 aangeven waar de dieren zijn gefokt en geslacht. Die etiketteringsplicht vervalt zodra dit vlees is bewerkt: op een worst hoeft de herkomst al niet meer te staan. Volgens de voedingsindustrie was het onmogelijk om dit voor een samengesteld product te doen.

Lees de zeer kritische beschouwing van Foodwatch